Wetsvoorstel (05-10-2026) tot wijziging van de Leegstandwet naar aanleiding van de evaluatie

—Dit wetsvoorstel is het gevolg van een evaluatie uit 2024 van de Leegstandwet, de tijdelijke instrumenten die als experiment onder de Crisis- en herstelwet mogelijk zijn gemaakt en de mogelijkheden van een leegstandbelasting. Het wetsvoorstel ziet op de instrumenten die gemeenten met behulp van de leegstandverordening kunnen inzetten om leegstand te bestrijden en op tijdelijke verhuur onder de Leegstandwet

Gemeentelijke instrumenten

Het wetsvoorstel brengt de regels over leegstand van gebouwen en woonruimten onder in afzonderlijke hoofdstukken en maakt mogelijk dat onzelfstandige woonruimten onder de reikwijdte van de Leegstandwet komen te vallen. Het onderscheidt de burgerrechtelijke eigenaar van de gebruiksbevoegde: degene die bevoegd is een gebouw of woonruimte te gebruiken of aan een ander in gebruik te geven. De meldplicht en de verplichting tot ingebruikneming rusten op de gebruiksbevoegde; een verplichting tot het treffen van voorzieningen kan alleen worden opgelegd aan degene die daartoe rechtens bevoegd is. Verder regelt het wetsvoorstel een informatieplicht om deze personen te kunnen vaststellen. De termijnen voor het gesprek met gebruiksbevoegde en de eigenaar blijven behouden. Verder wordt het zelf voordragen van gebruikers door de gemeente vervangen door een resultaatsverplichting tot ingebruikneming waarbij de gemeente de huurprijs kan bepalen, waarbij ook de termijnen voor ingebruikname van gebouwen worden aangepast.

Tijdelijke verhuur

Ook voorziet het wetsvoorstel in de mogelijkheid één vergunning voor tijdelijke verhuur te verlenen voor meerdere woonruimten die deel uitmaken van hetzelfde project van afbraak, vernieuwbouw of herstructurering. Verder worden de regels voor tijdelijke verhuur van te koop staande koopwoningen aangescherpt en krijgen gemeenten de bevoegdheid het elektriciteitsverbruik op te vragen bij de distributiesysteembeheerder.

Terugdringen leegstand

De maatregelen beogen langdurige en onverklaarde leegstand tegen te gaan. Zij moeten bijdragen aan de beschikbaarheid van woonruimte in een schaarse woningmarkt en aan het voorkomen van speculatieve leegstand, verloedering en aantasting van de sociale veiligheid. De bevordering van voldoende woongelegenheid sluit aan bij artikel 22, tweede lid van de Grondwet (‘Bevordering van voldoende woongelegenheid is voorwerp van zorg der overheid). Het EHRM heeft het tegengaan van sociale ongelijkheid op de woningmarkt, het voorkomen van vastgoedspeculatie, het bevorderen van de beschikbaarheid van betaalbare woonruimte en het voorkomen van leefbaarheidsproblemen aanvaard als doelstellingen van algemeen belang. De voorgestelde maatregelen dienen volgens de MvT derhalve een legitiem algemeen belang.

Kamerstukken