Artikelen van Jurgen de Poorter

Tijdschrift
NJB 17 (2022)
Responsieve bestuursrechtspraak
Deze bijdrage gaat op zoek naar handvatten die hogerberoepsrechters kunnen gebruiken bij het vinden van een balans tussen enerzijds het leveren van maatwerk en anderzijds het bewaken van rechtseenheid en het bevorderen van rechtsontwikkeling. Het huidige rechtsbeschermingsstelsel wordt daarbij als uitgangspunt genomen. De zoektocht begint met globale beschouwingen over maatwerk en de functies van hoger beroep in de bestuursrechtspraak. Op basis daarvan worden enige voorstellen geformuleerd om de kool van het maatwerk en de geit van de rechtseenheid en rechtsontwikkeling te kunnen sparen.
Als herstel van vertrouwen het doel is, is herstelbemiddeling het middel
Als iemand een ander iets ernstigs heeft aangedaan en hij wil dat herstellen, zou een goed gesprek hierover bijvoorbeeld kunnen beginnen met: ‘Wat vreselijk dat ik u dit heb aangedaan, het spijt me heel erg, hoe kan ik het goedmaken?’ Daarmee laat de ‘dader’ zien dat hij de behoefte van de gedupeerde centraal stelt. De Staatssecretaris voor Toeslagen en Douane is op weg om deze aanpak leidend te maken in de hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire. Maar zij is er nog niet. De beginselen van herstelrecht kunnen haar helpen om ook de laatste stappen in deze richting te zetten.
Waarom is het herstructureringsregime voor natuurlijke personen zoveel hardvochtiger dan voor ondernemingen?
Het enthousiasme over de Wet homologatie onderhands akkoord, voor ondernemingen in financiële problemen, roept de vraag op of aan natuurlijke personen niet ten minste een vergelijkbare mogelijkheid moet worden geboden om hun schuldenlast te herstructureren. Zij zijn aangewezen op de Wet schuldsanering natuurlijke personen, een regeling die met beduidend meer wantrouwen is opgetuigd dan de WHOA.
Twitteren over grondrechten in tijden van de pandemie
Sinds de coronacrisis zijn de Grondwet en grondrechten een veel grotere rol gaan spelen in de publieke discussie, ook op sociale media. De auteurs van dit artikel bekeken over een periode van 45 dagen alle tweets over grondrechten en de pandemie, en zagen dat de meerderheid daarvan een onjuist beeld van grondrechten schetst. De kloof tussen het beeld dat bestaat van grondrechten in de publieke discussie en de genuanceerde juridische werkelijkheid, lijkt juist in een crisis en met behulp van sociale media te kunnen bijdragen aan een afname van vertrouwen in de overheid. Waar grondrechten worden gebruikt om discussie in de kiem te smoren, bestaat een gevaar voor het functioneren van onze democratische rechtsstaat.
De recidivegronden voor voorlopige hechtenis getoetst aan artikel 5 EVRM
Een deel van de bevelen tot voorlopige hechtenis op de recidivegronden in Nederland lijkt in strijd te zijn met het EVRM. De in dit artikel aangehaalde empirische onderzoeken naar de voorlopige hechtenispraktijk gelegd tegen de eisen die het EHRM stelt aan de recidivegrond wijzen in die richting. Het is voorstelbaar dat een verdragsconforme toepassing van de recidivegronden met zich brengt dat Nederlandse rechters deze gronden voortaan minder vaak mogen toepassen dan nu het geval is. Nader jurisprudentieonderzoek is aangewezen om de juistheid van deze hypothesen te toetsen.

