Artikelen van Redactie
Het Kenniscentrum Stelsel Gesubsidieerde Rechtsbijstand ziet grote regionale verschillen, waarbij in een aantal regio’s soms geen advocaten met bepaalde specialisaties meer aanwezig zijn. Het onderzoek door het Kenniscentrum is gedaan in opdracht van de Nederlandse orde van advocaten, het ministerie van Justitie en Veiligheid en de Raad voor Rechtsbijstand.
Daarnaast bereikt bijna een derde van de sociaal advocaten in de komende tien jaar de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Omdat het aanbod niet gelijkmatig verdeeld is, kan dit regionaal of bij specifieke rechtsgebieden nog in sterkere mate het geval zijn.
De schaalverkleining neemt toe: er zijn steeds minder advocatenkantoren waar meerdere sociaal advocaten werkzaam zijn, terwijl het aantal eenpersoonspraktijken is toegenomen.
Het rapport “Aanbod in beeld” maakt voor de Raad voor de Rechtsbijstand duidelijk dat, als het grondrecht voor rechtzoekenden op een advocaat in de toekomst ook in de toekomst blijft bestaan, er maatregelen genomen moeten worden om meer nieuwe sociaal advocaten aan te trekken in het stelsel en deze ook te behouden.
Er is een aantal maatregelen nodig: zo is de hoogte van de vergoedingen is voor advocaten die in kantoren werken nog niet op orde, terwijl dit noodzakelijk is om de sociaal kantoren die er nog zijn te behouden
bron: Raad voor Rechtsbijstand
In de campagne toont de politie honderd verdachten van bankhelpdeskfraude en nepagenten op schermen langs de weg, op stations, op televisie, sociale media en op de website van de politie. De verdachten worden eerst onherkenbaar getoond in de nieuwe campagne Game Over?! Als zij zich niet melden, gebeurt dat vanaf 23 maart herkenbaar in beeld. Met de actie wil de politie zowel verdachten opsporen als nieuwe daders afschrikken.
Volgens de politie is het massaal verspreiden van de beelden nodig om aandacht te vragen voor het enorme aantal oplichtingen. De fraudeurs doen zich dan voor als politieagenten die bijvoorbeeld bankpassen of sieraden komen ophalen.
Het aantal meldingen van telefonische helpdeskfraude is volgens de politie nog veel groter. Oplichters bellen hun slachtoffers dan op en halen ze over om inloggegevens te delen, bijvoorbeeld om daarna de bankrekening te plunderen.
Het Openbaar Ministerie heeft voor iedere verdachte afzonderlijk toestemming gegeven voor het gebruik van de bewakingsbeelden in de campagne. De politie denkt dat er meer van dit soort campagnes zullen volgen.
Onder verdachten staat het oplichten van mensen bekend als de 'F-game'. Daarom heeft de politie de campagne 'Game Over' genoemd. Game Over?! is een initiatief van het Landelijk Team Opsporingscommunicatie, onderdeel van het Politiedienstencentrum, in samenwerking met het landelijk programma gedigitaliseerde criminaliteit en het Openbaar Ministerie.
Bron: nos.nl
Stichting Bureau Clara Wichmann heeft het College in de collectieve zaak gevraagd om te beoordelen of de Staat vrouwelijke rechters discrimineert met het ‘laatstverdiend salaris’ criterium. De Staat hanteerde dit criterium sinds 1994 bij het inschalen en belonen van rechters. Dit houdt in dat voor de inschaling wordt aangesloten bij het salaris dat iemand verdiende vóór de overstap naar de rechterlijke macht. Bureau Clara Wichmann stelt dat dit inschalings- en bezoldigingsbeleid vrouwen discrimineert, omdat vrouwen gemiddeld een lager laatstverdiend salaris hebben.
Het College beoordeelt in deze zaak de inschalings- en beloningssystematiek over de periode van 1994 tot en met 1 juli 2023, de periode waarin het criterium ‘laatstverdiend salaris’ wordt toegepast.
