Artikelen van Roel Schutgens

Tijdschrift NJB 28 (2026)
Juridische ruimte voor Defensie
Rowin Jansen en Roel Schutgens
‘Het jaar 2025 stond in het teken van rivaliserende grootmachten die strijden om politieke, militaire, economische en technologische macht. Internationale samenwerkingsverbanden en afspraken die gebaseerd zijn op gedeelde waarden en regels verliezen kracht.’ Met deze constatering opent het meest recente jaarverslag van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD).

[verder lezen in InView]

De Wet op de defensiegereedheid in staatsrechtelijk perspectief
Roel Schutgens en Joost Sillen
De Wet op de defensiegereedheid moet de Nederlandse krijgsmacht in staat stellen sneller en effectiever te reageren op de verslechterde internationale veiligheidssituatie. Het wetsvoorstel neemt juridische belemmeringen weg op uiteenlopende terreinen, waaronder het omgevingsrecht, privacyrecht, arbeidsrecht en aanbestedingsrecht, zodat defensie de noodzakelijke versterking van haar capaciteit kan versnellen. In deze bijdrage wordt deze ingrijpende wet in een staatsrechtelijk perspectief geplaatst. De noodzaak van een sterkere krijgsmacht wordt erkend, al zijn er vraagtekens bij de constitutionele onderbouwing van de wet, het ontbreken van een horizonbepaling en de reikwijdte van de voorgestelde bevoegdheden. Deze ingrijpende belangenafweging vraagt om blijvende democratische verantwoording.

[verder lezen in InView]

De Wodg en het omgevingsrecht
Tonny Nijmeijer
Het wetsvoorstel Wet op de defensiegereedheid geeft de gereedstelling van de krijgsmacht een uitzonderlijk gewicht binnen het Nederlandse recht. Om militaire activiteiten sneller te kunnen uitvoeren, maakt het voorstel het mogelijk om onder bepaalde voorwaarden af te wijken van bestaande omgevingsrechtelijke regels. Daarmee verschuift het evenwicht tussen defensiebelangen en de bescherming van de leefomgeving. Deze bijdrage onderzoekt hoe het wetsvoorstel omgaat met de nadelige gevolgen van gereedstellingsactiviteiten voor burgers, natuur en andere belangen in de fysieke leefomgeving, en welke vragen dat oproept voor rechtsbescherming, nadeelcompensatie en Europees natuurbeschermingsrecht.

[verder lezen in InView]

Decentrale overheden als vergeten schakel van de defensiegereedheid?
Hansko Broeksteeg
De voorgestelde Wet op de defensiegereedheid moet Defensie meer ruimte geven om de krijgsmacht snel en effectief gereed te stellen. Maar wat betekent dat voor gemeenten, provincies en waterschappen? Hoe zijn hun bevoegdheden, rechtsbescherming en bestuurlijke positie in het wetsvoorstel geregeld? Deze bijdrage laat zien dat de gevolgen voor decentrale overheden aanzienlijk zijn, terwijl hun positie in het wetsvoorstel opvallend onderbelicht blijft.

[verder lezen in InView]

De Wet op de defensiegereedheid
Rowin Jansen en Bart Jacobs
Met de voorgestelde Wet op de defensiegereedheid krijgt Defensie nieuwe mogelijkheden om informatie te verzamelen, te verwerken en te delen ter voorbereiding op moderne militaire en hybride dreigingen. Waar de regering spreekt van een noodzakelijk instrument voor een informatiegestuurde krijgsmacht, kan ook gevreesd worden voor een verschuiving richting bevoegdheden die traditioneel zijn voorbehouden aan de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. In deze bijdrage wordt onderzocht hoe het nieuwe informatieregime precies is vormgegeven, welke waarborgen het bevat en waar de juridische en maatschappelijke risico’s liggen. Aan de hand van de lessen uit de LIMC-affaire wordt de verhouding tussen defensiegereedheid, privacybescherming en democratische controle geanalyseerd. Zet de Wodg vooral de deur open naar een nieuwe inlichtingenpraktijk binnen de krijgsmacht?

[verder lezen in InView]

