Artikelen van Paul Zoontjens

Tijdschrift
NJB 26 (2026)
Staatscontinuïteit als constitutioneel beginsel
Wie de Grondwet doorneemt vindt geen bepaling die de overheid expliciet opdraagt het voortbestaan van de Staat te waarborgen. Toch ademt het hele constitutionele bestel uit dat de Nederlandse Staat moet blijven bestaan, blijven functioneren en zijn democratisch-rechtsstatelijk karakter behouden. Van de onmiddellijke troonopvolging bij het overlijden van een koning tot de zorg voor milieu, defensie en de bescherming van de democratische rechtsstaat: achter uiteenlopende grondwettelijke bepalingen lijkt een gemeenschappelijke gedachte schuil te gaan. In deze bijdrage wordt onderzocht of die kan worden opgevat als een zelfstandig constitutioneel beginsel van staatscontinuïteit. Betoogd wordt dat zo’n beginsel inderdaad besloten ligt in het Nederlandse constitutionele recht en dat het verder reikt dan het voorkomen van institutionele machtsvacuüms alleen. Ook de bescherming van de bevolking, het grondgebied, het soeverein gezag en de democratische rechtsstaat behoort tot de constitutionele opdracht om de Staat te bestendigen. Daarmee krijgt de opdracht voor politiek en bestuurlijk handelen in het belang van de continuïteit van de Staat een expliciete plaats binnen het constitutionele discours.
Een arrest dat het debat over onderwijsvrijheid urgent maakt
Met het arrest van de Hoge Raad van 21 april 2026 lijkt een einde te komen aan de sterk gegroeide praktijk van vrijstellingen van de leerplicht op grond van richtingsbedenkingen. Waar ouders sinds 2012 ook bezwaren tegen openbaar onderwijs konden aanvoeren vanuit een persoonlijke levensbeschouwelijke overtuiging, is die route nu vrijwel afgesloten. Het arrest biedt weliswaar een praktische oplossing voor uitvoeringsproblemen bij gemeenten, justitie en leerplichtambtenaren, maar roept tegelijkertijd fundamentele vragen op over de betekenis van onderwijsvrijheid in een steeds sterker gereguleerd onderwijsbestel.
Strafbank of springplank?
Op 20 februari 2026 is de Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen (Wet rivb) in werking getreden. Vormt de Wet rivb een sta-in-de-weg voor het vervolg van de maatschappelijke carrière van een bewindspersoon? In deze bijdrage wordt de zaak van Gijs Tuinman, voormalig Staatssecretaris van Defensie, geschetst ter illustratie van de abstractere onderliggende vraag: hoeveel ruimte hebben gewezen bewindspersonen na inwerkingtreding van de wet nog om vervolgfuncties te accepteren?
Time to change
De huidige Faillissementswet is op 1 september 1896 in werking getreden en viert dus haar 130-jarige bestaan. Dat is ontegenzeggelijk een mijlpaal voor dit bijzondere stuk wetgeving, zoals destijds door (met name) prof. Molengraaff opgesteld. Deze oude en vertrouwde Faillissementswet is echter over haar houdbaarheidsdatum heen. Europese ontwikkelingen dwingen de Nederlandse wetgever inmiddels ook om ingrijpende aanpassingen door te voeren. Vandaar een pleidooi voor de vervanging van de Faillissementswet door een Herstructurerings- en Insolventiewet, mede voortbouwend op de concept-regelingen die reeds beschikbaar zijn.
blog
Een arrest dat het debat over onderwijsvrijheid urgent maakt
Door het rechtscollege wordt een keuze gemaakt die weliswaar een soort van oplossing biedt, maar die ook nieuwe problemen oproept voor deze tijd, nu er teruggevallen wordt op concepten en begrippen die voor een andere – vroegere – tijd geschreven lijken te zijn.


Tijdschrift
NJB 9 (2022)
Onderwijsvrijheid en democratische rechtsstaat
De onderwijsraad heeft een omvangrijk advies gepubliceerd over problemen in verband met de onderwijsvrijheid. Problemen die voor het grootste deel al volop in discussie zijn. De bijdrage van het advies aan deze discussie is bescheiden: veel is al in wetgeving en beleid in gang gezet en het coalitieakkoord van het huidige kabinet borduurt daarop voort. Waar vraagpunten rijzen over de confrontatie tussen de onderwijsvrijheid van bijzondere scholen en de uitgangspunten van de democratische rechtsstaat worden deze in het advies jammer genoeg nauwelijks concreet uitgewerkt. Het is daarnaast een gemiste kans dat er in het advies zo’n beperkte invalshoek is gekozen; dieperliggende problemen op constitutioneel niveau die met de ‘opening’ van het grondwetsartikel in combinatie met het internationaal beschermde recht op onderwijs naar onderwijsvragers, leraren en scholen zijn gemoeid, komen niet expliciet aan bod.
Basiswaarden als bindmiddel, niet als religie
Vanaf augustus 2021 geldt voor scholen de nieuwe burgerschapsopdracht. Scholen zijn met name verplicht werk te maken van de ‘basiswaarden van de democratische rechtsstaat’. Basiswaarden in burgerschapsvorming kunnen zeker een zinvol bindmiddel zijn voor de samenleving, als deze maar rechtsstatelijk van aard blijven zonder levensbeschouwelijke lading of civiele religie. Scholen moeten deze basiswaarden kunnen verbinden met hun specifieke levensbeschouwelijke waarden.
De behoefte aan een nieuwe strafrechtelijke procesmodaliteit
Aan de hand van recente jurisprudentie beschrijft de auteur enkele varianten van procesafspraken en stelt hij de vraag of er geen behoefte is aan een nieuwe strafrechtelijke procesmodaliteit.