Het ‘laatstverdiend salaris’ criterium biedt volgens het College onvoldoende ruimte voor de waardering van relevante ervaring en zegt weinig over de waarde van de arbeid in de nieuwe functie. Denk bijvoorbeeld aan een jurist met vijftien jaar werkervaring in de sociale advocatuur en een laag laatstverdiend salaris, en een jurist uit de commerciële advocatuur met zes jaar werkervaring met een hoger laatstverdiend salaris. Het hanteren van dit criterium leidt gemakkelijk tot ongerechtvaardigde beloningsverschillen.
Uit een onderzoeksrapport van Erasmus Q-intelligence (Onderzoek Beloningsverschillen) blijkt dat binnen de groep rechters in opleiding daadwerkelijk beloningsverschillen zijn tussen mannen en vrouwen. In het onderzoeksrapport staat dat, onder de groep rechters die is gestart met de opleiding, een statistisch significant beloningsverschil van gemiddeld 3,5% is gevonden in het voordeel van mannen. Naarmate de leeftijdscategorieën oplopen, wordt het gemiddelde beloningsverschil in het voordeel van de man groter. Daarom oordeelt het College dat er een vermoeden is van indirect onderscheid op grond van geslacht. De Staat is er niet in geslaagd om het vermoeden te ontkrachten.
Indirect onderscheid is verboden, tenzij er een objectieve rechtvaardiging voor bestaat. Daarvoor moet het doel legitiem zijn, en moet het middel dat wordt ingezet passend en noodzakelijk zijn.
Het College oordeelt dat het hanteren van het laatstverdiend salaris een geschikt middel is om gekwalificeerde en geschikte kandidaten aan te trekken. Maar een middel is pas noodzakelijk als het doel niet met andere, minder onderscheid makende middelen kan worden bereikt.
De Staat heeft het gemaakte onderscheid niet gerechtvaardigd en discrimineerde vrouwelijke rechters in opleiding bij de beloning.
Naast de collectieve zaak heeft het College drie individuele zaken afzonderlijk beoordeeld. Deze zaken gaan niet over het beloningssysteem van de Staat, maar over de vraag of in individuele gevallen sprake was van ongelijke beloning tussen een vrouwelijke en mannelijke collega.
Om vast te kunnen stellen dat er sprake is van ongelijke beloning in deze zaken voert het College een maatmanbeoordeling uit. Hierbij kijkt het College naar de beloning van een collega met een ander geslacht die arbeid van (nagenoeg) gelijke waarde verricht. Als deze persoon anders wordt beloond, moet dit worden uitgelegd aan de hand van objectieve criteria, zoals kennis en ervaring. Als deze criteria het verschil niet kunnen verklaren, is er sprake van discriminatie op grond van geslacht.
In alle drie de gevallen heeft het College vastgesteld dat er maatmannen zijn met een hoger loon zonder goede reden. Dit komt omdat de Staat bij het inschalen van kandidaten rekening heeft gehouden met het laatstverdiende salaris van de kandidaat. Daarnaast is bij sommige maatmannen gebruik gemaakt van een uitzondering op de standaardregels bij het inschalen. Zo ontving in één van de gevallen de mannelijke collega maandelijks bruto €1.914,65 meer dan de vrouwelijke collega voor gelijkwaardig werk, terwijl zij nagenoeg dezelfde werkervaring hadden.
De maatstaf ‘laatstverdiende salaris’ sluit volgens het College onvoldoende aan bij de waardering van relevante werkervaring. Daarom kan dit geen geldige reden zijn voor beloningsverschillen wanneer mensen werk van (nagenoeg) gelijke waarde verrichten. Het College oordeelt dan ook dat de Staat de vrouwelijke rechters in de individuele zaken heeft gediscrimineerd op grond van geslacht door hun lager te belonen dan de maatmannen.
