Artikelen van Willem Jebbink

TijdschriftNJB 36 (2016) (1)
Een urgente dialoog
Maria Bouwman
In deze bijdrage wordt ingegaan op de gevolgen van artikel 34 EVRM voor de ontvankelijkheid van stichtingen en belangenverenigingen die een beroep doen op artikel 2 en 8 EVRM bij de nationale rechter dan wel bij het EHRM. Daartoe wordt eerst de rol van verzoeker en het slachtofferschap van belangenorganisaties in deze context onderzocht. Vervolgens komt de toepasselijkheid van artikel 34 EVRM voor de nationale rechter aan de orde, en daarna de toepassing van dit artikel vanuit het perspectief van het Nederlandse juridisch kader, de doctrine van het EHRM, van andere mensenrechteninstanties en vanuit het perspectief van de rechter in de meerlagige rechtsorde. Tot slot wordt betoogd waarom, gezien de diverse perspectieven, de Hoge Raad in Urgenda de aanzet zou moeten geven tot een ruimere interpretatie van artikel 34 EVRM.


Lees het hele artikel in Navigator.

Het Harvard open access-licentiemodel in het Nederlands recht
Saskia Woutersen-Windhouwer, Damiaan van Eeten en Arjen de Rooy
Veel universiteiten in de VS kunnen wetenschappelijke artikelen direct open access publiceren. Ze maken daarvoor gebruik van het Harvard open access-licentiemodel. In dit artikel wordt onderzocht of het Harvardlicentiemodel naar Nederlands recht is toegestaan. Dat blijkt het geval. Daarmee wordt het voor auteurs en instellingen in Nederland zeer eenvoudig om aan de open access-eisen van subsidieverstrekkers te voldoen, zoals die onlangs in Plan S zijn geformuleerd.


Lees het hele artikel in Navigator.

De rechter-commissaris in strafzaken … in civiele zaken?
Rosa van Zijl en Willem Jebbink
Volgens een conceptwetsvoorstel van Tweede Kamerleden Koerhuis (VVD) en Van Toorenburg (CDA) moet het beleid inzake strafrechtelijke ontruimingen op de schop. De rechtsbescherming die krakers op grond van het huidige beleid wordt geboden is hun een doorn in het oog. Die zou leiden tot misbruik van regelgeving. Krakers zouden daarmee zelfs de rechtstaat ondermijnen. De vraag is echter of de door hen voorgestelde oplossing wel door de rechtsstatelijke beugel kan. Ook procedureel en vooral wetssystematisch moeten vraagtekens worden geplaatst bij hun plan.


Lees het hele artikel in Navigator.

Mijnbouwschade en schending van de Grondwet?
Paul Bovend'Eert
De wetgever stelt een nieuw bestuursorgaan in, het Instituut Mijnbouwschade Groningen, en kent dit bestuursorgaan de bevoegdheid toe besluiten te nemen op aanvraag om vergoeding van schade. Tegen die besluiten staat beroep open bij de bestuursrechter. Hierop is een discussie losgebarsten over de vraag of geschilbeslechting over schadevergoeding niet bij de civiele rechter thuishoort.


Lees het hele artikel in Navigator.

23 oktober 2019
TijdschriftNJB 31 (2019)
De kater na de PAS-uitspraken
Chris Backes
Er is helaas geen pasklaar antwoord op de vraag welk kader na het sneuvelen van het PAS in de toekomst voor de regulering van stikstofdeposities op natuurgebieden moet gelden. Het antwoord moet interdisciplinair en in overleg met maar niet per se met instemming van alle betrokken partijen worden ontwikkeld. Duidelijk is wel dat een koerswijziging nodig is. De depositie in de sterk overbelaste gebieden moet naar beneden, daadwerkelijk en niet alleen op papier. Het juridisch instrumentarium daarvoor bestaat. De aandacht zou moeten uitgaan naar oplossingen die onnodige administratieve en procedurele lasten voorkomen en waarbij economische belangen niet per se het zwaarst wegen. De grootste innovatie die we na de PAS-uitspraken kunnen realiseren is het maken van daadwerkelijk relevante en moedige keuzes.


Lees het hele artikel in Navigator.

