Artikelen van Bert Marseille

Tijdschrift
NJB 4 (2026)
De synthetische deskundige: de rechterlijke toetsing van AI’s gezagsclaim
AI-gegenereerde teksten, zoals de uitvoer van ChatGPT, duiken steeds vaker op in de rechtszaal. Procespartijen presenteren deze teksten vaak als een gezaghebbende bron, alsof de computer een nieuwe soort deskundige of rechtsbron is. De rechtspraak weigert deze autoriteitsclaim echter te honoreren. Een analyse van 79 uitspraken laat zien dat deze afwijzing voortvloeit uit een gebrek aan houvast: AI-uitvoer mist de drie ankers van juridisch gezag. Deze ankers bieden echter meteen ook uitzicht op een route naar een professionele omgang met AI. Op de korte termijn is een professionele motiveringsplicht noodzakelijk. Hiermee wordt AI verbonden aan menselijke autoriteit en rekenschap. Op de lange termijn zal de technologie echter haar eigen naam verliezen: AI slaagt pas wanneer zij als onzichtbaar instrument naar de infrastructurele achtergrond van het recht verdwijnt.
Het gebruik van GenAI door burgers in bezwaarschriften
De snelle opkomst van generatieve artificiële intelligentie (GenAI), zoals ChatGPT en Copilot, beïnvloedt in toenemende mate de wijze waarop teksten worden opgesteld, ook binnen de interactie tussen burgers en overheid. Hoewel aannemelijk is dat door GenAI gebruiken bij het schrijven van bezwaarschriften, ontbreken gegevens over de omvang van dit gebruik en de effecten ervan op de kwaliteit en behandeling van deze stukken. In deze bijdrage wordt verslag gedaan van een exploratief onderzoek naar het gebruik van generatieve AI in gemeentelijke bezwaarprocedures.
Reactie op ‘GenAI aan rechtenfaculteiten: uit voorzorg verbieden’
Van Laarhoven & Van Vugt identificeren terecht fundamentele zorgen over het gebruik van AI-tools, zoals ChatGPT, in het juridisch hoger onderwijs.2 Zo wijzen zij op risico’s rond de schending van auteursrechten, bias, gebrek aan transparantie, de macht van Big Tech en geopolitieke afhankelijkheid.3 Een ‘verbod uit voorzorg’ staat naar onze mening evenwel haaks op de kerndoelen van academisch onderwijs en miskent de realiteit van de juridische beroepspraktijk. Bovendien biedt het geen oplossing voor het mitigeren van de genoemde risico’s.
Naschrift
Wij bedanken Marelle Attinger & Douwe Groenevelt voor hun reactie en bijdrage aan deze belangrijke discussie. Het zal geen verrassing zijn dat wij ons lang niet in alles kunnen vinden.

Tijdschrift
NJB 26 (2025)
De dwangsom in het algemeen belang?
De dwangsom van € 10 miljoen in de stikstofzaak Greenpeace/de Staat bracht vele pennen in beweging over het staatsrechtelijk spanningsveld waarin dergelijke algemeenbelangacties de civiele rechter plaatsen. Deze bijdrage concentreert zich op de ingewikkelde balanceeract die van de civiele rechter wordt gevraagd wanneer belangenorganisaties in algemeenbelangacties tegen de Staat dwangsommen vorderen. Enerzijds past het de rechter in beginsel niet om dwangsommen aan de Staat op te leggen, maar anderzijds is het in het belang van eiser, de samenleving én de rechterlijke macht om een dwangmiddel te kunnen inzetten om naleving van rechterlijke uitspraken te realiseren. Hoe moet daarin de balans worden gevonden?
