Artikelen van Willem van Boom

TijdschriftNJB 38 (2019)
Een algemene regeling voor het Right to Challenge
Geerten Boogaard, Esmée Driessen en Willemien den Ouden
Politiek gezien leek een regeling van het uitdaagrecht wat in Den Haag ‘laaghangend fruit’ wordt genoemd. Iedereen is vóór, het moet alleen nog even worden geregeld. En dat kon evenmin veel moeite kosten, was de gedachte. Dat viel nogal tegen. Uitvoering van deze politieke afspraak uit het regeerakkoord bleek nog een hele puzzel. Aan het oplossen van deze puzzel hebben de auteurs van dit artikel een bijdrage geleverd door een mogelijke inhoud van een algemene regeling van het Right to Challenge vanuit juridisch perspectief verder te onderzoeken. De kern van hun conclusie is dat de in het coalitieakkoord overeengekomen regeling een onbegaanbaar pad vormt. In dit artikel reflecteren de onderzoekers op deze ontnuchterende valorisatieervaring, om het onderzoek op een abstracter niveau voort te zetten.


Lees het hele artikel in Navigator.

Eigen verantwoordelijkheid of bescherming tegen verkeerde keuzes?
Willem van Boom, Helen Pluut en Jean-Pierre van der Rest
Het recht is niet eenduidig waar het gaat om de balans tussen eigen verantwoordelijkheid en de bescherming tegen ‘verkeerde keuzes’. Vaak staat de eigen verantwoordelijkheid voorop. Soms biedt het recht bescherming in een vorm van paternalisme waar eigen verantwoordelijkheid om bepaalde redenen niet werkt of niet afdoende wordt gevonden. Wat vinden ‘gewone’ burgers eigenlijk van de keuzes die het recht maakt waar het gaat om het vraagstuk ‘eigen verantwoordelijkheid tegenover bescherming tegen verkeerde keuzes’? De auteurs zochten het uit.


Lees het hele artikel in Navigator.

De vrijheid van meningsuiting van de kritische rechter
Sietske Dijkstra
Artikel 10 EVRM beschermt het recht van rechters om een mening te uiten, ook een kritische: vrijheid als uitgangspunt. Dit uitgangspunt wordt in de rechtspraak van het EHRM gematigd door de eisen die het rechtersambt stelt. Het EHRM positioneert de rechter hierbij als ambtenaar. Het is een status die, door de op de ambtenaar rustende loyaliteitsverplichting, beperkte individuele vrijheid impliceert. Voor de rechter geldt als bijzondere beperking dat hij terughoudend moet zijn als het gezag en de onpartijdigheid van de rechtspraak in twijfel kunnen komen. Als de meningsuiting kan worden beschouwd als een bijdrage aan een publiek debat, bijvoorbeeld over het functioneren van de rechtspraak, verdwijnen de ambtelijke status en de terughoudendheid naar de achtergrond, en krijgt de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting ruimer baan.


Lees het hele artikel in Navigator.

Goedkope Stradivarius
Willem van Tongeren
De verwikkelingen omtrent de verkoop van een Stradivarius brengen de auteur tot een oproep om veel scherper te letten op zowel de goede trouw van de verkrijger van roerende zaken in het kader van artikel 3:86 lid 1 BW als, in voorkomende gevallen, de rechtmatigheid van een verrekeningsverklaring.


Lees het hele artikel in Navigator.

6 november 2019
TijdschriftNJB 36 (2017)
De deskundige blijft in de schijnwerpers staan
Sander Janssen
In alle geschillen waarin een deskundige door het bestuur wordt ingezet, dient de rechter er alert op te zijn dat de burger (eiser, appellant) daarmee niet in een ongelijke processuele positie wordt gemanoeuvreerd. De rechter moet namelijk actief waken tegen een mogelijke onbalans en daarmee tegen schending van het equality of arms-beginsel. Soms zal dat een concrete actie van de rechter impliceren om ontstane ongelijkheid te compenseren. In dit artikel wordt daartoe een aantal mogelijke acties geopperd.


Lees het hele artikel in Navigator.