De Staat heeft in juli 2024 een akkoord bereikt over een nieuw inschalings- en beloningsbeleid. Het nieuwe beleid wordt met terugwerkende kracht toegepast vanaf 1 juli 2023. Er wordt binnen de rechtelijke macht dus niet meer gevraagd naar het laatstverdiende loon. Het ligt op de weg van de Staat om te kijken naar de mogelijkheden om de betrokken rechters financieel te compenseren.
Ook organisaties die AI willen inzetten, hebben dringend behoefte aan helderheid over de regels voor AI. Die zijn al van kracht en worden steeds crucialer. De AP waarschuwt daarbij voor grote risico’s op onveilige en discriminerende algoritmes, waartegen nu niet handhavend kan worden opgetreden.
Als coördinerend toezichthouder op algoritmes en AI analyseert de AP de belangrijkste risico’s en effecten hiervan. Vervolgens vertaalt de AP die naar 9 graadmeters in de AI-Impactbarometer. Deze toont een verslechterend beeld. In de vorige rapportage stegen al 2 van de 9 graadmeters naar rood. Nu is dat verdubbeld naar 4.
De AP maakt zich zorgen over het gebrek aan voortgang bij de inrichting van toezicht, de ontwikkeling van standaarden, de registratie van algoritmes door de overheid en het zicht op
incidenten. Het doel van de AI-verordening is helder: betrouwbare AI in Europa bevorderen, met systemen die veilig zijn, grondrechten respecteren en tegelijkertijd innovatie mogelijk maken. De AP waarschuwt dat die doelen door besluiteloosheid niet gehaald worden en dat de invoering van AI-regels in gevaar komt. De AP wil dat het nieuwe kabinet snel werk maakt van de uitvoering van de AI-verordening. Dat betekent: de Nederlandse uitvoeringswet vaststellen, toezichthouders aanwijzen, financiering voor toezicht structureren en duidelijkheid scheppen over de toepassing van de regels. Daarnaast moet Nederland in Europa aandringen op snelle afronding van de discussies over uitstel en vereenvoudiging van de regelgeving, aldus de AP.
Bron: Autoriteit Persoonsgegegevens.
De Eerste Kamer heeft 24 februari ingestemd met een nieuw Wetboek van Strafvordering dat het strafprocesrecht moderniseert. De regering wil hiermee het nieuwe Wetboek van Strafvordering toekomstbestendig, voor burgers en professionals toegankelijk en in de praktijk werkbaar maken.
De modernisering brengt het Wetboek inhoudelijk bij de tijd en maakt het inzichtelijk. Ook maakt het een (verdere) digitalisering van het strafproces mogelijk. Daarnaast bevat het een duidelijke beschrijving van de positie van de belangrijkste procesdeelnemers met hun rechten en bevoegdheden.
Een centraal principe in deze nieuwe wet is de zogeheten beweging naar voren. Het is bijvoorbeeld de bedoeling dat met de zogeheten 'beweging naar voren' strafzaken efficiënter en beter voorbereid bij de zittingsrechter komen. Het doel daarvan is dat de doorlooptijden van strafprocessen korter worden.
Voor de praktijk zal dit betekenen dat het zwaartepunt van de zaak verschuift naar de fase vóórdat de rechter inhoudelijk naar de zaak kijkt. Keuzes over onderzoeksverzoeken, afspraken over de procesvoering en de manier waarop het dossier wordt opgebouwd, krijgen daardoor eerder een doorslaggevende rol.
Daarnaast zorgt het nieuwe wetboek voor een helderder afbakening van de verantwoordelijkheden van politie, het Openbaar Ministerie, de rechter en de verdediging. De bevoegdheden en rechten van deze partijen worden overzichtelijker en consistenter geformuleerd.
Bron: Eerste Kamer
Uit de peiling blijkt dat jonge advocaten (tot zeven jaar op het tableau) sterk betrokken zijn bij hun werk, maar steeds kritischere keuzes maken over werk‑privébalans, ontwikkelkansen en hun toekomst na de beroepsopleiding. Deze inzichten helpen de NOvA om de aansluiting tussen opleiding en praktijk verder te verbeteren.