Regie in de rechtsstaat
De roep om meer regie door de overheid is actueel. Of het nu gaat om de woningbouw, klimaatdoelen of asielopvang: meer regie is noodzakelijk om dergelijke maatschappelijke opgaven te realiseren. Daarmee rijst ook de vraag hoe we deze wens tot meer regie juridisch moeten duiden. Deze bijdrage stelt drie vragen centraal. Als eerste de vraag welke inhoud het begrip regie heeft. In de tweede plaats op welke wijze de roep om meer regie wordt vertaald in juridische instrumenten. Tot slot of de roep om meer regie past in een moderne opvatting van de rechtsstaat, nu daarin steeds vaker niet alleen klassieke uitgangspunten zoals legaliteit en machtenscheiding centraal staan, maar ook effectief en actief handelen van de overheid tot de kern van de rechtsstaatgedachte wordt gerekend. De antwoorden op die vragen worden geïllustreerd met een bespreking van de bestuurlijke vraagstukken waarin regie een rol speelt.
Het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb en het hoorrecht van kinderen
De burger kan ook een minderjarige burger, een kind, zijn. Die minderjarige burger heeft op grond van internationale verdragen een recht om te participeren in procedures die zijn of haar belangen raken. Het hoorrecht van kinderen is niet in de Awb verankerd en komt ook in het wetsontwerp Wet versterking waarborgfunctie Awb niet voor, terwijl met deze wetswijziging wordt beoogd een structurele verbetering van de Awb te bewerkstelligen en de wet aan te passen aan voortschrijdende inzichten over rechten en belangen van burgers in hun relatie tot de overheid. Waarom dan niet voor kinderen?
Welke rechter dient de toetsing van wetten aan de Grondwet ter hand te nemen?
In de Contourennota constitutionele toetsing wordt gepleit voor invoering van rechterlijke toetsing van wetten aan de klassieke grondrechten in de Grondwet, maar ook voor de instelling van een constitutioneel hof. Deze instantie zou bijdragen aan de ontwikkeling van een constitutionele cultuur in Nederland. Het is de vraag of dit het geval is, en hoe zo’n grondwettelijk hof moet worden samengesteld.

Tijdschrift
NJB 10 (2025)
De behandeling van mijnbouwschadezaken door de Rechtbank Noord-Nederland
De Raad voor de rechtspraak gaf de president van de Rechtbank Noord-Nederland de suggestie een kritische reflectie op de behandeling van mijnbouwschadezaken uit te voeren, om na te gaan of de ambitie van toegankelijke, tijdige en maatschappelijk effectieve rechtspraak in mijnbouwschadezaken gehaald werd. Dit leidde tot een door auteurs uitgevoerd onderzoek onder rechters, gerechtsjuristen, recht zoekenden, rechtshulpverleners en medewerkers van het Instituut Mijnbouwschade Groningen. Ook werden zittingen bij de rechtbank geobserveerd en uitspraken bestudeerd. Ten slotte is bij 137 rechtzoekenden die hebben geprocedeerd bij de rechtbank een online vragenlijst afgenomen. In deze bijdrage een verslag van dat onderzoek.
Het steekspel tussen goed werkgeverschap en het vrije mandaat
Op 5 februari 2025 deed de Rechtbank Den Haag uitspraak inzake de vraag of het feitenonderzoek naar oud-Kamervoorzitter Arib rechtmatig door de Griffier en het Presidium is uitgevoerd. Konden de Griffier en het Presidium op basis van de door de rechter geformuleerde grondslag rechtmatig een onderzoek inzake gedragingen van een Kamerlid starten? In dit artikel wordt betoogd dat dit niet het geval is nu deze grondslag niet door de wetgever of de Tweede Kamer zelf in het leven is geroepen. De grondslag verhoudt zich daarmee slecht met de onafhankelijke en zelfstandige positie van Kamerleden.
Verbreding van bestuursrechtspraak?
