
De schendbaarheid van de wet in Suriname
De ontwikkeling van het constitutioneel toetsingsrecht en de toekomst van het Constitutioneel Hof
Op 26 juni 2026 zond het kabinet het wetsvoorstel constitutionele toetsing voor advies naar de Raad van State. Het model dat Nederland daarmee kiest, concrete toetsing van formele wetten aan grondrechten door alle rechters en zonder afzonderlijk hof, past Suriname al sinds 1975 toe, wel aangevuld met een Constitutioneel Hof. Deze bijdrage reconstrueert de herkomst van dat stelsel, analyseert de uitspraken van het Hof over de Amnestiewet en het kiesstelsel en hun doorwerking in politiek en samenleving, en laat zien waarom het Hof desondanks sinds 2025 stilligt. De Surinaamse ervaring leert dat constitutionele toetsing de rechtsstaat daadwerkelijk beschermt, maar alleen duurzaam is wanneer het toetsende orgaan institutioneel is verankerd, en dat concrete toetsing door de gewone rechter niet alle constitutionele vragen beantwoordt.
De plaats van GenAI in de opleiding van juristen
Verwachtingen van de juridische arbeidsmarkt
In deze bijdrage onderzoeken de auteurs op empirische wijze de verwachtingen van de juridische arbeidsmarkt ten aanzien van AI-vaardigheden van net afgestudeerde juristen die de rechtspraktijk ingaan. Gebleken is dat de juridische praktijk verwacht dat net afgestudeerde juristen vooral beschikken over klassieke kerncompetenties zoals juridische kennis, taalvaardigheid en kritisch oordeelsvermogen. Daarnaast wordt verwacht, maar in mindere mate, dat zij beschikken over digitale en GenAI-competenties, kennis over wanneer GenAI-tools mogen en behoren te worden gebruikt en vaardigheden om GenAI voor juridisch onderzoek te gebruiken.
Waargebeurde sciencefiction
Juridische herijking in het tijdperk van agentic AI
De ontwikkeling van agentic AI stelt het recht voor problemen die verder gaan dan de regulering van een nieuwe technologie. Naarmate AI-systemen autonomer opereren, zelfstandig strategieën ontwikkelen en handelingen verrichten die hun ontwerpers niet hebben voorzien, komen ook klassieke juridische uitgangspunten onder druk te staan. Begrippen als menselijke controle, aansprakelijkheid, voorzienbaarheid, transparantie en toestemming zijn immers gebaseerd op een werkelijkheid waarin uiteindelijk een mens beslist. De opkomst van autonome AI-agents roept daarom de vraag op of bestaande concepten als controle, aansprakelijkheid, transparantie, voorzienbaarheid en menselijke wil nog bruikbaar zijn wanneer systemen steeds autonomer gaan handelen.
Uitvoerbaarheid van de Wet op de defensiegereedheid
Grenzen aan de groei?
De Wet op de defensiegereedheid moet een snelle opschaling van de Nederlandse krijgsmacht mogelijk maken door juridische belemmeringen weg te nemen. Bij de uitvoerbaarheid van die ambitie kunnen vraagtekens geplaatst worden. De beperkte ruimte in Nederland dwingt tot scherpere keuzes over de aard en omvang van militaire activiteiten. Bovendien zou met bondgenoten over onderlinge specialisatie kunnen worden overlegd.
Geachte redactie
In zijn Vooraf van 7 oktober 2026 (NJB 2026/1757, afl. 31) deelt prof. mr. P.J. Wattel de NJB-lezer mee dat het EHRM is bedoeld voor mensenrechten. Ik wreef mijn ogen uit en las het nog eens. Inderdaad: het staat er echt. Dank, professor, voor deze ontdekking. In hetzelfde bestek wordt mijn werk als advocaat van Joke Kuijt badinerend en misprijzend afgedaan als ‘gezelschapsspel voor juristen’. Die laatste typering kent qua trefzekerheid zijn weerga niet: over kwesties als bijvoorbeeld het fundamentele recht om getuigen te ondervragen, in Nederland al decennialang niet op orde, heeft immers iederéén het bij de tandarts.
Eerder verschenen

NJB 33 (2026)
21 oktober 2026

NJB 32 (2026)
14 oktober 2026

NJB 31 (2026)
7 oktober 2026

NJB 30 (2026)
30 september 2026

NJB 29 (2026)
23 september 2026