Op 1 september 2026 promoveerde Andries Ettema aan de Radboud Universiteit. Als promotoren traden op prof. mr. Danny Busch en prof. dr. Wouter Kalkman. Het proefschrift gaat in op de zorgplicht van pensioenuitvoerders, in het bijzonder van verzekeraars en pensioenfondsen. Pensioen is als arbeidsvoorwaarde een belangrijk ‘financieel product’ voor veel werknemers. De complexiteit van pensioen en de opkomst van premieovereenkomsten, met de daaraan verbonden risico’s en keuzemogelijkheden, maken dat de privaatrechtelijke zorgplicht van de pensioenuitvoerder steeds vaker centraal komt te staan met het oog op een betere bescherming van de belangen van de pensioendeelnemer. Wat de privaatrechtelijke grondslag van deze zorgplicht is, wat zij precies inhoudt en welke omstandigheden bepalend zijn voor de invulling ervan, is echter nog onduidelijk.
In zijn proefschrift analyseert Ettema de privaatrechtelijke zorgplicht van pensioenuitvoerders ten opzichte van (gewezen) pensioendeelnemers en pensioengerechtigden. Hij doet dat door een vergelijking te maken tussen de invulling van de (algemene en bijzondere) zorgplicht van banken en beleggingsondernemingen in de jurisprudentie van de Hoge Raad en het financiële recht en die van pensioenuitvoerders in de pensioenpraktijk. Het proefschrift bevat een beschrijving van de wettelijke voorschriften voor pensioenuitvoerders en de algemene en bijzondere privaatrechtelijke zorgplichten van banken en beleggingsondernemingen. Door vervolgens de koppeling te maken met de contractuele verhoudingen en specifieke kenmerken van de pensioenpraktijk, worden de algemene en bijzondere zorgplichten voor verzekeraars en pensioenfondsen zoveel mogelijk in kaart gebracht. De insteek is daarbij om de wetgeving en schaarse rechtspraak in te delen en te extrapoleren naar de situaties waarin een privaatrechtelijke zorgplicht kan gelden. De grondslag van de privaatrechtelijke zorgplicht van de verzekeraar en het pensioenfonds zal primair berusten op de algemene contractuele rechtsverhouding. Deze is verzekeringsrechtelijk van aard, waarbij de deelnemer begunstigde is. Binnen deze contractuele verhoudingen zijn er zorgplichten, doch deze zijn in beginsel beperkt en kennen niet de verplichting tot het betrachten van de zorg van een goed opdrachtnemer, zoals die voor banken en beleggingsondernemingen meestal wel geldt. Ook zelfregulering verplicht daar nauwelijks toe. Wel geldt dat onder omstandigheden de pensioenuitvoerder een zorgplicht heeft om te waarborgen dat een kennisgeving met informatie de deelnemer daadwerkelijk bereikt, afhankelijk van de aanleiding van de informatie en de kenbare persoonlijke en financiële belangen van de deelnemer daarbij. Als sprake blijkt van een adviesrelatie (in civielrechtelijke zin), zou verder kunnen worden betoogd dat aanvullende zorgplichten gelden.
De privaatrechtelijke zorgplicht van de verzekeraar en het pensioenfonds kan echter ook worden gestoeld op de maatschappelijke positie van de verzekeraar en het pensioenfonds als deskundige aanbieders van een risicovol (en complex) financieel product. Dat betekent dat pensioenuitvoerders tot op zekere hoogte de deelnemer moet beschermen tegen de gevaren van gebrek aan inzicht en lichtvaardigheid. De omvang van de hierop gebaseerde (bijzondere) zorgplicht is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval. Daarbij moet onder meer acht worden geslagen op de deskundigheid en cognitieve capaciteiten van de deelnemer, welk distributiekanaal is gebruikt, hoe ingewikkeld de informatie of de keuze is en welke verzekeringstechnische (geheel of gedeeltelijk verval van dekking) en financiële risico’s (beleggingen, rente, langlevenrisico, inflatie) daaraan verbonden zijn. Afhankelijk van de weging en de ernst van de omstandigheden, kan dit leiden tot informatie-, waarschuwings-, vergewis- of onderzoeksplichten voor de pensioenuitvoerder. Deze zorgplicht leidt tot een eigen, zelfstandige verantwoordelijkheid van de pensioenuitvoerder om te waken voor de gerechtvaardigde en kenbare belangen van de deelnemer en eventueel derden.
Andries Ettema
Zorgplichten van verzekeraars en pensioenfondsen
Verschenen in de serie Onderneming en Recht, deel 171
Wolters Kluwer 2026, 512 p., € 92,50
ISBN 978 90 1318 560 7