Zagen aan de stoelpoten van de deskundige of een stoel erbij
Marleen van Geffen
De Centrale Raad van Beroep (CRvB) en de Afdeling bestuursrechtspraak hebben een beoordelingskader ontwikkeld voor de bestuursrechter ten behoeve van zaken waarin een bestuursorgaan zich beroept op een advies van een eigen medisch deskundige. Nu het gros van de rechtzoekenden die procederen tegen het UWV over beperkte financiële middelen beschikt, zou je verwachten dat het nieuwe beoordelingskader de rechter veel vaker dan voorheen zal nopen tot de benoeming van een onafhankelijk deskundige. Maar in geen van de recente uitspraken waarin de CRvB het nieuwe beoordelingskader toepast ziet hij aanleiding tot benoeming van een deskundige. Het financiële onvermogen om zelf een deskundige in te schakelen lijkt daarbij een totaal ondergeschikte rol te spelen. Als deze uitspraken exemplarisch zijn voor de wijze waarop de CRvB invulling wenst te geven aan het nieuwe beoordelingskader, dan zijn we hiermee niet veel opgeschoten.


Lees het hele artikel in Navigator.

Eenvoudiger verklaringsformulier bij derdenbeslag
Jouke Tegelaar en Willem van Boom
Een rechtsgebied waar nog veel winst valt te behalen voor de plain language movement is het beslagrecht. Dit artikel beschrijft een experimenteel onderzoek naar hoe het wettelijk verklaringsformulier bij derdenbeslag vereenvoudigd kan worden. Een goed ingevuld verklaringsformulier is van groot belang voor een juiste, eerlijke uitvoering van een derdenbeslag. De moeilijkheidsgraad van het huidige model kan dat echter belemmeren.


Lees het hele artikel in Navigator.