Het rapport Verbreding van bestuursrechtspraak van de VAR-Commissie Verruiming bevoegdheden bestuursrechter pleit ervoor het stelsel van de bestuursrechtelijke rechtsbescherming te verbeteren door uitbreiding van de rechtsmacht van de bestuursrechter. Ofschoon de gedachte van verbreding van de rechtsmacht van de bestuursrechter in bestuursrechtelijke kring in zijn algemeenheid wordt onderschreven, is vanuit de rechtspraktijk door bestuursrechtelijke juristen op de voorstellen niettemin (deels) wat terughoudend gereageerd. Blijk wordt gegeven van zorg voor het behoud van inbreng van de burgerlijke rechter. Het besef leeft dat een heldere scheiding tussen de rechtsgebieden niet altijd valt te maken. Overlappende rechtsmacht wordt geaccepteerd. Mede tegen die achtergrond rijzen bij de voorgestelde reorganisatie dadelijk enkele vragen, die hier aan de orde worden gesteld ter verdere bespreking van denkbare risico’s, optimalisering van te maken keuzes en ter vergroting van het draagvlak daarvoor, ook in privaat rechtelijke kring.
Het onzalige idee van een constitutioneel hof
In de onlangs aangeboden Contourennota constitutionele toetsing worden een tweetal in het regeerakkoord aangekondigde voorstellen uitgewerkt: invoering van een vorm van constitutionele toetsing door de rechter en de oprichting van een constitutioneel hof. Voor constitutionele toetsing valt veel te zeggen maar bespaar ons een nieuwe instantie, een nieuwe prejudiciële procedure, bespaar ons het moeilijke vraagstuk van de samenloop van prejudiciële procedures en bespaar ons prestigestrijd tussen nationale hoogste gerechten.

Tijdschrift
NJB 14 (2024)
Addendum bij de ‘Kleine Gids voor het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb’
Begin vorig jaar werd het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb in pre-consultatie gebracht. Het voorstel bevatte een groot aantal wijzigingen van de Awb ter versterking van – kort gezegd – de menselijke maat in het bestuursrecht. Inmiddels is de consultatieversie van het wetsvoorstel verschenen, met daarin een aantal aanpassingen ten opzichte van de pre-consultatieversie. De pre-consultatieversie van het wetsvoorstel bracht auteurs op het idee een ‘Kleine Gids voor het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb’ te schrijven, die in NJB 2023/819 werd gepubliceerd. Vanwege de aanpassingen in de consultatieversie leek het hen waardevol met een Addendum op die Kleine Gids te komen. Daarin beschrijven ze de aanpassingen en voorzien die van een eerste reflectie. De vraag die ze zich daarbij stellen is of de aanpassingen verbeteringen betekenen en of de nadere motivering de voorstellen van de regering (nog) overtuigender maken.
Rechtszekerheid en legaliteit in het ecocidewetsvoorstel
‘De wet schiet altijd tekort, niet omdat er iets aan de wet zelf mankeert, maar omdat in vergelijking met de orde die de wet voor ogen heeft de menselijke werkelijkheid noodzakelijk onvolkomen is en daarom geen eenvoudige toepassing van de wet toelaat.’ Ook het wetsvoorstel dat ecocide strafbaar moet stellen, lijdt onder de discrepantie tussen statisch recht en dynamische werkelijkheid. Daardoor schiet dit wetsvoorstel onvermijdelijk tekort. De reden daarvoor is dat de problemen die ten grondslag liggen aan de wens om ecocide strafbaar te stellen filosofisch van aard zijn, en niet zonder meer zijn te vertalen in een wetsartikel.
De rechter en de stand van de wetenschap en praktijk
In Nederland hebben circa één miljoen mensen een zeldzame aandoening, een aantal dat bovendien stijgt door betere diagnostiek. Het hoeft geen betoog dat de mondiale zoektocht naar (veelal extreem dure) behandelmethoden de kosten van de gezondheidszorg verder onder druk zet, waarmee de urgentie van het maken van striktere pakketkeuzes voor de zorgverzekeraars zal toenemen.