Tijdschrift
NJB 38 (2020)
De rol van empirische assumpties in de rechtsvorming door de hoogste (bestuurs)rechters
In veel zaken waarin de rechter een oordeel moet geven over de proportionaliteit van bijvoorbeeld een inbreuk van regelgeving op fundamentele rechten of waarin de rechter zelf nieuw recht moet creëren, spelen empirische data een belangrijke rol. Soms gebeurt dat expliciet, zoals in de rechtbankuitspraak in de Urgenda-zaak, veel vaker geschiedt dat impliciet. In deze bijdrage wordt besproken hoe in de oordeelsvorming van de hoogste bestuursrechters empirische assumpties omtrent bovenindividuele feiten een rol spelen, maar ook dat rechters een expliciete omgang met empirische data veelal uit de weg te gaan. Een verantwoord gebruik van empirisch bewijs versterkt de legitimiteit van de rechterlijke rechtsvorming en draagt bij aan beter gefundeerd recht. Hiervoor zijn investeringen noodzakelijk in een infrastructuur die een verantwoorde omgang met empirisch bewijs garandeert.
Sepotbeslissingen motiveren aan slachtoffers en de klacht tegen niet-vervolging ex artikel 12 Sv
Het Openbaar Ministerie (OM) poogt al enige tijd het aantal artikel 12 Sv-klachten terug te dringen, de klacht die een belanghebbende mag indienen tegen een beslissing tot niet-vervolging van het OM. Algemeen wordt verondersteld dat de manier waarop een sepotbeslissing kenbaar wordt gemaakt een rol speelt voor slachtoffers bij de beslissing om een klacht in te dienen. In een pilot zijn eerder bij het OM gedurende zekere tijd sepotbeslissingen die als ‘risicovol’ werden beoordeeld uitgebreid gemotiveerd kenbaar gemaakt aan slachtoffers. Het lijkt wellicht een open deur dat een dergelijke uitgebreidere motivering het aantal artikel 12 Sv-klachten zal terugdringen, maar om daar empirische ondersteuning voor te vinden, moet wel het een en ander aan methodologisch gereedschap uit de kast gehaald worden. Met behulp van een speciale analysetechniek (propensity score matching) laat dit artikel zien dat een uitgebreide motivering op een sepotbeslissing de kans op een klacht inderdaad significant verlaagt ten opzichte van een automatisch gegenereerde toelichting op de sepotgrond. Omdat de gegevens niet in een experimenteel design verzameld zijn, en vanwege niet uit te sluiten registratieartefacten, dienen de bevindingen overigens met enige voorzichtigheid geïnterpreteerd te worden.
Een empirisch onderzoek naar feitenrechtspraak over uitleg
Uitleg van overeenkomsten is een vrijwel uitsluitend feitelijke aangelegenheid. Alleen uitspraken van de Hoge Raad bestuderen geeft daarom een vertekend beeld. Lezing van literatuur wekt bovendien de indruk dat het uitlegleerstuk in de loop der jaren steeds complexer is geworden. Maar bespreekt die niet voornamelijk gevallen die zich in de praktijk nauwelijks voordoen? Auteurs analyseerden alle uitspraken uit feitelijke instanties over 2018 die via rechtspraak.nl gevonden konden worden waarin de uitleg van een overeenkomst een centrale rol speelt. Die analyse bevestigt dat het uitlegleerstuk in de praktijk niet zo moeilijk is als men op grond van de literatuur geneigd is te denken.
De linker- en de rechterhand van ‘Den Haag’
Uiterlijk op 1 oktober 2020 hebben dertig regio’s een concept-RES aangeboden aan het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). De afkorting RES staat voor regionale energiestrategie. De RES is door het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat in samenwerking met de koepels IPO, VNG en UvW in het leven geroepen om op decentraal niveau (mede) uitvoering te geven aan de ambities voor de energietransitie uit het Klimaatakkoord.

Tijdschrift
NJB 44 (2019)
Nieuwe digitale (grond)rechten
Door de steeds bredere inzet van digitale technologie door overheden en bedrijven dringt zich een toenemend aantal vragen op over regulering van die technologie, in het bijzonder welke rechten en bescherming burgers zouden moeten hebben. De nadruk ligt daarbij vrijwel altijd op het toepassen en eventueel aanpassen van bestaande (grond)rechten. Wat echter ontbreekt in het debat en het juridisch onderzoek is een bredere discussie over welke nieuwe (grond)rechten burgers zouden moeten hebben in het digitale tijdperk. Slechts een enkele keer komen nieuwe concepten naar boven, zoals het ‘recht om vergeten te worden’. Deze bijdrage gaat in op de vraag welke nieuwe, aanvullende (grond)rechten we zouden bedenken in het digitale tijdperk als we ze nu zouden moeten opstellen, zonder (al te veel) gebonden te zijn aan reeds bestaande grondrechten. In de hoop een breder juridisch debat hierover op te starten, worden uiteenlopende nieuwe rechten voor burgers voorgesteld.
