Wetsvoorstel (15-09-2026) tot Wijziging van de Wet minimumbelasting 2024 in verband met de internationaal overeengekomen veiligehavenregels in het Side-by-Side-pakket en een aantal overige technische wijzigingen (Wet veiligehavenregels Wet minimumbelasting 2024)

—Het Side-by-Side-pakket is het omvangrijkste pakket aan internationale afspraken over de wereldwijde minimumbelasting (Pijler 2) sinds het akkoord van oktober 2021 over de herziening van het internationale belastingstelsel. Deze herziening vindt haar oorsprong in het project Addressing Base Erosion & Profit Shifting (‘BEPS’) dat het tegengaan van belastingontwijking door grondslaguitholling en winstverschuivingen tot doel had. Omdat met het BEPS-project nog niet alle doelstellingen die samenhangen met de globaliserende en digitaliserende economie in relatie tot de belastingheffing van multinationals waren geadresseerd, zijn verdergaande afspraken gemaakt in de vorm van een wereldwijde minimumbelasting. De wereldwijde minimumbelasting beoogt de prikkel voor bedrijven te verminderen om winsten te verschuiven naar laagbelastende jurisdicties. Ten tweede is het doel een ondergrens te stellen aan de belastingconcurrentie tussen jurisdicties. De wereldwijde minimumbelasting verwezenlijkt deze doelstellingen door te waarborgen dat multinationale en binnenlandse groepen met een omzet van ten minste € 750 miljoen onderworpen zijn aan een effectief belastingtarief van 15% over hun winsten. Als het effectieve belastingtarief in een staat lager is dan het minimumbelastingtarief van 15%, wordt het verschil bijgeheven door middel van een van de drie bijheffingsmaatregelen: de kwalificerende binnenlandse bijheffingsmaatregel, de inkomen-inclusiemaatregel of de onderbelastewinstmaatregel.

Deze bijheffingsmaatregelen kennen een rangorde om te voorkomen dat ter zake van hetzelfde inkomstenbestanddeel meer dan eenmaal een bijheffing wordt geheven. In Nederland zijn de regels voor de wereldwijde minimumbelasting sinds 31 december 2023 opgenomen in de Wet minimumbelasting 2024 (WMB 2024). Met deze wet is de EU-richtlijn minimumniveau van belastingheffing in Nederland geïmplementeerd. Het kabinet kiest ervoor om het Side-by-Side-pakket integraal in de WMB 2024 op te nemen. Dit wetsvoorstel introduceert de volgende vier nieuwe veiligehavenregels die volgen uit het Side-by-Side-pakket:

  1. Vereenvoudigde effectieve belastingtarief-veiligehavenregel;
  2. Kwalificerend equivalent minimumbelastingstelselveiligehaven­regel;
  3. Uiteindelijkemoederentiteit-veiligehavenregel; en
  4. Kwalificerende fiscale stimuleringsregeling-veiligehavenregel.

Daarnaast regelt dit wetsvoorstel dat de tijdelijke kwalificerend landenrapport-veiligehavenregel met een jaar wordt verlengd.

Dit wetsvoorstel treedt in werking met ingang van 1 januari 2027 en voorziet in terugwerkende kracht voor verschillende bepalingen.

Het kabinet beoogt met deze terugwerkende kracht zekerheid en duidelijkheid te verschaffen aan belastingplichtigen. Het kabinet kiest, in lijn met de optionele bepaling zoals neergelegd in het Side-by-Side-pakket, om de vereenvoudigde effectieve belastingtarief-veiligehavenregel – inclusief de daarvoor geldende voorwaarden – toe te passen op verslag­jaren die aanvangen op of na 31 december 2025. Daarnaast wordt voor de kwalificerende equivalent minimumbelastingstelsel-veilige­havenregel, de uiteindelijkemoeder­entiteit-veiligehavenregel en de kwalificerende fiscale stimulerings­regeling-veiligehavenregel terugwerkende kracht verleend tot en met 1 januari 2026. Hiermee wordt aangesloten bij de toepassingsdatum van deze veiligehavenregels conform het Side-by-Side-pakket.

Kamerstukken