16 september 2026
Tijdschrift NJB 33 (2015)
Urgenda en de trias
Roel Schutgens
Op 26 juni beval de Haagse rechter de Staat der Nederlanden om zijn inspanningen ter reductie van de Nederlandse CO2-uitstoot flink op te voeren. Per 2020 moet die uitstoot niet met de binnen de EU overeengekomen 20%, maar met de volgens internationale klimaatwetenschappers hoogst wenselijke 25% zijn teruggeschroefd. De redenering van de rechter bevat twee aspecten die uit constitutioneel oogpunt erg belangrijk zijn en daarom het individuele belang van deze zaak ontstijgen: de toepassing van de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm in algemeenbelangacties en de afweging die in casu op die basis wordt verricht. Deze aspecten worden in dit artikel onder de loep genomen.
Het Haagse klimaatvonnis
Lucas Bergkamp
De Haagse rechtbank had zich onbevoegd moeten verklaren om de vordering van Urgenda tot het opleggen van een bevel aan de Staat tot het wijzigen van het klimaatbeleid te behandelen, omdat het hier een politieke kwestie betreft die aan de andere machten is voorbehouden. Klimaatbeleid vereist complexe wetenschappelijke analyses, politieke afwegingen, verdelingsbeslissingen en dus waardeoordelen waartoe de rechter niet bevoegd en in staat is en waarvoor het positieve recht hem een onvoldoende leidraad biedt. Daarnaast is bij de analyse van de eisen die de rechtbank heeft gesteld aan het oorzakelijk verband tussen enerzijds het Nederlands klimaatbeleid en de emissies vanuit Nederland en, anderzijds, enige bestaande of te verwachten milieuschade in Nederland (of elders), het positieve recht uit het zicht verdwenen.
Urgenda, de zorgplicht en toekomstige generaties
Saskia Fikkers
Door regulering middels zorgplichten kan de complexe discussie of toekomstige generaties überhaupt rechten kunnen hebben en zo ja, hoe die dan vormgegeven zouden moeten worden, ontlopen worden. Het onderscheid tussen huidige en toekomstige generaties is zelfs onnodig complicerend als de belangen van beide gedekt worden door de zorgplicht. Consequentie is wel dat de grens tussen recht en politiek erg vaag wordt.
‘Wat er niet in de Ontslagregeling staat en de gevolgen daarvan’, een reactie
Harry van Drongelen
Van Slooten wijst er in zijn bijdrage in afl. 24 van het NJB op dat de omvang van de Ontslagregeling die op 11 mei 2015 in de Staatscourant is verschenen beperkter is dan de beleidsregels die waren neergelegd in het Besluit beleidsregels ontslagtaak UWV 20104 en die het UWV hanteerde op basis van het oude recht. Ik vrees dat hier onbedoeld twee zaken door elkaar zijn gehaald.
Naschrift
Jaap van Slooten
Van Drongelen reageert op mijn stelling dat de omvang van de Ontslagregeling beperkter is dan die van de voorheen geldende regels. Hij stelt dat hier twee zaken onbedoeld door elkaar zijn gehaald. Dat is niet juist.
29 september 2015
Tijdschrift NJB 8 (2014)
Constitutionele toetsing in de West
Roel Schutgens en Joost Sillen
Sint Maarten het kleinste en minst bevolkte land van het Koninkrijk kent een heus constitutioneel hof. Op 8 november 2013 wees dit Hof zijn eerste arrest. Dit heeft niet alleen curiositeitswaarde maar is voor Nederlandse juristen ook om inhoudelijke redenen interessant. Het arrest geeft een idee hoe constitutionele toetsing in Nederland eruit zou kunnen zien. Bovendien formuleert het Hof enkele interessante ‘uitgangspunten’ die het bij de uitoefening van zijn toetsingsbevoegdheid in acht zal nemen. Tot slot beantwoordt het arrest rechtsvragen waarover ook de Nederlandse rechter zich mogelijk nog zal moeten buigen, zoals de vraag naar de verenigbaarheid van levenslange gevangenisstraf met het EVRM.
Digitale inhoud en consumentenkooprecht
Evert Neppelenbroek
Met de voorgestelde wijze van implementatie van de Europese Richtlijn consumentenrechten worden de bepalingen over consumentenkoop grotendeels van toepassing op digitale inhoud die niet op materiële dragers wordt geleverd. Hiermee lijkt het consumentenkooprecht van toepassing te worden op alle overeengekomen leveringen van digitale inhoud. Vanuit de literatuur, belangenorganisaties en vervolgens de Eerste Kamer is kritisch gereageerd op de onhanteerbaarheid van een dergelijke bepaling. Met een kleine aanpassing van het implementatievoorstel kan aan alle ter berde gebrachte bezwaren tegemoet worden gekomen.
Leugens in de gehandicaptenzorg
Marijke Malsch
Van oudsher kende Nederland een goede institutionele zorg voor gehandicapten met zo’n 100 zorginstellingen. In de jaren negentig is hier verandering in gekomen met de invoering van het, uit het buitenland en vanuit de psychiatrie overgewaaide, concept van ‘community care’. Gehandicapten zouden moeten integreren in de samenleving en zelfstandig moeten wonen in reguliere woonwijken. Prachtig gelegen instellingen voerden met dit beleid als onderliggend motief een uitzettingsbeleid van gehandicapten teneinde hun terrein voor andere (winstgevender) doeleinden open te kunnen stellen. Nu het idee van community care een mislukking is gebleken, de financieel-economische crisis tot een bouwstop heeft geleid en talloze onderzoeken vraagtekens zetten bij de naleving van de Wet Toelating Zorginstellingen in het bijzonder bij het vereiste leefwensenonderzoek is het hoog tijd voor een politieke ommezwaai.
Mag een spermadonor bepalen wie zijn zaad krijgt?
Aart Hendriks
Begin dit jaar bracht het kersverse College voor de rechten van de mens advies uit over de vraag of spermabanken discrimineren als zij bij het ter beschikking stellen van donorzaad rekening houden met de wensen van de donor. Die wensen liggen onder meer op het gebied van gezinssamenstelling, fysieke kenmerken, gedrag, opleiding en religieuze achtergrond van de ontvangers van zijn zaad. Dat enkele spermabanken hun leveranciers terwille zijn, vormt de aanleiding voor dit advies. Waar het College zich op de kaart had kunnen zetten komt het jammer genoeg met een advies vol onbevredigende antwoorden en gemiste kansen. Want hoe zit het bijvoorbeeld met de preferenties van de ontvangende partij?
De onzichtbare cassatieschriftuur
Daan Doorenbos
Waarom wordt de schriftuur waarmee het debat voor de Hoge Raad wordt ingeleid en waarin de rechtsvragen worden opgeworpen waarover de AG en de Strafkamer zich vervolgens uitlaten, niet meegenomen in de publicatie van het arrest? Een arrest kan werkelijk beter worden begrepen wanneer zichtbaar is hoe de klacht(en) waarop wordt beslist luidde(n).
27 februari 2014