Allard Altena is buitenpromovendus aan de Universiteit Leiden. Hij promoveert op de relatie tussen regering & parlement binnen de Trias Politica.

Artikelen van Allard Altena

TijdschriftNJB 18 (2016)
De actualiteit van de Rijksdagbrand
Ties Prakken
De geschiedschrijving van de Rijkdagbrand concentreert zich in Nederland om de figuur van Marinus van der Lubbe en zijn dramatisch einde. De Duitse naoorlogse geschiedenis van die brand is echter uitvoerig en de strijd om de waarheid over het hoe en waarom en door wie wordt tot op de dag van vandaag met grote verbetenheid gevoerd. De discussie over de dader(s) in Duitsland is opvallend grimmig verlopen en nog niet ten einde. Deels is deze alleen te begrijpen in het licht van de ongemakkelijke positie van de rechterlijke macht in het na-oorlogse Duitsland.


Lees het hele artikel in Navigator.

Hoe hard is DNA-bewijs?
Marijke Malsch, Jan de Keijser, Egge Luining, Marleen Kranenbarg en Dominique Lenssen
DNA-bewijs geldt als ‘hard’: over de conclusies zou weinig discussie mogelijk zijn. Door nieuwe technologieën worden tegenwoordig echter vaker DNA-mengprofielen en onvolledige profielen verkregen. Deze zijn veel minder eenduidig dan volledige DNA-profielen. Op verzoek schreven DNA-deskundigen uit verschillende landen een DNA-rapport over dezelfde casus met daarbij verschillende typen DNA-profielen. Hun rapporten wijken sterk van elkaar af, evenals hun conclusies over de DNA-profielen. Juridische lezers oordelen vervolgens verschillend over de casus en de conclusies. DNA-bewijs is dus niet altijd ‘hard’ en er zijn reële risico’s voor de waarheidsvinding. De auteurs doen suggesties om een juiste rechterlijke oordeelsvorming over DNA-rapporten te bevorderen.


Lees het hele artikel in Navigator.

De aardgaswinning in Groningen
Dirk Sanderink
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 18 november 2015 een belangrijke uitspraak gedaan over de gaswinning in Groningen. Zij heeft het besluit van de minister van Economische Zaken waarmee hij op grond van de Mijnbouwwet had ingestemd met de voortzetting van de gaswinning vernietigd. Naar haar oordeel is de motivering van de belangenafweging waarop dat besluit berust niet deugdelijk. De minister zal bij zijn nieuwe besluit op basis van een nieuwe belangenafweging moeten beoordelen of ter bescherming van het recht op leven, het recht op respect voor het privéleven en de woning, en het recht op eigendom (verdere) beperkingen van de gaswinning moeten worden voorgeschreven. Deze bijdrage bespreekt deze uitspraak.


Lees het hele artikel in Navigator.

Procesregels
Allard Altena
Laatst werd ik op een bijzonder vonnis gewezen van de Rechtbank Rotterdam. Het betreft een nogal doorsnee winkeldiefstal met een interessant procesrechtelijk staartje. Het komt er kortweg op neer dat door het OM aan verdachte het doen plegen van winkeldiefstal ten laste is gelegd, maar de tenlastelegging aldus de politierechter ‘berust op [hetzij] onvoldoende kennis van het geldende recht, hetzij op onzorgvuldige kennisname van het dossier, hetzij op beide. Immers, het doen plegen valt niet te bewijzen, nu de diefstal reeds door de verdachte was voltooid op het moment dat zij de tas met stukken vlees aan haar kleinzoon gaf. In zoverre dient vrijspraak te volgen.’


Lees het hele artikel in Navigator.