Tijdschrift
NJB 7 (2024)
Procedeergedrag van de overheid in procedures bij de bestuursrechter
Het procedeergedrag van de overheid ligt sinds enige tijd onder het vergrootglas. Zoekt de overheid niet te vaak en zonder goede reden de strijd met de burger in procedures bij de rechter? Wie de beschikbare cijfers op een rij zet, ziet dat de overheid in procedures bij de bestuursrechter relatief terughoudend gebruik maakt van de mogelijkheid van hoger beroep – maar ook dat er weinig lijn lijkt te zitten in de bepalende overwegingen van bestuursorganen om wel of geen hoger beroep in te stellen. Dat leidt tot suggesties voor een (nog) meer terughoudend, maar vooral meer doordacht gebruik van het rechtsmiddel van hoger beroep door de overheid.
De ‘Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm’
Het aantal bezwaar- en beroepsprocedures over de WOZ en de Wet BPM is dermate toegenomen dat de Belastingdienst en de belastingrechtspraak daaronder gebukt gaan. Daarnaast worden inmiddels jaarlijks tientallen miljoenen uitbetaald aan procesgemachtigden voor trage en ondermaatse procedures. Voor het Ministerie van Financiën reden om in te grijpen met de ‘Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm’, die inmiddels per 1 januari 2024 in werking is getreden. In deze bijdrage wordt kort uiteengezet waarom deze wet er is gekomen en wat de wet inhoudt. Afgesloten wordt met enkele kritische kanttekeningen.
Bescherming van persoonsgegevens
Dit artikel schetst de historische ontwikkeling van het recht op gegevensbescherming, met bijzondere aandacht voor de betekenis van artikel 8 EU Handvest. Over het karakter en de inhoud van die bepaling bestaat nog veel verwarring, die ook in de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie doorklinkt. Het onderscheid met artikel 7 EU Handvest over het recht op privacy krijgt in dit verband vaak te weinig aandacht.
Reactie op ‘Stijlnabootsing met AI is onrechtmatig’
In het artikel ‘Stijlnabootsing met AI is onrechtmatig’ (NJB 2023/2635, afl. 36) van prof. mr. D.J.G. Visser wordt de stelling verdedigd dat opzettelijke en herkenbare nabootsing van de persoonlijke stijl van een nog levende kunstenaar met behulp van kunstmatige intelligentie onrechtmatig is. Die stelling aanvaard ik.
Naschrift
Aernout Schmidt aanvaardt mijn stelling dat opzettelijke en herkenbare nabootsing van de persoonlijke stijl van een nog levende kunstenaar met behulp van kunstmatige intelligentie onrechtmatig is. Maar hij zet vraagtekens bij een daaruit voortvloeiend verplichting voor aanbieders van generatieve AI om verzoeken om dergelijke voortbrengselen te weigeren.

Tijdschrift
NJB 32 (2023)
Diffuse besluitvorming over noodopvanglocaties voor asielzoekers en tijdelijk ontheemden
De opvang van asielzoekers is een onderwerp dat zowel politiek als maatschappelijk al een aantal jaar voor spanning zorgt. Bestuurders op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau opereren sinds 2021 in crisisstand om opvangplekken te realiseren. In deze bijdrage wordt betoogd dat dit tot diffuse besluitvorming leidt die democratische legimitatie ontbeert. Een grondige herijking van uitoefening van bevoegdheden en toewijzing van taken is van belang en het is de vraag of de beoogde Spreidingswet hieraan tegemoet komt.
Het ‘nieuwe’ College van procureurs-generaal
Het flink vernieuwde College van procureurs-generaal maakte daags na aantreden van de nieuwe voorzitter een mission statement wereldkundig: ‘Nieuw College, nieuwe accenten’. Vergelding lijkt daarin weer voorop te staan als doel van strafrechtelijke handhaving. Samenwerkingsverbanden die op de preventie van strafbare feiten zijn gericht krijgen minder prioriteit. Zal de soep werkelijk zo heet gegeten worden? Een welwillende lezer vindt toch enige nuance.
