De rechtsstaat de maat genomen

Het is mogelijk om met een beperkt aantal meetbare indicatoren vast te stellen hoe veilig en rechtvaardig Nederland eigenlijk is, en hoe zich dat ontwikkelt. Door dat te doen, kunnen we een zinniger gesprek voeren over concrete doelen en over de inzet van middelen. En dat is goed voor de rechtsstaat.

In ons artikel 'De staat van veiligheid en rechtvaardigheid' in NJB 2015/741, afl. 16 (p. 1056)   presenteren we een verzameling van 16 meetbare indicatoren die gezamenlijk zichtbaar maken hoe de rechtsstaat er voor staat. We kiezen daarbij voor een manier van kijken naar de rechtsstaat die in de (rechts)wetenschap minder gebruikelijk is: in plaats van een perspectief van hoge doelen of instituties (denk aan Kant en Montesquieu), bepleiten we een perspectief waarin de maatschappelijke opbrengst centraal staat (denk aan Hobbes). Geïnspireerd door de missie van het ministerie van veiligheid en justitie stellen we de vraag: ‘Hoe veilig en rechtvaardig is Nederland eigenlijk en hoe ontwikkelt zich dat?’. We denken daarmee de basis te leggen voor een ander discours over de rechtsstaat; op de lezer doen we een beroep om vanuit zijn of haar deskundigheid een bijdrage te leveren om deze aanzet verder te ontwikkelen en aan te scherpen.

Uit onze exercitie trekken we twee conclusies, en die leiden tot vragen aan de lezer.

Meetbaarheid

De eerste is dat het mogelijk en haalbaar is om een staat van veiligheid en rechtvaardigheid op te maken, op zijn minst vergelijkbaar met “De staat van de economie” die het Ministerie van EZ sinds enige tijd jaarlijks presenteert. We roepen de lezer op om met behulp van dit ontwerp en de onderliggende dataset (zie hiervoor het werkboek) de discussie aan te gaan over hoe het er met veiligheid en rechtvaardigheid in Nederland voorstaat en waar verbeteringen mogelijk zijn. Typische vragen waarvan we hopen dat de lezer zich die zal stellen, zijn: ‘waaraan zou ik de veiligheid en rechtvaardigheid van Nederland aflezen en staat dat ook in de lijst?’ en: ‘kan het met minder indicatoren?’. In dit opzicht is ons voorstel slechts het begin van een discussie over hoe veiligheid en rechtvaardigheid te meten. Kan dat in principe met deze 16 indicatoren, of slaan we daarmee de plank volkomen mis? We hopen dat deskundigen van alle relevante disciplines zich er tegenaan willen bemoeien. Opdat de operationalisering van de staat van veiligheid en rechtvaardigheid scherper wordt en opdat de meetbaarheid zal groeien.

Urgentie

De tweede conclusie heeft meer te maken met de urgentie van inzicht in de veilige en rechtvaardige samenleving. We hebben een aantal argumenten gegeven waarom wij denken dat het hoog tijd is het gebruikelijke gesprek over de instituties van de rechtsstaat te verrijken met gesprek over de doelen en de doelbereiking van die instituties. We hopen dat lezers op basis van de hier gepresenteerde gegevens met elkaar het gesprek aan zullen willen gaan, bijvoorbeeld rond de vraag: ‘hoe veilig en rechtvaardig is het eigenlijk in Nederland’ en vervolgens rond de vraag ‘en ‘hoe verhoudt zich dat tot wat wij doen’? Om dat gesprek is het ons uiteindelijk begonnen.

 

Afbeelding: K. van Beek en M. Kommer

Over de auteur(s)
Max Kommer
Strategisch adviseur
Krijn van Beek
Strategisch adviseur