Wet van 24-06-2026, Stb. 2026, 155 en inwerkingtredingsbesluit van 24-06-2026, Stb. 2026, 157

Wet tot wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting)

—Deze novelle bij de Wet versterking regie volkshuisvesting (Stb. 2026, 156, NJB 2026/1292) is opgesteld om drie onderdelen van die wet te corrigeren vanwege juridische en praktische bezwaren. Die wet geeft overheden meer mogelijkheden om te sturen op woningbouw, maar enkele amendementen bleken onhoudbaar. Ten eerste vervalt het absolute verbod op urgentie voor huisvesting voor vreemdelingen in de Huisvestingswet 2014, omdat dit in strijd is met het discriminatieverbod in de Grondwet en het EVRM. Ten tweede wordt de regeling geschrapt die de Minister van Volkshuisvesting bevoegd gezag maakt bij termijnoverschrijding voor vergunningverlening van technische bouwactiviteiten. Deze maatregel bleek niet effectief voor versnelling van woningbouw en zou leiden tot uitvoeringsproblemen. Ten derde wordt de regeling voor het voorkeursrecht aangepast: de koppeling met voortgang in ruimtelijke planvorming wordt hersteld, het hervestigingsverbod van twee jaar keert terug en de maximale geldingsduur blijft zestien jaar en drie maanden, in plaats van de voorgestelde verlenging naar twintig jaar. Hiermee wordt het eigendomsrecht gewaarborgd en blijft het doel om speculatie tegen te gaan behouden. De novelle zorgt ervoor dat de Wet versterking regie volkshuisvesting juridisch houdbaar en praktisch uitvoerbaar blijft, terwijl de regie op volkshuisvesting nog steeds wordt versterkt.

Inwerkingtreding

Inwerkingtreding op 1 juli 2026.

Kamerstukken