Het overzichtsarrest over medeplegen
Kawa Rasul
In december 2014 wees de Hoge Raad een overzichtsarrest dat de rechtspraktijk handvatten zou (moeten) bieden bij het bewezen verklaren van medeplegen. In deze bijdrage wordt de balans opgemaakt door, inmiddels een aantal jaar later, te bezien of het arrest onder meer de beoogde uitwerking heeft (gehad) op medeplegen-zaken en positief wordt beoordeeld door de gerechtshoven. Afgenomen interviews met dertien gerechtshofmedewerkers en een rechtspraakonderzoek naar 150 hofarresten uit een periode van drie jaar voor en drie jaar na het overzichtsarrest, lijken de conclusie te rechtvaardigen dat het overzichtsarrest over medeplegen een doeltreffende handreiking is aan de gerechtshoven.


Lees het hele artikel in Navigator.

Betalingsonmacht verdient geen vervangende hechtenis
Willem Jebbink
Deze bijdrage werpt licht op het volstrekt zinloos detineren van mensen die een door de strafrechter opgelegde schadevergoedingsmaatregel niet kunnen betalen. Op de fantasieloze en mechanische houding van de betrokken overheidsfunctionarissen. Op het gebrek aan creativiteit van de (civiele) rechter en daarmee gepaard gaand de miskenning van het fundamentele recht op vrijheid. Maar ook wordt een oplossing aangereikt: de uitleg van artikel 5 EVRM door het EHRM biedt meer dan voldoende argumenten om deze nutteloze detentie onrechtmatig te oordelen. Deze rechtspraak noopt tot het achterwege laten van het opsluiten van betalingsonmachtigen.


Lees het hele artikel in Navigator.

De People’s Climate Case
Charald Aal
Onlangs heeft het Gerecht van het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak gedaan in de zaak die bekendstaat als de ‘People’s climate case’.2 De uitspraak is teleurstellend. De rechtzoekenden zijn met een standaardmotivering de deur gewezen. Het is hoog tijd dat de Europese rechter verder kijkt dan zijn jurisprudentie lang is.


Lees het hele artikel in Navigator.

18 september 2019
TijdschriftNJB 44 (2013)
Waar staat water na 2013?
Marleen van Rijswick

Zwanenzang van een roemrijke waterstaatscommissie

Goed waterbeheer is noodzakelijk om in een delta als Nederland te kunnen leven en verdient naar het oordeel van de Commissie van Advies inzake de Waterstaatswetgeving (CAW) permanente en bijzondere zorg. De Commissie wordt per 1 januari 2014 opgeheven. Zij doet een laatste oproep de internationaal en nationaal geprezen Nederlandse waterstaatzorg te koesteren. De Commissie vraagt aandacht voor twee belangrijke ontwikkelingen die van grote invloed zijn op het Nederlandse waterbeheer. Dit zijn de integratie van het waterrecht in het omgevingsrecht en de mogelijke opheffing van de waterschappen als zelfstandig functioneel bestuur.

Toegang tot het recht: grondrecht of kostenpost?
Hugo Arlman en Else Lohman

De huurder van een woonhuis in Delft loopt een betalingsachterstand op van een maand of twee, bij woningcoöperatie Woonbron ‘partner in prettig wonen'. Hij maakt afspraken met de deurwaarder over afbetaling van de achterstand, maar realiseert zich niet dat de zitting bij de kantonrechter en allerlei bijkomende kosten gewoon doorgaan. Een jaar en een verstekvonnis later loopt hij, ondanks regelmatige betalingen, nog steeds achter. Bij een tweede verstekvonnis worden de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van zijn huis uitgesproken. De man zwerft langs vrienden en slaapplaatsen, zijn huisraad is hij kwijt. Een ingeroepen advocaat gaat in verzet, het verstekvonnis wordt door een verse kantonrechter vernietigd en het hoger beroep dat Woonbron daartegen instelt bij het Hof in Den Haag wordt augustus jl. verworpen. De woningcoöperatie wordt bijgestaan door een advocaat van het Zoetermeerse kantoor Bos Van der Burg tarief gewoonlijk 220 per uur. Advocaat Soekarman van de huurder wordt betaald uit een toevoeging. Uitgaande van ‘huurrecht algemeen‘ een forfaitair bedrag van ruim 940, ongeacht het aantal uren. Nog wel.

