De Commissie voor Internationaal Recht (ILC of de Commissie) werd in 1947 opgericht door de Verenigde Naties en heeft sindsdien de taak om de progressieve ontwikkeling en codificatie van het internationaal recht te bevorderen. Haar 34 leden zijn onafhankelijke experts op het gebied van internationaal recht en worden als geheel geacht de belangrijkste rechtssystemen van de wereld te vertegenwoordigen. In bijna tachtig jaar heeft de ILC een enorme impact gehad op de uitbreiding en ontwikkeling van het internationale rechtssysteem en heeft zij zich stevig gevestigd als een gezaghebbend expertorgaan. Zo zijn meer dan 23 multilaterale verdragen gebaseerd op ontwerpartikelen die door de ILC zijn opgesteld, maar worden haar documenten ook veelvuldig (en nog voor zij in verdragsvorm bestaan) gebruikt en geciteerd door (internationale) hoven en tribunalen. Het succes van de Commissie roept vragen op die niet gemakkelijk te beantwoorden zijn vanuit de gangbare theorie van het internationaal recht, die stelt dat internationale rechtsregels uitsluitend door soevereine staten worden gemaakt. Met name vanaf de jaren negentig, wanneer staten in afnemende mate belangstelling lijken te hebben voor multilaterale samenwerking en het sluiten van multilaterale verdragen via formele wegen, worden herhaardelijk vragen opgeworpen over de rol, het mandaat en het gezag van de Commissie. Belangrijk is dat niet alleen academici zich met deze vragen bezighouden. Tijdens haar vele vergaderingen richt ook de Commissie zich herhaaldelijk op zichzelf – op wat zij doet, en waarom zij dat doet (in tegenstelling tot iets anders). Dit proefschrift van Keri van Douwen biedt een innovatief en uniek systematisch onderzoek naar het zelfbegrip van de Commissie voor Internationaal Recht. Op basis van uitgebreid archiefonderzoek en observerende participatie wordt beargumenteerd dat de Commissie zich niet alleen zeer bewust is van ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden in de internationale rechtsorde, maar hier ook strategisch op inspeelt. De Commissie weet niet alleen van zichzelf dat zij gezaghebbend is, maar streeft er ook naar dat haar documenten zo gezaghebbend mogelijk zijn. De analyse suggereert daarnaast dat existentiële vragen met betrekking tot de functie, de documenten en het gezag van de Commissie – hoewel herhaaldelijk gesteld – geen (bevredigend juridisch-dogmatisch) antwoord vereisen om het werk voort te zetten. Met andere woorden, de Commissie kan haar eigen gezag noch het gezag van de documenten die zij produceert niet verklaren in termen die aansluiten bij de gangbare theorie van het internationaal recht, en kan daarom geen eenduidig antwoord formuleren op haar eigen vragen. Daarvoor is simpelweg een kader vereist dat niet ‘correct’ kan zijn, en dus kan het niet worden geclaimd. In plaats daarvan geeft de Commissie betekenis aan zichzelf door 1) elke noodzaak om haar eigen existentiële vragen te beantwoorden te ontkennen, en 2) (nieuwe) ambigue werkwijzen te creëren die de Commissie in staat stellen haar werk voort te zetten ondanks aanhoudende meningsverschillen tussen haar eigen leden, die vervolgens meer (onbeantwoordbare) vragen oproepen. Zo ontstaat het beeld dat een internationaal juridisch expertorgaan, wiens taak vaak wordt omschreven als het scheppen van helderheid, niet in staat is om haar eigen functie in duidelijke, internationaal juridische termen, te duiden. Het proefschrift is daarmee geen beoordeling van het werk van de Commissie voor Internationaal Recht. Het is niet geïnteresseerd in haar doeltreffendheid of efficiëntie en pleit niet voor wijzigingen in haar mandaat of haar methoden. Het proefschrift illustreert wat juridische experts doen wanneer zij ‘internationaal recht doen’, in al zijn complexiteit. Het geeft daarmee gehoor aan de recente oproep om te heroverwegen op welke wijze en vanuit welke invalshoeken internationale instituties binnen de internationale rechtswetenschap worden bestudeerd.
Van Douwen promoveerde op 17 september 2026 aan de rechtenfaculteit van de Vrije Universiteit. Promotor: prof. dr. Wouter G. Werner. Copromotor: dr. Lianne J.M. Boer.
Keri van Douwen
Seeing the International Law Commission