Wet van 1 oktober 2025, Stb. 2025, 315

Wet tot wijziging van de Wet veiligheidsonderzoeken in verband met de invoering van een locatiegebonden verklaring van geen bezwaar en enkele andere wijzigingen ter verbetering van de uitvoerbaarheid van deze wet (Wet verbetering uitvoering Wet veiligheidsonderzoeken)

—Op grond van deze wet kunnen voor bepaalde (vertrouwens)functies, in het belang van de nationale veiligheid, veiligheidsonderzoeken worden uitgevoerd. Het resultaat van dit onderzoek is de weigering of afgifte van een verklaring van geen bezwaar (VGB).

Locatiegebonden verklaring van geen bezwaar

De wet maakt het mogelijk om – naast de bestaande functiegebonden VGB – een locatiegebonden verklaring van geen bezwaar af te geven. Een locatiegebonden VGB blijft geldig als iemand een nieuwe vertrouwensfunctie of werkgever krijgt, maar op dezelfde locatie, bijvoorbeeld een luchthaven, blijft werken.

Ook geeft de wet een grondslag voor een register voor actieve vertrouwensfunctionarissen. Verder wordt het mogelijk om een veiligheidsonderzoek uit te laten voeren naar mensen die geen veiligheidsfunctie bekleden, maar waar in het belang van de nationale veiligheid een veiligheidsonderzoek wel wenselijk wordt gevonden. Dit speelt met name op het terrein van economische veiligheid. De betrokkene dient hiermee schriftelijk in te stemmen.

Inwerkingtreding

De wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Inwerkingtredingsbesluit van 20-03-2026, Stb. 2026, 72

Besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet verbetering uitvoering Wet veiligheidsonderzoeken (Stb. 2025, 315)

—De wet treedt in werking met ingang van 1 juli 2026, met uitzondering van:

  1. artikel I, onderdeel A, eerste lid, onder b;
  2. artikel I, onderdeel B, tweede lid;
  3. artikel I, onderdeel E, eerste lid;
  4. artikel I, onderdeel F, tweede lid;
  5. artikel I, onderdeel J, voor zover het betreft het invoegen van artikel 10a, eerste, tweede en vierde lid.

Deze onderdelen treden in werking met ingang van 1 april 2026.

Kamerstukken