Noodzaak + eerlijk proces = verdedigingsbelang
Willem Jebbink

Toepassing van criteria voor het beoordelen van getuigenverzoeken in strafzaken is geen hogere wiskunde

In strafzaken speelt een belangrijke rol welke maatstaf wordt gehanteerd bij de beoordeling van getuigenverzoeken. Zoals recentelijk nog door de Hoge Raad is onderstreept, is toetsing aan het zogeheten verdedigingsbelang aan strikte, bijna formalistische voorwaarden gebonden. Wordt aan die voorwaarden niet voldaan, dan geldt het noodzaakcriterium. Omdat echter volgens de wetgever het horen van getuigen noodzakelijk is als de waarborgen van art. 6 EVRM dat eisen, versmelten bij deugdelijk onderbouwde verzoeken noodzaak en verdedigingsbelang. Dat maakt een beschouwing van de rechtspraak van het EHRM inzake het recht op ondervraging van getuigen à décharge inzichtelijk.

Gouverneur Sint Maarten mist bevoegdheden om aanwijzing uit te voeren
Aubrich Bakhuis

Premier Wescott-Williams van Sint Maarten heeft boos gereageerd op de aanwijzing die de rijksministerraad op voorstel van minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op 30 september jl. heeft gegeven aan de Gouverneur van dit land. Wescott-Williams noemt de aanwijzing aan de Gouverneur een ‘constitutionele blunder’ en verwijt Den Haag ‘neokolonialistisch gedrag’. Ze vindt dat de aanwijzing inbreuk maakt op de interne aangelegenheden van haar land, de positie van de Gouverneur schaadt en een gevaarlijk precedent schept. Men kan zich afvragen of het voor de verhoudingen binnen het Koninkrijk wel verstandig is dat de premier zo hoog van de toren blaast. Echter, ten aanzien van de positie van de Gouverneur en de inhoud van de aanwijzing heeft ze wel een punt.

Niet-strafbare uitingen behoren niet strijdig te zijn met de openbare orde
Jan Brouwer

Reactie

11 december 2013
TijdschriftNJB 18 (2013)
Nederlanders, Nederlandse juristen en de Holocaust
Corjo Jansen
Wat wisten de Nederlanders tijdens de Duitse bezetting over het lot van de weggevoerde Joden? Daarover woedt al jaren een verhitte discussie. Aanleiding voor de auteur om onderzoek te verrichten naar de toenmalige kennis binnen de juridische wereld over de Holocaust die plaatsvond. Aan de hand van dagboeken en brieven wordt getracht daar een beeld van te krijgen.
Rechtsbescherming bij plaatsing op een VN-terrorismelijst
Alexander Schild
De conclusie van A-G Bot in de Kadi II-zaak
Aan de Kadi-zaak die nu aan het Hof van Justitie voorligt is de vraag aan de orde in hoeverre de Unierechter de rechtmatigheid van een plaatsing op een VN-terrorismelijst dient te onderzoeken. In het licht van de principiële stellingname in Kadi I dat de Unierechter een VN-listing ‘in beginsel volledig’ aan de grondrechten dient te toetsen, is het niet heel waarschijnlijk dat het Hof van Justitie nu op zijn schreden zal terugkeren. In dat geval zal de Unierechter in een beroep de relevante verordening kunnen blijven vernietigen, zolang de (de)listing-procedure niet is omkleed met adequate rechtswaarborgen op VN-niveau. In dat laatste kan en zou echter moeten worden voorzien.
Hoe zuiver is de strafkamer van de Hoge Raad?
Willem Jebbink
Achterwege laten ambtshalve cassatie in evidente gevallen is in strijd met onze cassatieprocedure en het EVRM
Volgens de auteur heeft de strafkamer van de Hoge Raad in HR 9 oktober 2012, NJ 2013, 53 een huiveringwekkend standpunt ingenomen. Hij betoogt dat de hoogste rechter welbewust een evident onjuiste veroordeling in stand laat, louter omdat daartegen geen klacht was geformuleerd door de cassatieadvocaat. Daardoor zou de Hoge Raad zonder rechtshistorische of democratische legitimering zijn eigen kerntaak om rechtsbescherming te bieden, miskennen. Deze gang van zaken lijkt in strijd met art. 6 EVRM.
Niet alleen de definitie is verkeerd, er is ook geen sprake van een evaluatie
Heleen Weyers
Reactie op artikel Den Hartogh
Dianne Vastenavond
3 mei 2013