Wetsvoorstel (20-05-2026) tot Wijziging van artikel 151a van de Gemeentewet in verband met het opnemen van een grondslag voor het verwerken van bijzondere persoonsgegevens met het oog op de naleving, het toezicht en de handhaving van bij verordening gestelde voorschriften aan het bedrijfsmatig gelegenheid geven van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling (Wet gemeentelijk toezicht seksbedrijven)
—Gemeenten kunnen op grond van artikel 151a Gemeentewet bij verordening voorschriften vaststellen ‘met betrekking tot het bedrijfsmatig geven van gelegenheid tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling.’ Op basis van deze grondslag hebben veel gemeenten regels gesteld omtrent de exploitatie van seksbedrijven. Daaronder vallen ook verplichtingen voor de exploitant ten aanzien van de bij hem werkzame sekswerkers. De nakoming van deze verplichtingen door exploitanten vereist de verwerking van persoonsgegevens van sekswerkers. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft geoordeeld dat voor deze verwerking, gelet op de gevoelige aard van de betreffende gegevens, de door de AVG vereiste wettelijke grondslag op dit moment ontbreekt. Het gevolg hiervan is dat gemeenten geen effectief sekswerkbeleid kunnen voeren, zoals is beoogd met de afschaffing van het bordeelverbod in 2000 en de invoering van artikel 151a Gemeentewet. Daarom wordt voorgesteld artikel 151a Gemeentewet te wijzigen door in het voorgestelde vierde lid uitdrukkelijk de bevoegdheid op te nemen om bij verordening het verbod tot verwerking van bijzondere persoonsgegevens te doorbreken, indien dit noodzakelijk is in verband met de naleving, het toezicht op de naleving en de handhaving van bij verordening gestelde voorschriften. De AVG kwalificeert gegevens met betrekking tot iemands seksueel gedrag als bijzondere persoonsgegevens. Bij de verwerking daarvan dient de wezenlijke inhoud van het recht op bescherming van persoonsgegevens te worden geëerbiedigd en dienen passende en specifieke maatregelen te worden getroffen ter bescherming van de grondrechten en de fundamentele belangen van de betrokkene. Voor wat betreft de beperking van het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer op grond van artikel 10 Gw geldt ook dat de formele wetgever dit recht mag beperken en die bevoegdheid mag delegeren aan de lagere regelgever, met dien verstande dat op het niveau van de wet de reikwijdte en de structurele elementen moeten worden neergelegd. Het wetsvoorstel verplicht daarom tot het stellen van een aantal waarborgen ter bescherming van deze persoonsgegevens.
Waarborgen
Ten eerste dient bij verordening te worden vastgesteld binnen welke termijn de persoonsgegevens vernietigd dienen te worden. Dit is opgenomen in het voorgestelde vijfde lid. In ieder geval dient vernietiging plaats te vinden zodra de verwerking niet langer noodzakelijk is voor de doeleinden waarmee de verwerking heeft plaatsgevonden, maar geldt daarbij een maximumtermijn van zeven jaar na de eerste verwerking van deze gegevens.
Verder dient ten aanzien van de toegang tot deze bijzondere persoonsgegevens moeten worden voorzien in een autorisatiemechanisme en zal in het loggen van toegang tot deze gegevens moeten worden voorzien. Ook moeten gemeenten iedere vijf jaar een gegevensbeschermingsaudit verrichten en een afschrift van de controleresultaten aan de Autoriteit Persoonsgegevens toezenden.
Ook exploitanten zullen zorg moeten dragen voor de bescherming van de betreffende bijzondere persoonsgegevens en daartoe passende maatregelen nemen. Middels het voorgestelde zevende lid, geldt dat exploitanten in ieder geval maatregelen moeten treffen om de toegang tot bijzondere persoonsgegevens op fysieke of digitale wijze te beperken tot de personen op wie de naleving van de voorschriften rust. Benadrukt wordt dat het uitdrukkelijk niet de bedoeling is dat de bevoegdheid om gegevens van sekswerkers te verwerken wordt gebruikt voor toezicht en handhaving op individuele sekswerkers. Daartoe biedt artikel 151a Gemw ook geen ruimte. De bevoegdheid is bedoeld ten aanzien van het toezicht en de handhaving op exploitanten van seksbedrijven, aangezien zij de normadressant zijn van artikel 151a. Het aanleggen van dossiers over sekswerkers door gemeenten is dus uitdrukkelijk niet toegestaan.