De schikkingspraktijk van de civiele rechter in handelszaken
De civiele rechter heeft zichzelf de afgelopen twintig jaar opnieuw uitgevonden als binnengerechtelijke alternatieve geschillenbeslechter. Naast rechtspreken is het bemiddelen tussen partijen tot de kerntaak van de rechter gaan behoren. dit toegenomen belang van schikken tijdens de mondelinge behandeling vergt wel dat daarvoor (nadere) kwaliteitsnormen worden vastgesteld. Die betreffen niet alleen het handelen van de rechter maar ook dat van advocaten.
Het meten van grondwetsinternalisering
‘Grondwet begrepen door gewone mensen’ van Jelle But (NJB 2023/1323) is een fascinerende bijdrage over een uiterst relevant onderwerp, op basis van een enquête onder 1333 respondenten. Het heeft onze gedachten gescherpt over wat moet worden verstaan onder grondwetsinternalisering, hoe je dat verschijnsel kunt meten en in hoeverre Nederlanders grondwettelijke waarden hebben geïnternaliseerd – maar we bleven na lezing van zijn bijdrage ook met een aantal vragen zitten, waardoor we ons afvragen wat de waarde is van de conclusies die But op basis van zijn onderzoek trekt.
Naschrift
Marseille & Wever stellen in hun reactie terechte vragen over het onderzoek naar grondwetsinternalisering. Deze vragen vallen uiteen in twee categorieën: 1) het ontbreken van de methode van gegevensverzameling, waardoor representativiteit, validiteit en generaliseerbaarheid van het onderzoek in het geding komen, en 2) de conceptualisering van het begrip internalisering, onder meer of de vraagstelling en antwoordmogelijkheden wel leiden tot het meten van grondwetsinternalisering – anders dan feitenkennis over grondwettelijke bepalingen. In het verlengde hiervan stellen zij de vraag hoe bevindingen uit het onderzoek te interpreteren.

Tijdschrift
NJB 12 (2023)
Kleine Gids voor het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb
Het in pre-consultatie gebrachte wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb heeft de ambitie om in procedures van besluitvorming en rechtsbescherming de burger met meer consideratie en coulance tegemoet te treden en om bij de inhoud van besluiten meer rekening te houden met diens belang. De nieuw voorgestelde bepalingen betreffen in de eerste plaats het expliciteren van bestaande in de Awb opgenomen verplichtingen en bevoegdheden van bestuursorganen en burgers. In de tweede plaats gaat het om het codificeren van jurisprudentie van de bestuursrechter. In de derde plaats gaat het om het wijzigen van in de Awb opgenomen bevoegdheden en verplichtingen. Een randvoorwaarde die in de toelichting op het wetsvoorstel wordt genoemd is wel dat de voorstellen moeten passen in een ‘realistisch bestuursbeeld’. Uit het wetsvoorstel blijkt op dat punt soms terughoudendheid, maar vaker optimisme over wat bestuursorganen voor elkaar kunnen krijgen.
De wetgever als Zeeuws Meisje
In de preconsultatieversie van het wetsvoorstel versterking waarborgfunctie Algemene wet bestuursrecht wordt voorgesteld de bezwaar- en beroepstermijn van zes naar dertien weken op te rekken bij besluiten die naar verwachting van invloed kunnen zijn op de bestaanszekerheid van mensen. Dit om mensen met minder ‘doenvermogen’ of zij die wat meer tijd nodig hebben om de consequenties van een besluit te doorgronden tegemoet te komen. Zijn zij met een dergelijke verlenging van de termijn werkelijk geholpen?
Demonstratieverboden voor coronabeleidscritici erbarmelijk onderbouwd
In 2020 werd een aantal keer een verbod uitgevaardigd in Den Haag tegen geplande demonstraties van critici van het coronabeleid. In deze bijdrage wordt betoogd dat de demonstratieverboden, in tegenstelling tot wat in daaropvolgende rechterlijke procedures is aangenomen, ondeugdelijk zijn onderbouwd en voor onrechtmatig moeten worden gehouden. Daarbij wordt met name ingegaan op het gezondheidsargument en het veiligheidsargument.

