Artikelen van Redactie

Nieuws
EK stemt in met het nieuw Wetboek van Strafvordering

De Eerste Kamer heeft 24 februari ingestemd met een nieuw Wetboek van Strafvordering dat het strafprocesrecht moderniseert. De regering wil hiermee het nieuwe Wetboek van Strafvordering toekomstbestendig, voor burgers en professionals toegankelijk en in de praktijk werkbaar maken.

De modernisering brengt het Wetboek inhoudelijk bij de tijd en maakt het inzichtelijk. Ook maakt het een (verdere) digitalisering van het strafproces mogelijk. Daarnaast bevat het een duidelijke beschrijving van de positie van de belangrijkste procesdeelnemers met hun rechten en bevoegdheden.

Een centraal principe in deze nieuwe wet is de zogeheten beweging naar voren. Het is bijvoorbeeld de bedoeling dat met de zogeheten 'beweging naar voren' strafzaken efficiënter en beter voorbereid bij de zittingsrechter komen. Het doel daarvan is dat de doorlooptijden van strafprocessen korter worden.

Voor de praktijk zal dit betekenen dat het zwaartepunt van de zaak verschuift naar de fase vóórdat de rechter inhoudelijk naar de zaak kijkt. Keuzes over onderzoeksverzoeken, afspraken over de procesvoering en de manier waarop het dossier wordt opgebouwd, krijgen daardoor eerder een doorslaggevende rol.  

Daarnaast zorgt het nieuwe wetboek voor een helderder afbakening van de verantwoordelijkheden van politie, het Openbaar Ministerie, de rechter en de verdediging. De bevoegdheden en rechten van deze partijen worden overzichtelijker en consistenter geformuleerd.

Bron: Eerste Kamer

5 maart 2026
Nieuws
Jonge advocaten bedanken voor partnerschap

Uit de peiling blijkt dat jonge advocaten (tot zeven jaar op het tableau) sterk betrokken zijn bij hun werk, maar steeds kritischere keuzes maken over werk‑privébalans, ontwikkelkansen en hun toekomst na de beroepsopleiding. Deze inzichten helpen de NOvA om de aansluiting tussen opleiding en praktijk verder te verbeteren.

Technologische ontwikkelingen, met name AI, beïnvloeden het werk van jonge advocaten aanzienlijk. Zij zien kansen voor efficiëntie, maar maken zich ook zorgen over vakmanschap, kwaliteit en hun rol in een digitaliserende rechtsstaat. De NOvA onderzoekt dit via de projectgroep Digitalisering en AI en werkt aan richtlijnen en bewustwording.

Verder blijkt dat traditionele loopbaanpaden, vooral het partnermodel, minder vanzelfsprekend zijn. Jonge advocaten ervaren knelpunten zoals werkdruk en kantoorstructuren; deze worden vooral genoemd door vrouwen en advocaten op grote kantoren.

De peiling onder ruim vijfhonderd jonge advocaten schetst een actueel beeld van hun drijfveren, zorgen en toekomstbeeld. 

Bron: NOvA

4 maart 2026
Nieuws
Advies RvS over wetsvoorstel uitbreiding taakstrafverbod

Taakstrafverbod bij geweld tegen hulpverleners en handhavers

De Afdeling advisering benadrukt dat geweld tegen hulpverleners en handhavers in alle gevallen onacceptabel is en dat hier hard tegen moet worden opgetreden. Maar bij het bepalen van de bandbreedtes waarbinnen gestraft kan worden, moet de wetgever voldoende ruimte laten aan de rechter om in individuele gevallen maatwerk te leveren. Dit wetsvoorstel perkt de beoordelingsvrijheid van de rechter en de officier van justitie verder in. Het bestaande taakstrafverbod heeft betrekking op zwaardere gevallen van mishandeling. Door dit uit te breiden naar de lichtste vormen kan de bestraffing in sommige gevallen disproportioneel zijn. Ook kan de bestraffing minder effectief zijn, omdat de rechter niet de straf kan opleggen die het beste past bij de strafdoelen, waaronder het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. Daarom adviseert de Afdeling advisering het taakstrafverbod niet uit te breiden.