18 oktober 2017
Blog
Rechtswetenschappelijk onderzoek: een samenvatting van de uitkomsten van een landelijke enquête
In plaats van niets doen of juist blind de kwaliteitszorgsystemen van andere disciplines te kopiëren naar de rechtswetenschap, zou de rechtswetenschap ook als discipline, gevoed door praktijkervaringen en nader onderzoek, verder kunnen bouwen aan kwaliteitszorg op een wijze die rekening houdt met de eigenheid van de rechtswetenschap als kruispuntwetenschap.
20 mei 2015 Artikel Willem van Boom Rob van Gestel
TijdschriftNJB 20 (2015)
Rechtswetenschappelijk onderzoek
Willem van Boom en Rob van Gestel
Ondanks dat er al meer dan een decennium een debat woedt over de wetenschappelijkheid van de rechtswetenschap en de wijze waarop juristen de kwaliteit van hun onderzoek borgen was er nog nooit aan het forum van rechtswetenschappers gevraagd hoe men denkt over onderzoekskwaliteit en de beoordeling daarvan. Met de onderzoeksvisitatie van 2016 in het vooruitzicht zijn de rechtswetenschappers in Nederland nu eindelijk zelf eens bevraagd over hoe men hierover denkt opdat er ook vanuit het wetenschappelijk forum input is voor debatten over kwaliteitszorg. Een selectie van de bevindingen wordt in dit artikel weergegeven. De integrale weergave van het onderzoek, inclusief de methodologische verantwoording en alle tabellen, is op de website van het NJB opgenomen (www.njb.nl/rechtswetenschappelijk-onderzoek). Kern van de zaak is de vraag of er vanuit de rechtswetenschap als discipline niet meer initiatief zou kunnen worden genomen om het lot in eigen hand te nemen. In plaats van niets doen of juist blind de kwaliteitszorgsystemen van andere disciplines te kopiëren naar de rechtswetenschap, zou de rechtswetenschap ook als discipline, gevoed door praktijkervaringen en nader onderzoek, verder kunnen bouwen aan kwaliteitszorg op een wijze die rekening houdt met de eigenheid van de rechtswetenschap als kruispuntwetenschap.
Het Calimero-gevoel van de jurist
Pauline Westerman
Interview met prof.mr. Carel Stolker naar aanleiding van zijn boek Rethinking the Law School: Education, Research, Outreach and Governance, Cambridge: Cambridge University Press 2014, 472 p.
Civiel effect
Margreet Ahsmann
Als juridische faculteiten verantwoordelijk willen zijn voor de vooropleiding van advocaten en rechters dienen zij ook op een academische wijze invulling te geven aan het ‘profiel’ van de afgestudeerde togajurist zodat er een opleidingscontinuüm kan ontstaan, zoals medici met de specialisatieopleidingen doen. De eisen voor het civiel effect vormen dan geen ‘keurslijf’ maar een uitdaging om te kunnen voldoen aan een meerlagige rechtsorde en de ingewikkelde maatschappelijke werkelijkheid. Het gaat er om competente togajuristen te vormen die tot in hun haarvaten beseffen wat ‘recht’ is en hoe dit toe te passen.
Ervaringen van een Vertrouwenspersoon Wetenschappelijke Integriteit
Cyrille Fijnaut
Vertrouwenspersonen Wetenschappelijke Integriteit aan de universiteiten werken over het algemeen in stilte. Gegeven het cruciale maatschappelijk belang dat (geloof in) de integriteit van de wetenschapsbeoefening heeft, is het niettemin wenselijk dat die stilte af en toe wordt doorbroken en derden enig zicht wordt geboden op de integriteitsproblemen zoals die zich in de eerste lijn manifesteren in de universitaire wereld. Dit is in elk geval de bedoeling van deze bijdrage.
19 mei 2015
TijdschriftNJB 26 (2013)
Slavernij en slavenhandel: afgeschaft, verboden, maar niet voorbij
Paul van Sasse van Ysselt
Honderdvijftig jaar geleden werd de slavernij officieel afgeschaft in ons Koninkrijk. Maar de afschaffing van de slavenhandel en slavernij in de negentiende eeuw ten spijt duikt het fenomeen in vele landen, maar ook bij ons, nog steeds en in vele varianten de kop op. De Internationale Arbeidsorganisatie schat het aantal slachtoffers wereldwijd op zo’n 21 miljoen mensen. Dit artikel beoogt inzicht te geven in de uitdagingen waarvoor de overheid zich geplaatst ziet in de bestrijding van de mensenhandel als moderne vorm van slavernij. De internationale rechtsontwikkeling en de hardnekkigheid van het fenomeen worden bezien vanuit de historische achtergrond van de betrokkenheid van Nederland bij de voormalige slavenhandel, de aanloop naar de afschaffing van de slavernij en de nasleep daarvan.
Arbiters en aansprakelijkheid
Evert Dekker en Willem van Boom
Drie aandachtspunten bij herziening arbitragerecht
De wettelijke regeling van arbitrage kent geen bepalingen voor eventuele aansprakelijkheid bij tekortschieten van het arbitrale tribunaal. Kan de arbiter of het arbitrage-instituut aansprakelijk worden gehouden volgens ‘gewone’ maatstaven, of bestaat er in ons recht zoiets als arbitrale immuniteit of een verhoogde aansprakelijkheidsdrempel? Over deze vragen is weinig bekend. Toch is het onderwerp juist nu actueel vanwege het aankomende wetsvoorstel tot herziening van het arbitragerecht. Dit artikel onderzoekt daarom in rechtsvergelijkend perspectief de reikwijdte van de aansprakelijkheid van arbiters en arbitrage-instituten. Besloten wordt met drie suggesties voor de wetgever.
De Hoge Raad en minderheidsopvattingen (dissenting/concurring opinions)
Wouter Limborgh
In dit artikel wordt de Hoge Raad opgeroepen een commissie in te stellen die onderzoek verricht naar en advies uitbrengt over de invoering van een stelsel van minderheidsopvattingen bij de Hoge Raad. De meest overtuigende argumenten voor de invoering van een stelsel van minderheidsopvattingen bij de Hoge Raad komen voort uit de taak van de rechter en het belang van publieke verantwoording. Daarnaast zullen minderheidsopvattingen waarschijnlijk een aanscherpend effect hebben op de motivering van de uitspraken van de Hoge Raad. Van zwaarwegende nadelen is geen sprake. Wel zijn er nog verschillende vragen die moeten worden beantwoord. Gelet op het vernieuwingsproces dat de Hoge Raad doormaakt, is het juist nu tijd dat er ook op dit punt daadwerkelijk stappen worden gezet.
Is de tijd rijp voor terugkeer van de sanctie niet-ontvankelijkverklaring op overschrijding redelijke termijn?
Nikki Vreede
Op 17 juni 2008 oordeelde de Hoge Raad dat overschrijding van de redelijke termijn in strafzaken niet langer niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie tot gevolg kan hebben, ook niet in uitzonderlijke gevallen. Daarbij kende de Hoge Raad veel gewicht toe aan de bescherming die de verjaringsregels, die in 2006 ten voordele van de verdachte tot kortere termijnen leidden, de verdachte bieden. Op 1 april 2013 zijn de verjaringsregels echter aangescherpt en de vraag is dan ook of de waarde die de Hoge Raad in 2008 toekende aan het beschermingsniveau van deze verjaringsregels nog actueel is.
Reactie
Hendrik Kaptein
28 juni 2013