Lees het hele artikel in Navigator.
De juridische randvoorwaarden voor een datagedreven samenleving
Nederland heeft grote ambities ten aanzien van de transformatie naar een data-gedreven samenleving. Er wordt fors geïnvesteerd in technische universiteiten, geëxperimenteerd met smart cities, predictive policing en data-gedreven processen binnen zowel de publieke als private sector, en steeds meer beleids- en besluitvorming wordt geautomatiseerd. Er is een aantal juridische aanpassingen nodig om dit proces in goede banen te leiden: data-gedreven processen moeten beter worden ingekaderd, er dient meer nadruk te komen op de bescherming van maatschappelijke belangen en het procesrecht zou meer ruimte moeten bieden voor vertegenwoordigende, collectieve en algemeen belangacties.
Lees het hele artikel in Navigator.
Effectieve rechtsbescherming bij algoritmische besluitvorming in het bestuursrecht
In toenemende mate oefent het bestuur regelgevende bevoegdheden uit en kent het de wetgever een grote beslissingsruimte toe inzake bestuurlijke bevoegdheden. In de sterk gedigitaliseerde, complexe samenleving maakt het bestuur daarenboven zelf in toenemende mate gebruik van algoritmen ter vervanging van menselijke tussenkomst om de efficiëntie van besluitvormingsprocessen te verhogen, waarbij zowel sprake kan zijn van algoritmische ondersteuning als volledig geautomatiseerde besluitvorming. Aangezien zowel de mogelijkheid tot controle als de (menselijke) tussenkomst van het openbaar bestuur bij algoritmische besluitvorming afnemen, is een inhoudsvolle rechterlijke toetsing van wezenlijk belang voor een effectieve rechtsbescherming. Het black box-karakter van algoritmen, en zeker van zelflerende, kan echter leiden tot het ontstaan van een rechterlijk vacuüm. Hoe kan deze vicieuze cirkel doorbroken worden?
Lees het hele artikel in Navigator.
Artificiële intelligentie en risicotaxatie
De snelle ontwikkeling van artificiële intelligentie werpt een aantal prangende vragen op voor strafrechtjuristen en forensisch gedragsdeskundigen. Risicotaxatie met behulp van AI heeft de potentie om een relatief betrouwbaar middel te worden om inschattingen van recidivegevaar te maken. Een belangrijk vraagpunt is tot hoeveel vals-positieven (precision) en vals-negatieven (recall) de inschatting leidt. Door de ‘kosten’ van verschillende fouten te bepalen en in het algoritme te verwerken, kan het belang van de maatschappelijke veiligheid worden afgewogen tegen het belang dat burgers niet ten onrechte door strafrechtelijk ingrijpen moeten worden getroffen. Een tweede vraagpunt is hoe omgegaan moet worden met biases. Er zijn technische manieren om vooroordelen in de algoritmes tegen te gaan, maar daarbij moet wel de normatieve vraag onder ogen worden gezien hoe dat op een rechtvaardige wijze kan gebeuren. Ten derde zijn AI-algoritmes relatief ondoorzichtig, waardoor zij niet altijd mogelijkheden aanwijzen voor interventies die gericht zijn op rehabilitatie van de veroordeelde.
Lees het hele artikel in Navigator.
De bewijskracht van de blockchain timestamp
In dit artikel wordt verkend in hoeverre bewijs in de vorm van blockchain-transacties naar Nederlands recht het auteursrechtelijke makerschap in juridische procedures kan ondersteunen en of ons procesrecht zulk bewijs toelaat.
Lees het hele artikel in Navigator.