Tijdschrift
NJB 39 (2022)
Hoe kan het burgerperspectief bij de overheid vaste voet aan de grond krijgen?
Het zal geen jurist zijn ontgaan dat het bestuursrecht volop in beweging is. Maar hoe komen alle beoogde veranderingen in het bestuursrecht ook daadwerkelijk terecht in overheidsbesluitvorming? Aan de hand van inzichten uit de psychologie wordt besproken wat hiervoor nodig is. En hoe juristen kunnen bijdragen.
Kanttekeningen bij het advies van de Raad van State over het wetsvoorstel Voltooid Leven
In dit artikel wordt aandacht gevraagd voor enige aspecten van hulp bij zelfdoding die aan de orde zouden moeten komen wanneer wordt overwogen strafbaarheid van hulp bij zelfdoding op te heffen, mits aan wettelijke zorgvuldigheidseisen is voldaan. Zo blijkt noch uit het wetsontwerp dat hiertoe strekt noch uit het Advies van de Raad van State daarover dat hulp bij zelfdoding een bevoegdheid hiertoe werd, toen het EHRM aan artikel 8 lid 1 EVRM ontleende dat een ieder bevoegd is het eigen leven te beëindigen op de wijze die en het tijdstip dat hij verkiest. Ook artikel 2 EVRM biedt geen grond om door het opnemen van de wettelijke voorwaarde van uitzichtloos en ondraaglijk lijden, de mogelijkheid tot zelfdoding te beperken van degene die dit nastreeft.
David Icke een gevaar voor de openbare orde?
Op 3 november 2022 ontzegde de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de Britse complotdenker en antisemiet David Icke voor twee jaren de toegang tot Nederland én de 25 andere Schengen-lidstaten. Icke was uitgenodigd om op 6 november 2022 te spreken op een demonstratie in Amsterdam georganiseerd door Samen voor Nederland. Uit de brief van de staatssecretaris blijkt dat hij van mening is dat Icke een gevaar oplevert voor de openbare orde. De eerste vraag is natuurlijk of van een gevaar voor de openbare orde sprake is. Een tweede vraag is of dat gevaar voldoende is om aan Icke de mogelijkheid te ontzeggen om fysiek aanwezig te zijn bij de demonstratie.
Schadeafwikkeling – van laaghangend fruit en zelfreflectie
Dat sommige letselschadedossiers lang lopen, heeft allerlei oorzaken. Sommige versnellingsinitiatieven werken, andere niet. De oplossingen die de afgelopen jaren zijn bereikt, hebben vruchten afgeworpen. Aan mooie voornemens om het afwikkelingsproces nóg verder te verbeteren geen gebrek. Maar het laaghangende fruit is nu wel zo’n beetje geplukt. Dat komt onder andere door een aantal karakteristieken van het aansprakelijkheidsrecht zélf. Als de wetgever een eind wil maken aan de terugkerende klachten over langlopende dossiers, dan is het verstandig om eens serieus te kijken naar de inherente eigenschappen van het huidige aansprakelijkheidsrecht. Daarnaast zou een eenduidige visie van de overheid op de rol van aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht helpen.
Grensverkenningen door de Autoriteit Persoonsgegevens
Volgens de voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) is het recht op privacy veelomvattend en ziet de AP toe op de naleving daarvan en van alle andere grondrechten uit het EU Handvest. Dit blijkt niet uit het huidig positief recht. De bescherming van persoonsgegevens wordt verward met privacy in de zin van persoonlijke levenssfeer. Een toezichthouder die zowel het begrip ‘privacy’ als veelomvattend en tamelijk absoluut omschrijft en zich daarnaast bevoegd acht ten aanzien van alle grondrechten uit het Handvest, is bezig met serieuze grensverkenningen. Voeg hierbij een mogelijk gebrek aan voldoende institutioneel evenwicht waarbij een instelling rekenschap en verantwoording dient af te leggen tegenover een andere, en we zien ons gesteld voor een groot knelpunt.

