Besluit van 03-09-2026, Stb. 2026, 264

Besluit houdende wijziging van het Besluit bestuurlijke boete Visserijwet 1963 in verband met de implementatie van Verordening (EU) 2023/2842 over visserijcontrole met betrekking tot de op te leggen administratieve financiële sancties bij ernstige inbreuken

—De herziene controleverordening scherpt de voorwaarden aan voor de sancties bij ernstige inbreuken, waarvoor in Nederland (mede) de bestuurlijke boete wordt toegepast. Ernstige inbreuken betreffen overtredingen van het GVB die een aantasting betekenen van het visserijbeheer gericht op duurzame visserij en zijn overtredingen die ernstige schade voor de visbestanden en de natuur tot gevolg hebben. Vanaf 10 januari 2026 moeten de verantwoordelijken voor die ernstige inbreuken op het GVB een administratieve financiële sanctie opgelegd krijgen van minimaal de waarde van de visserij- of aquacultuurproducten die verkregen zijn als gevolg van het plegen van de ernstige inbreuk. Een wijziging van het besluit is nodig om hier ruimte voor te creëren. Ten tweede was een wijziging van het besluit noodzakelijk, omdat de NVWA, als toezichthouder op de visserijregelgeving, gebruik maakt van permanent digitaal administratief toezicht op onder andere de verplichte (vangst)rapportage. Bij de totstandkoming van het besluit zoals dat in werking trad op 1 april 2024 was nog geen zicht op de volledige omvang die dit toezicht heeft onder de herziene Europese controleverordening. Inmiddels is dit volledig in beeld en geeft dat reden tot aanpassing van het besluit om disproportioneel hoge boetebedragen bij bepaalde overtredingen te voorkomen.

Het besluit is daarnaast aangepast om overtreders in het kader van de binnenvisserij beter in te bedden in de overtrederscategorieën.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2027.