Wetsvoorstel (04-05-2026) met Regels voor de inzet van arbeidsrechtelijke instrumenten en loonsubsidie om werkgevers in staat te stellen zoveel mogelijk werknemers te behouden in tijden van crises (Wetpersoneelsbehoud bij crisis)

—Dit wetsvoorstel stelt voor de werkgever bij onvoorzienbare crises, zoals een pandemie, die buiten het regulier ondernemersrisico vallen de mogelijkheid te bieden om werknemers tijdelijk ander werk te laten doen (herplaatsing), eventueel zelfs op een andere locatie of in een andere functie. Ook biedt het wetsvoorstel werkgevers de mogelijkheid om werknemers tijdelijk minder te laten werken, waarbij de loondoorbetalingsverplichting verminderd wordt. De werkgever kan na de verminderde loondoorbetaling ook een loonsubsidie aanvragen ter ondersteuning bij het doorbetalen van de lonen als er niet gewerkt kan worden. De werkgever krijgt zo tijdelijk meer mogelijkheden om de crisis op te vangen en heeft zo meer tijd om zijn bedrijfsvoering indien nodig aan te passen aan de nieuwe situatie. De ondersteuning uit dit wetsvoorstel helpt de werkgever om te voorkomen dat ontslag moet worden aangevraagd indien deze door een crisis niet meer in zijn personeelskosten kan voorzien.

Crises

De crises op grond waarvan gebruik gemaakt kan worden van de instrumenten uit dit wetsvoorstel zijn onderverdeeld in drie categorieën:

  1. een opsomming van omstandigheden die altijd als crisis worden beschouwd;
  2. een opsomming van omstandigheden die door Onze Minister als crisis kunnen worden aangewezen; en
  3. andere omstandigheden die niet in deze wet zijn opgenomen maar toch gezien het doel van deze wet door de Minister als crisis in de zin van deze wet kunnen worden aangewezen.

Bestuurs- en civielrechtelijk

De vormgeving van het wetsvoorstel is deels bestuursrechtelijk en deels civielrechtelijk. De initiële aanvraag vindt plaats bij UWV (fase 1) en is bestuursrechtelijk van aard. Dit houdt in dat de Awb van toepassing is op deze aanvraag. Als UWV op aanvraag van de werkgever vaststelt dat de werkgever voldoet aan de voorwaarden, krijgt de werkgever die vervolgens ook voldoet aan nadere civielrechtelijke vereisten, de mogelijkheid om de arbeidsrechtelijke instrumenten herplaatsing en verminderde loondoorbetaling in te zetten (fase 2). Deze instrumenten

grijpen in op de individuele arbeidsovereenkomst die werkgever en werknemer hebben gesloten. Dit valt onder het civiele recht, en zal daarom worden geregeld in Boek 7, Titel 10 BW. De aanvraag voor de loonsubsidie bij UWV (fase 3) is vervolgens weer bestuursrechtelijk van aard.

Fase 1

In de eerste fase vraagt de werkgever UWV vast te stellen of voldaan is aan een drietal voorwaarden:

  1. De werkgever is geraakt door een crisis. De werkgever zal aannemelijk moeten maken dat als gevolg van de crisis sprake is van het niet meer kunnen benutten van minimaal gemiddeld 20% van de arbeidscapaciteit gedurende de perioden van twee aaneengesloten maanden waarop zijn aanvraag ziet.
  2. Werkgever vraagt advies aan de OR, de personeelsvertegenwoordiging of de in de onderneming werkzame personen. Concreet zal de werkgever advies moeten vragen over het voorgenomen besluit over te willen gaan tot herplaatsing of verminderde loondoorbetaling voor twee, vier of zes maanden.
  3. Werkgever informeert een vereniging van werknemers over zijn voornemen tot het inzetten van de instrumenten herplaatsing of verminderde loondoorbetaling, door hiervan een melding te doen bij de minister.

Fase 2

De werkgever kan gedurende het crisistijdvak (van maximaal zes maanden) twee instrumenten inzetten:

  1. herplaatsing van medewerkers;
  2. verminderde loondoorbetaling;

of een combinatie van de twee. De werkgever kan deze instrumenten inzetten voor de uren waarvoor de werknemer de bedongen arbeid als gevolg van de crisis niet meer kan verrichten. In het BW zijn een zestal aanvullende voorwaarden opgenomen waar de werkgever bij de inzet van deze instrumenten aan moet voldoen.

  1. UWV heeft een beschikking afgegeven op grond van artikel 3, lid 1van onderhavig wetsvoorstel.
  2. De werkgever mag de instrumenten inzetten over de uren waarover de werknemer de bedongen arbeid ten gevolge van de crisis niet kan verrichten.
  3. De werkgever moet de instrumenten per categorie van uitwisselbare functies voor een gelijk percentage inzetten.
  4. Geen ontslag om bedrijfseconomische redenen tijdens het crisistijdvak.
  5. Tijdig informeren werknemers door werkgever.
  6. De werkgever informeert de medezeggenschap over de uren waarover verminderde loondoorbetaling heeft plaatsgevonden.

Fase 3

De werkgever mag zijn aanvraag over het gewenste subsidietijdvak pas indienen nadat hij de verminderde loondoorbetaling heeft toegepast en hij hiervan loonaangifte heeft gedaan. De werkgever moet de subsidieaanvraag binnen 26 weken na afloop van het crisistijdvak indienen.

Afdeling advisering RvS

De Afdeling heeft er begrip voor dat met het wetsvoorstel de bestaande regeling werktijdverkorting wettelijk wordt vastgelegd en onderschrijft de wens van de regering om zich voor te bereiden op toekomstige grootschalige crises. De Afdeling betwijfelt echter of de voorgestelde regeling bij dergelijke grootschalige crises voldoende effectief kan zijn.

Kamerstukken