Tijdschrift
NJB 38 (2022)
Een tijdelijke Cyberwet maakt nog geen sleepwet
Het voorstel Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma zal naar alle waarschijnlijkheid binnenkort naar de Tweede Kamer gaan. Het wetsvoorstel beoogt de inlichtingen- en veiligheidsdiensten meer slagkracht te geven in hun onderzoek naar landen met een offensief cyberprogramma. Dit artikel gaat in op de verwachte effectiviteit van deze ‘Cyberwet’, en met name die van de voorgestelde wijzigingen rondom de inzet van bijzondere bevoegdheden. Het gaat hierbij vooral om de hackbevoegdheid en de bevoegdheid tot kabelinterceptie. Het kabinet wil de inzet van deze bevoegdheden in de context van offensieve cyberprogramma’s dynamischer maken. Hiermee doet het kabinet een goede poging om het juridisch kader beter te laten aansluiten op de praktijk. Hoewel de Cyberwet sommige drempels voorafgaand aan de inzet van bevoegdheden verlaagt, kan het voorgestelde toezicht tijdens de inzet van bevoegdheden een goede balans opleveren tussen voldoende slagkracht en voldoende waarborgen.
Het negeren van huiselijk geweld is een systeemfout bij de aanpak van ‘complexe’ scheidingen
In 2007 werd het fundament gelegd onder het huidige wetenschappelijke inzicht rond huiselijk geweld. Toen verscheen een boek van de hand van Evan Stark, met de titel Coercive control, how men entrap women in personal life. Daarmee werd huiselijk geweld, dat tot dan gezien werd als fysiek geweld, geherdefinieerd als coercive control. In het Nederlands: dwingende controle of intieme terreur. In de Nederlandse familiewetgeving en -praktijk speelt huiselijk geweld geen rol. Het wordt ook niet genoemd in het Visiedocument (echt) scheiding van ouders met kinderen van de Raad voor de rechtspraak van 10 oktober 2016. Terwijl huiselijk geweld veel voorkomt en zelfs de aanleiding kan zijn tot de scheiding en na de scheiding vaak voortduurt. Om de voornamelijk vrouwelijke slachtoffers en hun kinderen te beschermen zijn drastische wijzigingen in beleid en regelgeving nodig. Deze wijzigingen zijn ook noodzakelijk om te voldoen aan verplichtingen voortvloeiend uit het Verdrag van Istanbul, het Verdrag inzake de Rechten van het Kind en het VN-Vrouwenverdrag (CEDAW).
Op zoek naar rechtsstatelijke cultuur
Het versterken van ons rechtsstatelijk besef is hard nodig. Van veel kanten wordt daarvoor gepleit. Er wordt daarvoor op dit moment een ‘Staatscommissie rechtsstaat’ in het leven geroepen. En een ‘Adviescommissie versterken weerbaarheid democratische rechtsorde’ is zeer onlangs van start gegaan. Juist van juristen – en met name publiekrechtjuristen, wetgevingsjuristen en (andere) overheidsjuristen – wordt op dit vlak veel verwacht. Zij worden wel de ‘hoeders van de rechtsstaat’ genoemd. Maar, zo wil auteur betogen, zij kunnen dat natuurlijk niet alleen. Voor een rechtsstatelijke cultuur is de gehele samenleving nodig. De hamvraag is daarom hoe die verbinding kan worden gelegd. Iets anders is trouwens of dat zo moet als de Minister van Justitie en Veiligheid zich recent voorstelde.
Wolf in schaapskleren?
In aanvulling op ‘Dwarsliggen in schaapskleren – De afdoening van gaswinningsschade door het bestuursorgaan IMG’ door mr. dr. Wilbert Dijkers (NJB 2022, afl. 31) geef ik de volgende cijfers weer. Ik ontleen deze cijfers aan de managementrapportage van het Instituut voor Mijnbouwschade Groningen (IMG) die ik wekelijks krijg toegemaild. De laatste rapportage waarover ik beschik gaat over week 43 (de week van 24 tot 30 oktober).