Technologische ontwikkelingen, met name AI, beïnvloeden het werk van jonge advocaten aanzienlijk. Zij zien kansen voor efficiëntie, maar maken zich ook zorgen over vakmanschap, kwaliteit en hun rol in een digitaliserende rechtsstaat. De NOvA onderzoekt dit via de projectgroep Digitalisering en AI en werkt aan richtlijnen en bewustwording.
Verder blijkt dat traditionele loopbaanpaden, vooral het partnermodel, minder vanzelfsprekend zijn. Jonge advocaten ervaren knelpunten zoals werkdruk en kantoorstructuren; deze worden vooral genoemd door vrouwen en advocaten op grote kantoren.
De peiling onder ruim vijfhonderd jonge advocaten schetst een actueel beeld van hun drijfveren, zorgen en toekomstbeeld.
Bron: NOvA
Taakstrafverbod bij geweld tegen hulpverleners en handhavers
De Afdeling advisering benadrukt dat geweld tegen hulpverleners en handhavers in alle gevallen onacceptabel is en dat hier hard tegen moet worden opgetreden. Maar bij het bepalen van de bandbreedtes waarbinnen gestraft kan worden, moet de wetgever voldoende ruimte laten aan de rechter om in individuele gevallen maatwerk te leveren. Dit wetsvoorstel perkt de beoordelingsvrijheid van de rechter en de officier van justitie verder in. Het bestaande taakstrafverbod heeft betrekking op zwaardere gevallen van mishandeling. Door dit uit te breiden naar de lichtste vormen kan de bestraffing in sommige gevallen disproportioneel zijn. Ook kan de bestraffing minder effectief zijn, omdat de rechter niet de straf kan opleggen die het beste past bij de strafdoelen, waaronder het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. Daarom adviseert de Afdeling advisering het taakstrafverbod niet uit te breiden.
Een beperkte uitzondering bij lichte recidive
De rechter krijgt met het wetsvoorstel de mogelijkheid om bij lichte recidive een uitzondering te maken op het taakstrafverbod als het opleggen van een gevangenisstraf niet gepast is. De Afdeling advisering vraagt of het behoud van het taakstrafverbod bij lichte recidive noodzakelijk en wenselijk is. Zij geeft de regering in overweging dit onderdeel van het taakstrafverbod te schrappen.
Conclusie
De Afdeling advisering adviseert de regering om het wetsvoorstel niet bij de Tweede Kamer in te dienen, tenzij het is aangepast.
Bron: Raad van State
Medio 2025 kondigde DJI aan het toegangsbeleid met betrekking tot het meenemen van apparaten door advocaten naar rijksinrichtingen, zoals penitentiaire inrichtingen en tbs-klinieken, aan te willen scherpen van ‘ja, tenzij’ naar ‘nee, tenzij’. Het weigeren van alle devices – zoals een laptop, telefoon of harde schijf – zou volgens DJI voortgezet crimineel handelen en smokkelwaar in gevangenissen moeten tegengaan. In reactie hierop wees de NOvA op de onwerkbare beperking van de goede beroepsuitoefening voor advocaten, in het belang van de rechtsbescherming van hun (gedetineerde) cliënten.
Op aandringen van de NOvA ging afgelopen najaar de beoogde ‘nee, tenzij’-regel al van tafel. Wel bleef het voornemen van DJI overeind om de insteek ‘ja, tenzij’ te beperken tot één device. Na constructief overleg met de NOvA heeft DJI nu toegezegd dat advocaten twee devices mogen meenemen.
Bron: NOvA
Bij een vereenvoudigde afdoening erkent een beboete partij de feiten uit het besluit en accepteert zij de boete, zonder bezwaar of beroep. De AFM volstaat dan met een verkort boetebesluit en past een verlaging van 15% op het boetebedrag toe. De procedure zorgt voor efficiency voor beide partijen. In plaats van een erkenning van de overtreding, volstaat erkenning van de feiten voor vereenvoudigde afdoening. Dit sluit beter aan bij de praktijk.
Bron: AFM