Procesregels

Laatst werd ik op een bijzonder vonnis gewezen van de Rechtbank Rotterdam.1 Het betreft een nogal doorsnee2 winkeldiefstal met een interessant procesrechtelijk staartje. Het komt er kortweg op neer dat door het OM aan verdachte het doen plegen van winkeldiefstal ten laste is gelegd, maar de tenlastelegging – aldus de politierechter – ‘berust op [hetzij] onvoldoende kennis van het geldende recht, hetzij op onzorgvuldige kennisname van het dossier, hetzij op beide.

Immers, het doen plegen valt niet te bewijzen, nu de diefstal reeds door de verdachte was voltooid op het moment dat zij de tas met stukken vlees aan haar kleinzoon gaf. In zoverre dient vrijspraak te volgen.’

Wat de casus interessant maakt is dat er echter geen vrijspraak volgt. Hoewel de politierechter van mening is dat het ten laste gelegde niet bewezen kan worden volgt er toch een veroordeling. Dat zit namelijk als volgt: ‘Als de politierechter de tenlastelegging niet zo uitlegt, dat de verdachte ook wordt verweten dat zij de stukken vlees eigenhandig heeft gestolen, zou dat moeten leiden tot een integrale vrijspraak op louter (tenlastelegging) technische gronden. Dat zou in strijd zijn met het maatschappelijk belang waarin in deze zaak ook recht wordt gewezen.’ Een veroordeling voor diefstal volgt.

‘Het maatschappelijk belang waarin in deze zaak ook recht wordt gewezen’, daar sloeg ik toch even op aan. Terecht onderkent de politierechter dat het maatschappelijk zeer onwenselijk zou zijn als schuldigen worden vrijgesproken op wat de politierechter noemt ‘technische gronden’. Het kennelijk volledig foutief opstellen van een tenlastelegging is inderdaad zo’n technische grond te noemen. De motivering van de politierechter roept vervolgens echter wel de vraag op of die ‘technische gronden’ – die procesregels die aan alle rechtsgebieden ten grondslag liggen – dan geen maatschappelijk belang vertegenwoordigen. Met groot gemak neemt de politierechter in een enkele zin immers aan dat een vrijspraak ‘in strijd’ zou zijn met hét – nota bene in enkelvoud – maatschappelijk belang. Vertegenwoordigen procesregels dan geen maatschappelijk belang?

Procesregels zijn kwetsbaar. Ze worden nogal eens gepercipieerd als administratieve futiliteiten, die op geëigende momenten een succesvolle vervolging – of in andere rechtsgebieden: rechtsgang – belemmeren. Dat is ook begrijpelijk. Het is, om maar eens een voorbeeld te noemen, uitermate frustrerend als bewijs moet worden uitgesloten in een strafzaak als het onrechtmatig is verkregen. Frustratie kan daarbij omslaan in woede als zo een crimineel de spreekwoordelijke dans ontspringt. Hoe leg je een slachtoffer uit dat een dader onbestraft blijft door een vormfout? Dat vereist nogal wat. De aandrang kan dus erg sterk zijn om de procesregel dan maar wat af te zwakken of zelfs even te vergeten.

Betekent dat dan dat we in voorkomende gevallen procesregels dan maar gelijk moeten offeren op het altaar van de rechtsorde? De politierechter in deze casus lijkt die opvatting toegedaan. Zouden we dat als uitgangspunt nemen, dan zouden we echter een ander maatschappelijk belang offeren, namelijk dat van de rechtsstaat. Procesregels zijn immers de voetsoldaten van de rechtsstaat. Ze beperken de macht van de overheid door overheidshandelen slechts dan legitiem te verklaren wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan. In die zin moest ik, het vonnis lezend, terugdenken aan een lezing over de rechtsstaat van Rik Torfs, rector van de KU Leuven en zelfverklaard groot voorstander van procesregels.3 Haarfijn legde hij de vinger op hun bestaansrecht. Procesregels ‘creëren een stuk onmacht in hoofden van degenen die uiteindelijk het recht moeten [toepassen]. Ze voelen dat er limieten zijn. Dat er toch terreinen zijn die ze niet kunnen begaan. En af en toe worden ze op een onverwachte plek gepakt en hun gevoel van almacht wordt daardoor beperkt’.

Procesregels zijn goed en noodzakelijk voor maatschappij en overheid. Voor de maatschappij omdat procesregels ons allen beschermen tegen arbitrair en normoverschrijdend overheidsoptreden. Laten we niet vergeten dat de fundamenten van een geciviliseerd rechtssysteem – bijvoorbeeld het legaliteitsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel, enz. – in de kern allen procesregels zijn. Procesregels zijn echter ook goed voor de overheid. Het houdt onze staatsdienaren scherp in de uitoefening van hun respectievelijke professies. Wie wordt gecorrigeerd, die leert; het toepassen van procesregels is educatief. In specifieke zaken kan dat tot zeer onbevredigende resultaten leiden, maar het voorkomt juist dat diezelfde fouten vervolgens in andere zaken weer gemaakt zullen worden. Een niet te miskennen belang.

‘Als de politierechter de tenlastelegging niet zo uitlegt, dat de verdachte ook wordt verweten dat zij de stukken vlees eigenhandig heeft gestolen, zou dat moeten leiden tot een integrale vrijspraak op louter (tenlastelegging) technische gronden. Dat zou in strijd zijn met het maatschappelijk belang waarin in deze zaak ook recht wordt gewezen.’ Graag geef ik de politierechter mee nog eens te rade te gaan op welk maatschappelijk belang hij doelt. Of: ‘quis custodiet ipsos custodes’?


Deze Opinie is ook gepubliceerd in NJB 2016/884, afl. 18.

 

  1. Rb. Rotterdam 22 oktober 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:9964, gepubliceerd 23 maart 2016.
  2. Voor zover overigens te beoordelen aan de hand van het vonnis. Het vonnis is niet erg uitgebreid ten aanzien van de feiten van de zaak.
  3. Hij sprak dit betoog uit op 4 december 2014 in de Eerste Kamer in het kader van het symposium ‘Constitutionele vernieuwing: de rechtsstaat van de toekomst’. Zijn rede is terug te vinden op YouTube op het kanaal van ‘NederlandRechtsstaat’.

 

Bron afbeelding: www.verrijkingsstof.nl

Over de auteur(s)
Author picture
Allard Altena
Buitenpromovendus aan de Universiteit Leiden