Geen onderbouwing, geen nieuwsgierigheid, geen ambitie
Wat een teleurstellende analyse van Wilbert Dijkers in ‘Dwarsliggen in schaapskleren’, NJB 2022/2175. Let wel: ik ben niet voor of tegen NAM, IMG, TwG, EZK, de bestuursrechter of de civiele rechter, en al helemaal niet tegen Wilbert Dijkers. Ik gun vooral Groningers met mijnbouwschade een snelle en rechtvaardige procedure. De in de Tijdelijke wet Groningen (TwG) geregelde procedure en de uitvoering daarvan door het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) kunnen vast beter. Maar met het NJB-artikel van Dijkers is niemand geholpen.

Tijdschrift
NJB 10 (2022)
Processuele beslissingen van de bestuursrechter: biased ten gunste van de overheid?
De bestuursrechter kan bij het behandelen van een beroepszaak procedurele beslissingen nemen die ten gunste van de burger of juist ten gunste van het bestuursorgaan kunnen uitpakken. Er is reden om te veronderstellen dat hij vaker beslissingen neemt ten gunste van het bestuursorgaan dan van de burger. Maar klopt die veronderstelling? En mocht die veronderstelling kloppen: is er dan sprake van een bias ten opzichte van het bestuursorgaan, inhoudende dat de rechter ongerechtvaardigd het bestuursorgaan meer processuele mogelijkheden biedt dan de burger?
Herindelen en vertrouwen – een casus
Een nauwkeurige reconstructie van de herindeling van de gemeenten Groningen, Haren en Ten Boer tot de nieuwe gemeente Groningen toont een inkijk in de Nederlandse politieke cultuur die complotdenken in de hand werkt. Dat is niet de opzet van de bestuurders. Zij doen hun werk naar eer en geweten, maar zetten daarbij middelen in die niet stroken met wat veel Nederlanders een rechtvaardige procedure vinden. De oorzaak is terug te voeren naar door burgers ervaren gebrekkige rechtszekerheid. Aan de hand van deze casus wordt onderzocht of dit terecht is.
Van verplichte geestelijke gezondheidszorg naar verplichte anticonceptie?
Met de inwerkingtreding van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) is de jarenlange ethisch-juridische discussie omtrent preventie van onverantwoord ouderschap nieuw leven ingeblazen. Inmiddels is er een heel aantal uiteenlopende rechterlijke uitspraken gewezen over de (on)mogelijkheid om verplichte anticonceptie op te leggen op grond van de Wvggz. Deze bijdrage bespreekt de betekenis van die rechterlijke uitspraken. Op basis van deze jurisprudentieanalyse wordt de wenselijkheid van verplichte anticonceptie binnen de verplichte geestelijke gezondheidszorg beoordeeld.
Waarom werd Wilders veroordeeld?
De Rechtbank Den Haag en het Hof Den Haag veroordeelden Geert Wilders voor zijn ‘minder, minder, minder…’ toespraak op de avond van de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart 2014. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van Wilders met zijn standaardoverweging dat een politicus in het publieke debat de verantwoordelijkheid draagt om te voorkomen dat hij uitlatingen verspreidt die strijdig zijn met de wet en de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat. Daarbij gaat het volgens de Hoge Raad niet uitsluitend om uitlatingen die aanzetten tot haat, geweld of discriminatie, maar ook om uitlatingen die ‘direct of indirect aanzetten tot onverdraagzaamheid’. Die laatste toevoeging is problematisch, omdat aanzetten tot onverdraagzaamheid niet strafbaar is op grond van het Nederlandse strafrecht. Bovendien sprak het Hof Den Haag Wilders vrij van het aanzetten tot haat en discriminatie vanwege het ontbreken van het vereiste opzet bij Wilders. Dat roept de vraag op of zijn veroordeling wel terecht was.