Wetsvoorstel (10-09-2026) tot Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, de Wet op de Raad van State en enige andere wetten in verband met enkele wijzigingen in het belang van integere, onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak, alsmede de regeling van enige andere onderwerpen (novelle verval onverenigbaarheid rechterschap met lidmaatschap gemeenteraad en provinciale staten)
—Deze novelle strekt tot aanpassing van het bij de Eerste Kamer aanhangige voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, de Wet op de Raad van State en enige andere wetten in verband met enkele wijzigingen in het belang van integere, onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak, alsmede de regeling van enige andere onderwerpen (Kamerstukken I, 2024/25, 36243, A). Dat wetsvoorstel voorziet, mede ter opvolging van een GRECO-aanbeveling, onder meer in een wettelijk verbod op het gelijktijdig vervullen van het ambt van rechter en het lidmaatschap van de Eerste Kamer, de Tweede Kamer of het Europees Parlement.
Tijdens de behandeling van dit wetsvoorstel door de Tweede Kamer is het amendement-Helder aangenomen dat ertoe strekt het voorgestelde verbod op functiecombinaties uit te breiden naar leden van gemeenteraden en provinciale staten.
Het kabinet heeft het amendement, mede op basis van een daarover uitgebracht advies van de Afdeling advisering, ontraden omdat er meer proportionele instrumenten beschikbaar zijn dan een algeheel wettelijk verbod op de functiecombinatie van rechter en het lidmaatschap van de gemeenteraad en de provinciale staten. Volgens de Afdeling advisering moet, gelet op het zwaarwegende belang van het passief kiesrecht, terughoudend worden omgegaan met het regelen van onverenigbaarheden die verder gaan dan het oorspronkelijke wetsvoorstel van de regering. Volgens de Afdeling advisering is niet gebleken dat de bestaande regelingen zodanig tekortschieten dat een generiek, wettelijk verbod zoals voorgesteld in het amendement nodig is om ervoor te zorgen dat mogelijke schijn van belangenverstrengeling of onpartijdigheid in de rechtspraak wordt voorkomen. Met de Afdeling advisering meent de regering dat de combinatie van rechter en volksvertegenwoordiger op decentraal niveau niet gelijkgesteld kan worden aan de combinatie van rechter en volksvertegenwoordiger op nationaal niveau. Omdat de regering het oorspronkelijke wetsvoorstel meer verenigbaar acht met het in artikel 4 Grondwet beschermde passief kiesrecht en vanwege het grote belang van dit wetsvoorstel wordt door middel van deze novelle voorgesteld de wettelijke onverenigbaarheid van het rechterschap met het lidmaatschap van de gemeenteraad en het lidmaatschap van provinciale staten te schrappen. Hierdoor wordt de te regelen incompatibiliteit van het rechterschap weer beperkt tot het lidmaatschap van de Tweede en Eerste Kamer en het Europees Parlement, overeenkomstig het oorspronkelijk ingediende wetsvoorstel.