4 mei 2016
Blog
Procesregels
Procesregels zijn de voetsoldaten van de rechtsstaat. Ze beperken de macht van de overheid door overheidshandelen slechts dan legitiem te verklaren wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan.
3 mei 2016 Artikel Allard Altena
Blog
De Raad van State en de voorhangprocedure
Is het niet wenselijk dat de (gezaghebbende) adviezen van de Raad van State inzake de ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur op een eerder tijdstip openbaar worden? En waarom worden ze dat niet?
30 april 2015 Artikel Allard Altena
TijdschriftNJB 17 (2015)
Civiele whiplashzaken
Arvin Kolder
Na het ‘standaardarrest’ Zwolsche Algemeene vs. De Greef I en vele daarop gebaseerde lagere rechtspraak, is de afgelopen periode een tweetal ‘whiplash-arresten’ van de Hoge Raad verschenen. Met de door de Hoge Raad afgegeven signalen lijken nu definitief stappen gezet in een discussie, die tot nog toe in veel whiplashzaken een constructieve regeling van de schade in de weg stond. Maar het ontbreken van ‘objectieve’ neurologische, neuropsychologische en/of psychiatrische afwijkingen en stoornissen, hoeft het aannemen van rechtens relevante klachten en beperkingen niet meer in de weg te staan. De ‘whiplashdiscussie’ gaat daarmee een volgende fase in. In een poging alvast wat lijn aan te brengen, wordt voor dit nieuwe stadium alvast een vijftal (aandachts)punten gesignaleerd. De laatste daarvan luidt dat nu van ieder whiplashslachtoffer, op straffe van sancties, een redelijke opstelling en medewerking in het kader van de schaderegeling wordt verlangd het niet onlogisch is dat (minstens) iets vergelijkbaars zou moeten gelden voor juist (de verzekeraar van) degene die het ongeval heeft veroorzaakt
Rechtseenheid of rechtsstaat als doelstelling van de Awb?
Michiel Scheltema
De belangrijkste opdracht die de VAR nu de Vereniging voor bestuursrecht VAR zich bij haar oprichting stelde was: het brengen van eenheid in het zo sterk verbrokkelde bestuursrecht. Nu, 75 jaar later, is die doelstelling in belangrijke mate bereikt. Mede door de inspanningen van de vereniging kent de Grondwet een bepaling die tot codificatie van algemene regels van bestuursrecht verplicht, is er een Algemene wet bestuursrecht (Awb) gekomen en is de literatuur over het algemeen deel van het bestuursrecht van grote omvang en diepgang geworden. De hoogste bestuursrechters, die enkele decennia geleden elkaars jurisprudentie niet kenden, bevorderen nu de eenheid door in de grote kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak samen aan de hoofdlijnen van de jurisprudentie te werken. Kunnen wij hiermee tevreden zijn? Kunnen wij bijvoorbeeld uit het privaatrecht leren dat een codificatie wel anderhalve eeuw mee kan gaan? Natuurlijk is onderhoudswerk altijd nodig, maar is de basis van het algemeen deel van het bestuursrecht nu niet gelegd?
Over misdaden en straffen
Erik-Jan Broers
In 2014 was het 250 jaar geleden dat de Italiaanse jurist Cesare Beccaria zijn traktaat Dei delitti e delle pene publiceerde. Een traktaat dat hem tot een van de boegbeelden van de strafrechtswetenschap maakte en waardoor hij als een van de belangrijkste wegbereiders van het hedendaagse strafrecht wordt gezien. In deze bijdrage wordt nagegaan in hoeverre deze conclusie terecht is. Daartoe wordt stilgestaan bij enkele van de gedachten die Beccaria ontvouwde en bij een aantal voorstellen die hij daarin deed om het strafrecht van zijn tijd te hervormen. Vervolgens wordt nagegaan in welke mate deze gedachten en voorstellen werden nagevolgd in de strafwetgeving en in de procespraktijk van de West-Europese landen. Aan de hand van resultaten verkregen uit archiefonderzoek naar strafprocessen uit de zeventiende en achttiende eeuw worden ten slotte de periode ‘vóór Beccaria’ en de periode ‘ná Beccaria’ met elkaar vergeleken, om zo de werkelijke impact van diens hervormingsvoorstellen na te gaan.
Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Bas Wallage
Op basis van vaste jurisprudentie van het EHRM wordt een bestuursrechtelijke punitieve maatregel gezien als criminal charge in de zin van artikel 6 EVRM. Vreemdelingengeschillen vallen echter buiten de toepassingsreikwijdte van dit artikel. Uitsluiting van vreemdelingen van de asielprocedure overeenkomstig artikel 1F Vluchtelingenverdrag kan echter zondermeer gezien worden gezien als een punitieve sanctie. Omdat artikel 1F Vluchtelingenverdrag is overgenomen in de Europese Definitierichtlijn kan wel een beroep worden gedaan op het Handvest van de grondrechten waarin vergelijkbare bepalingen zijn opgenomen als in artikel 6 EVRM. Daarom kan worden geconcludeerd dat in zaken waarin artikel 1F aan de orde is strafrechtelijke waarborgen, zoals de onschuldpresumptie, in acht moeten worden genomen.
De Raad van State en de voorhangprocedure
Allard Altena
Het zal geen der lezers van dit magazine zijn ontgaan dat er thans een we mogen wel stellen: stevige discussie wordt gevoerd over de gesubsidieerde rechtsbijstand. Centraal in deze discussie staat onder meer het Besluit houdende wijziging van het Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand en het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000. Dit besluit dat, ondanks een sterk ontradende motie van de Eerste Kamer toch door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie is doorgezet, herziet significant het bekostigingsmodel van de gefinancierde rechtsbijstand.
29 april 2015
Blog
De rol van de Eerste Kamer
Auteur vraagt zich af wat de democratische meerwaarde is van de Eerste Kamer. Is de Eerste Kamer een Raad van State in tweede instantie? En is het behoud van deze Kamer dan nog wel gewenst?
13 maart 2014 Artikel Allard Altena