Wetsvoorstel (18-05-2026) tot Wijziging van het Wetboek van Strafvordering, de Wet op de rechtsbijstand en enkele andere wetten in verband met het versterken van rechtsbijstand in het strafproces (Wet versterking rechtsbijstand in het strafproces)

—De toegang tot (kosteloze) rechtsbijstand tijdens de beginfase van het opsporingsonderzoek is in 2017 – ter implementatie van de Europese Richtlijn 2013/48/EU van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures (PbEU L 294) – met de introductie van het wettelijke recht op bijstand door een raadsman voorafgaand aan en tijdens het eerste politieverhoor (respectievelijk consultatiebijstand en verhoorbijstand) versterkt. Het belang om de toegankelijkheid van rechtsbijstand in ­strafzaken te versterken is sindsdien verder toegenomen door het besef dat het ‘doenvermogen’ van veel burgers in voorkomende gevallen ontoereikend kan zijn om zelfstandig op een volwaardige wijze te kunnen deelnemen aan het strafproces. Met dit wetsvoorstel wordt daarom een volgende stap gezet in het verbeteren van de mogelijkheden voor verdachten om aanspraak te maken op gesubsidieerde rechtsbijstand in verschillende fasen van het strafproces. Het wordt wenselijk geacht dat de wijzigingen vooruitlopend op de inwerkingtreding van het nieuwe Wetboek van Strafvordering nog in het huidige wetboek worden doorgevoerd. De in dit wetsvoorstel voorgestelde wijzigingen zullen, indien dit wetsvoorstel is aanvaard, door middel van een aanvullingswet of de invoeringswet in het nieuwe Wetboek van Strafvordering worden opgenomen. Concreet worden de volgende wijzigingen voorgesteld:

1. De huidige regeling dat alle aangehouden verdachten van een misdrijf waarop een gevangenisstraf van twaalf jaar of meer is gesteld (de zogeheten A-zaken) standaard voorafgaand aan het eerste politieverhoor een gesprek met een raadsman voeren (consultatiebijstand), wordt uitgebreid naar alle verdachten die worden aangehouden wegens een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten (B-zaken). Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de aan de Tweede Kamer gedane toezegging om de rechtsbijstand aan de ‘voorkant’ van de ZSM-werkwijze uit te breiden (Kamerstukken II 2019/20, 29279, nr. 558).

2. Minderjarige en kwetsbare meerderjarige verdachten van een misdrijf die worden uitgenodigd om op een plaats van verhoor te verschijnen (doorgaans op het politiebureau), krijgen voortaan automatisch en kosteloos een raadsman aangewezen die rechtsbijstand verleent voorafgaand aan en tijdens het verhoor. De al bestaande praktijk voor minderjarige verdachten wordt hiermee van een adequate wettelijke grondslag voorzien. De uitbreiding van rechtsbijstand voor kwetsbare meerderjarige verdachten is in een brief aan de Tweede Kamer aangekondigd (Kamerstukken II 2022/23, 36327, nr. 3, p. 46).

3. De rechtsbescherming van aangehouden verdachten van wie de zaak met een strafbeschikking wordt afgedaan, wordt verbeterd door de in­­troductie van een recht op kosteloze rechtsbijstand voor aangehouden verdachten voorafgaand aan de uitvaardiging van de strafbeschikking. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de aan de Tweede Kamer gedane toezegging om de rechtsbijstand aan de ‘achterkant’ van de ZSM-werkwijze uit te breiden (Kamerstukken II 2019/20, 29279, nr. 558).

4. Verdachten van een misdrijf die zich in vrijheid bevinden en van wie de zaak met een strafbeschikking wordt afgedaan, krijgen wettelijk recht op een kosteloos standaardconsult met een raadsman na de uitvaardiging van de strafbeschikking. Deze vorm van rechtsbijstand vindt in de praktijk al toepassing en wordt met dit wetsvoorstel gecodificeerd.

5. Minderjarige verdachten van een overtreding krijgen een raadsman aangewezen voor de fase van de berechting. Hiermee wordt de wet in lijn gebracht met Richtlijn 2016/800 waaruit volgt dat in de procedure voor de rechtbank geen algemene afwijking mogelijk is van het recht op rechtsbijstand voor minderjarige verdachten van lichte feiten (artikelen 2, zesde lid, en 6). In lijn met deze richtlijn wordt ook geregeld dat jeugdige verdachten worden geïnformeerd dat zij het recht hebben hun ouders of voogd te laten informeren over hun rechten.

6. De in 2017 gewijzigde verantwoordelijkheidsverdeling bij de ambtshalve aanwijzing van een raadsman wordt op verzoek van de betrokken organisaties omwille van de uitvoerbaarheid teruggedraaid, zowel in de fase van vervolging en berechting ten aanzien van de verdachte als in de fase van de tenuitvoerlegging ten aanzien van de veroordeelde.

7. Er wordt een wijziging doorgevoerd in de ambtshalve aanwijzing van een raadsman in tenuitvoerleggingsprocedures die betrekking hebben op een overtreding van de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

8. In de Wet op de rechtsbijstand worden delegatiegrondslagen opgenomen waarmee toekomstige beleidsmatige wijzigingen in de regeling van kosteloze rechtsbijstand via het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 kunnen worden doorgevoerd, zonder dat daarvoor een formele wetswijziging vereist is. Dergelijke wijzigingen kunnen daardoor in de praktijk sneller worden doorgevoerd.

Kamerstukken