Voorstel van Rijkswet (01-09-2026) tot goedkeuring van het op 4 december 2025 te Wenen tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Internationaal Atoomenergieagentschap inzake de toepassing van waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen in verband met het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens en Aanvullend Protocol I bij het Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika (Trb. 2026, 21 en Trb. 2026, 94) en de op 4 december 2025 te Wenen tot stand gekomen Briefwisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) inzake de wijziging van Protocol I bij de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het IAEA inzake de toepassing van waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen in verband met het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens en Aanvullend Protocol I bij het Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika (Trb. 2026, 20 en Trb. 2026, 93)
—Dit protocol en verdrag verplichten het Koninkrijk tot het correct en compleet melden van aanwezige splijtstoffen; het tijdig melden van veranderingen in voorraden; het meewerken aan het beantwoorden van vragen van het IAEA; het verlenen van toegang aan IAEA-inspecteurs voor ad hoc of speciale inspecties op de Nederlandse Antillen. Deze verplichtingen versterken de verificatiecapaciteit van het IAEA en maken het mogelijk om met grotere zekerheid vast te stellen dat aanwezig nucleair materiaal uitsluitend vreedzaam wordt gebruikt. Gelet op de beperkte aard en omvang van nucleaire activiteiten in Caribisch Nederland wordt verwacht dat de feitelijke lasten minimaal zullen zijn.
Kamerstukken
(R 2223)