Besluit van 22-06-2026, Stb. 2026, 151
Besluit houdende wijziging van het Besluit innovatie strafvordering
—Dit besluit wijzigt het Besluit innovatie strafvordering (Stb. 2022, 352). Dat besluit houdt verband met de Innovatiewet Strafvordering (Stb. 2022, 276), waarmee vooruitlopend op het nieuwe Wetboek van Strafvordering ervaring wordt opgedaan met enkele voor de strafrechtspraktijk relevante vernieuwingen. Voor de vijf onderwerpen uit de Innovatiewet Strafvordering geldt dat bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat zij slechts worden toegepast in een of meerdere arrondissementen en ressorten (artikel 575 Sv). Ook kunnen bij algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over de aanwijzing van een hulpofficier van justitie (artikel 570 lid 2 Sv). Het Besluit innovatie strafvordering voorziet in dergelijke regels. Dat besluit bevat bepalingen ten aanzien van drie van de vijf onderwerpen uit de Innovatiewet Strafvordering:
- I. opnamen van beeld, geluid of beeld en geluid als onderdeel van de verslaglegging (artikel 1);
- II. bevoegdheden van de hulpofficier van justitie (artikel 2); en
- III. mediation na aanvang van het onderzoek op de terechtzitting (artikel 3).
De bepalingen waarin regionale beperkingen zijn opgenomen, komen met dit besluit te vervallen. Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.