Nederlands Juristenblad 22
23 juni 2026
2026/6
De toepassing van herstelrecht bij grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer
De toegenomen aandacht voor grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer heeft geleid tot een nadruk op normhandhaving en sanctionering. Hoewel deze aanpak in bepaalde gevallen noodzakelijk is, blijft de vraag hoe de schade aan onderlinge verhoudingen kan worden hersteld daarin onderbelicht. Het herstelrecht vertrekt vanuit een andere invalshoek. Daarin staan dialoog, verantwoordelijkheid en herstel van verhoudingen centraal. In dit artikel wordt onderzocht in hoeverre herstelrechtvoorzieningen een waardevolle aanvulling kunnen vormen op het bestaande arbeidsrechtelijk instrumentarium bij de aanpak van grensoverschrijdend gedrag.

[verder lezen in InView]

Wanneer verklaren levensgevaarlijk is
Een toetsingskader voor psychische overmacht bij ernstige dreiging
Als dreiging een reden is voor een verdachte om niet te willen of kunnen verklaren ontstaat een spanningsveld. Een beroep op psychische overmacht vereist een voldoende concrete feitelijke onderbouwing. Maar juist de dreiging – bijvoorbeeld vanuit de georganiseerde criminaliteit – staat eraan in de weg dat openheid van zaken kan worden gegeven. Dit artikel onderzoekt hoe de strafrechter met zo’n spanningsveld kan omgaan en ontwikkelt een toetsingskader voor gevallen waarin een beroep op psychische overmacht niet of slechts beperkt kan worden geconcretiseerd vanwege ernstige dreiging.

[verder lezen in InView]

Voorkomen is beter dan genezen
Over niet-naleving van rechterlijke uitspraken in algemeenbelangacties
Algemeenbelangacties roepen politieke wrevel en discussie op, vooral als de uitkomst ingrijpt in gevoelige beleidsdossiers. Die discussie richt zich vaak op de rol van de rechter en de toegang tot het recht voor belangenorganisaties. Minder aandacht is er voor een minstens zo wezenlijk vraagstuk: de niet-naleving van rechterlijke uitspraken in algemeenbelangacties door de overheid. Dit artikel belicht die ‘achterkant’ en onderzoekt in hoeverre het huidige instrumentarium om naleving te bewerkstelligen toereikend is. Met inspiratie uit Zuid-Afrika wordt verkend welke alternatieve remedies denkbaar zijn om naleving effectiever te waarborgen en zo de rechtsstaat, waarin ook de overheid zich aan rechterlijke uitspraken dient te houden, te versterken.

[verder lezen in InView]

De Drion-broers en de levensbeëindiging
Het denken over levensbeëindiging aan de hand van twee invloedrijke juristen: de broers Jan en Huib Drion. Waar Jan Drion zich al in 1950 juridisch uitsprak over euthanasie onder strikte voorwaarden, verwierf Huib Drion decennia later brede bekendheid met zijn pleidooi voor een zogenoemde ‘pil van Drion’, die ouderen meer regie over hun levenseinde zou moeten geven.

[verder lezen in InView]

Reactie en Naschrift op ‘Co-existerende uitspraken van hoogste rechters in verschillende kolommen’
Reactie Thijs van Aerde
In NJB 2026/297, afl. 6, is een kras staaltje napleiten verschenen. Het gaat om een artikel van de hand van Hans Hofhuis waarin deze het ‘granulietdossier’ bespreekt. Hofhuis was, blijkens voetnoot 1, persoonlijk betrokken bij dit ‘granulietdossier’ aangezien hij één van de procespartijen in deze zaak, Biezeveld, ‘op de achtergrond en als vriendendienst’ in de procedure heeft bijgestaan. Dat verklaart de teneur van zijn bijdrage. Hofhuis verdedigt dat de bestuursrechter en de civiele rechter in het granulietdossier tegenstrijdige uitspraken zouden hebben gedaan, en dat het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) onjuist zou zijn. Beide stellingen zijn onjuist.

[verder lezen in InView]

Naschrift Hans Hofhuis
Enigszins onaardig begint mr. Van Aerde, cassatieadvocaat van GIB, de producente van ‘granuliet’, met het etiketteren van mijn artikel als ‘een kras staaltje napleiten’. Mijn betrokkenheid bij de zaak van de oud-officier van justitie Biezeveld, die als privépersoon was gedagvaard door GIB, heb ik in mijn voetnoot 1 nauwkeurig vermeld. Biezeveld was geen partij in de bestuursrechtelijke procedure bij de ABRvS en was wel partij in de civiele zaak. In deze zaak is Biezeveld volledig in het gelijk gesteld. Zo bezien valt er voor hem – en a fortiori voor mij – dus niets ‘na te pleiten’. Bovendien heeft mijn artikel een bredere strekking dan het nabetrachten van rechterlijke uitspraken.

[verder lezen in InView]

Eerder verschenen
NJB 21 (2026)
18 juni 2026
NJB 19 (2026)
4 juni 2026
NJB 18 (2026)
28 mei 2026
NJB 17 (2026)
13 mei 2026