Wetsvoorstel (01-04-2026) tot Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de verstrekking van een aanvullende tegemoetkoming aan studenten die onder het studievoorschotstelsel hebben gestudeerd
—Bij de Wet herinvoering basisbeurs hoger onderwijs heeft de wetgever voorzien in een tegemoetkoming voor studenten die onder het leenstelsel hebben gestudeerd. De regering vindt deze tegemoetkoming te laag. Daarom is de regering voornemens om deze groep studenten een extra tegemoetkoming te geven. De grondslag voor deze tegemoetkoming wordt met dit wetsvoorstel gecreëerd. Verder wordt met dit wetsvoorstel een grondslag gecreëerd om een beperkt aantal nieuwe groepen studenten binnen bovengenoemde groep studenten alsnog in aanmerking te brengen voor de eerstgenoemde tegemoetkoming en in vervolg daarop ook voor de laatstgenoemde tegemoetkoming.
De eerder toegekende tegemoetkoming bedraagt € 35,31 per maand dat een student onder het leenstelsel heeft gestudeerd (prijspeil 2026). Bij de vaststelling van dit bedrag vormde het voor de tegemoetkoming beschikbaar gestelde budget van € 1,0 miljard het kader. De met onderhavig wetsvoorstel voorgestelde aanvullende tegemoetkoming bedraagt € 44,50 per maand dat een student onder het leenstelsel heeft gestudeerd (prijspeil 2026). Bij de vaststelling van dit bedrag vormt het voor de aanvullende tegemoetkoming beschikbaar gestelde budget van € 1,4 miljard het kader. De aanvullende tegemoetkoming wordt net als de eerdere tegemoetkoming in beginsel afgetrokken van de studieschuld van de (oud-)student. Als de (oud-)student geen studieschuld (meer) heeft, dan krijgt hij (het restant van) de aanvullende tegemoetkoming uitbetaald. De regering beschouwt de combinatie van de tegemoetkoming en de aanvullende tegemoetkoming als ‘definitief’. De regering geeft hiermee aan de betrokken groep (oud-)studenten een sluitend betekenisvol financieel gebaar als erkenning. Dit is niet alleen in het belang van de (oud-)studenten die het aangaat, maar ook in het algemeen belang. Met dit gebaar zet de regering een punt achter deze maatschappelijke kwestie.