Wetsvoorstel (05-10-2026) tot wijziging van de Wet hersteloperatie toeslagen in verband met het introduceren van data en termijnen voor brede ondersteuning door Onze Minister en gemeenten (Wet introductie data en termijnen brede ondersteuning hersteloperatie toeslagen)

—Het wetsvoorstel bevat een aantal maatregelen om het proces van brede ondersteuning te verduidelijken en te structureren. Brede ondersteuning ziet op de hulp die gedupeerde aanvragers van een kinderopvangtoeslag en hun gezinnen, (ex-)partners en hun kinderen en nabestaanden (hierna: rechthebbenden) kunnen krijgen voor het maken van een nieuwe start. Gemeenten bieden brede ondersteuning aan in Nederland woonachtige rechthebbenden. Het Ondersteuningsteam Buitenland (OTB) biedt brede ondersteuning aan rechthebbenden die in het buitenland wonen. De belangrijkste maatregel in het voorstel is het introduceren van een einddatum voor brede ondersteuning: de laatste datum waarop een rechthebbende kenbaar kan maken dat hij gebruik wil maken van brede ondersteuning. Als einddatum wordt 31 augustus 2027 voorgesteld. Een uitzondering wordt gemaakt voor personen van wie de gedupeerdheid of de rechtspositie wordt vastgesteld binnen zes maanden voor deze einddatum of pas daarna. Voor hen geldt dat zij toegang hebben tot brede ondersteuning in Nederland en het buitenland tot uiterlijk zes maanden na deze vaststelling. Daarnaast voorziet het voorstel in een maximale termijn voor het aanpassen van het plan van aanpak, dat de basis vormt voor het verlenen van brede ondersteuning. Voor brede ondersteuning in Nederland en in het buitenland wordt vastgelegd dat het plan van aanpak tot uiterlijk twee jaar na het eerste gesprek kan worden aangepast. De looptijd van de toegekende voorzieningen kan langer zijn dan twee jaar, maar na twee jaar kunnen geen nieuwe doelen of voorzieningen meer worden opgenomen of verstrekt. De ondersteuning door medewerkers stopt ook na deze twee jaar, zo blijkt uit de MvT. Tot slot voorziet het voorstel in een harmonisatie van het proces van brede ondersteuning in het buitenland met dat van brede ondersteuning in Nederland door de introductie van vergelijkbare termijnen en een noodzakelijkheidscriterium. Voor het proces van brede ondersteuning in Nederland zijn deze maatregelen per 1 januari 2025 ingevoerd. Hiermee zijn goede ervaringen opgedaan, aldus de MvT.

Raad van State

De Afdeling advisering van de Raad van State is in hoofdlijnen kritisch op twee onderdelen van het wetsvoorstel: de gekozen einddatum voor brede ondersteuning en de toepassing van nieuwe termijnen voor gedupeerden in het buitenland.

1. Einddatum brede ondersteuning (31 augustus 2027)

De Raad van State onderschrijft dat de hersteloperatie moet worden afgerond en dat een einddatum daarbij past. De Afdeling vindt echter onvoldoende gemotiveerd waarom juist 31 augustus 2027 een redelijke en haalbare uiterste aanmelddatum is voor gedupeerden. Volgens de Raad bestaat het risico dat kwetsbare gedupeerden zich niet of te laat melden en dat vlak voor de deadline een grote piek in aanmeldingen ontstaat. Daarnaast ligt de voorgestelde einddatum vóór het moment waarop de financiële compensatie naar verwachting is afgerond (31 december 2027). Veel ouders kunnen volgens de Raad pas goed beoordelen welke ondersteuning zij nodig hebben nadat hun financiële herstel is afgerond. Daarom adviseert de Raad de datum beter te motiveren of een latere einddatum te kiezen.

Volgens de regering hebben inmiddels al veel gedupeerden gebruikgemaakt van brede ondersteuning, zijn er meer dan 32.000 plannen van aanpak opgesteld en is brede ondersteuning al sinds 2020 beschikbaar. Daarnaast geldt een uitzondering voor mensen van wie de gedupeerdheid pas laat wordt vastgesteld; zij krijgen nog zes maanden na die vaststelling om zich aan te melden. Ook wijst het kabinet op afspraken met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), extra communicatie richting gedupeerden en het feit dat gemeenten na aanmelding nog enkele maanden hebben om een plan van aanpak op te stellen. Volgens het kabinet is een looptijd van uiteindelijk ongeveer negen jaar voor deze regeling redelijk. Naar aanleiding van het advies is de memorie van toelichting wel uitgebreid, maar het wetsvoorstel is op dit punt niet aangepast.

2. Termijnen voor brede ondersteuning in het buitenland

De Raad van State begrijpt dat het kabinet de regels voor gedupeerden in het buitenland meer wil laten aansluiten bij die in Nederland. De Afdeling vraagt zich echter af of voldoende rekening is gehouden met de bijzondere omstandigheden van ondersteuning op afstand. Met name de termijn van zes maanden voor het toekennen van financiële tegemoetkomingen voor materiële voorzieningen acht de Raad onvoldoende gemotiveerd. Het risico bestaat dat regels wel formeel worden geharmoniseerd, maar in de praktijk minder goed werkbaar zijn voor mensen in het buitenland. Het kabinet stelt dat juist wel rekening is gehouden met de buitenlandse situatie. Zo wordt voor het opstellen van een plan van aanpak een langere termijn gehanteerd dan in Nederland (twaalf weken in plaats van acht weken) en begint de termijn pas te lopen nadat het eerste gesprek heeft plaatsgevonden. Daardoor telt de vaak langere periode die nodig is om contact te leggen niet mee. Daarnaast wordt de termijn voor remigratie verlengd van één naar twee jaar. Volgens het kabinet blijven de voorgestelde termijnen daardoor passend en uitvoerbaar. Ook hier is vooral de toelichting aangevuld en is het voorstel zelf niet gewijzigd.

Kamerstukken