Een beperkte uitzondering bij lichte recidive

De rechter krijgt met het wetsvoorstel de mogelijkheid om bij lichte recidive een uitzondering te maken op het taakstrafverbod als het opleggen van een gevangenisstraf niet gepast is. De Afdeling advisering vraagt of het behoud van het taakstrafverbod bij lichte recidive noodzakelijk en wenselijk is. Zij geeft de regering in overweging dit onderdeel van het taakstrafverbod te schrappen.

Conclusie

De Afdeling advisering adviseert de regering om het wetsvoorstel niet bij de Tweede Kamer in te dienen, tenzij het is aangepast.

Bron: Raad van State

3 maart 2026
Nieuws
Advocaat mag met laptop én telefoon gevangenis in

Medio 2025 kondigde DJI aan het toegangsbeleid met betrekking tot het meenemen van apparaten door advocaten naar rijksinrichtingen, zoals penitentiaire inrichtingen en tbs-klinieken, aan te willen scherpen van ‘ja, tenzij’ naar ‘nee, tenzij’. Het weigeren van alle devices – zoals een laptop, telefoon of harde schijf – zou volgens DJI voortgezet crimineel handelen en smokkelwaar in gevangenissen moeten tegengaan. In reactie hierop wees de NOvA op de onwerkbare beperking van de goede beroepsuitoefening voor advocaten, in het belang van de rechtsbescherming van hun (gedetineerde) cliënten.

Op aandringen van de NOvA ging afgelopen najaar de beoogde ‘nee, tenzij’-regel al van tafel. Wel bleef het voornemen van DJI overeind om de insteek ‘ja, tenzij’ te beperken tot één device. Na constructief overleg met de NOvA heeft DJI nu toegezegd dat advocaten twee devices mogen meenemen.

Bron: NOvA

3 maart 2026
Nieuws
AFM verruimt mogelijkheden vereenvoudigde boeteafdoening

Bij een vereenvoudigde afdoening erkent een beboete partij de feiten uit het besluit en accepteert zij de boete, zonder bezwaar of beroep. De AFM volstaat dan met een verkort boetebesluit en past een verlaging van 15% op het boetebedrag toe. De procedure zorgt voor efficiency voor beide partijen. In plaats van een erkenning van de overtreding, volstaat erkenning van de feiten voor vereenvoudigde afdoening. Dit sluit beter aan bij de praktijk.

Bron: AFM

3 maart 2026
Nieuws
Ombudsmannen waarschuwen Eerste Kamer: asielwetten getuigen van onzorgvuldigheid en onbehoorlijk bestuur

Bij de Wet invoering tweestatusstelsel, de Asielnoodmaatregelenwet en het voorstel om illegaliteit strafbaar te stellen is geen kinderrechtentoets uitgevoerd. Dat is volgens Kalverboer in strijd met het VN-Kinderrechtenverdrag. Eerdere adviezen van de Kinderombudsman en de Inspectie Justitie en Veiligheid om zo’n toets te doen, nam toenmalig minister Van Weel niet over. De wetten zouden volgens hem niet over kinderen gaan en een toets zou voor vertraging zorgen.

De ombudsmannen vrezen dat de nieuwe wetten zullen leiden tot nog langere wachttijden in de asielketen. Asielzoekers wachten nu gemiddeld twee jaar op een tweede gesprek bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Daar komt bovenop dat de IND na invoering van het Migratiepact het grootste deel van haar capaciteit wil inzetten op nieuwe aanvragen. Daardoor dreigen ruim 50.000 mensen die al jarenlang in Nederland wachten, nog langer in onzekerheid te blijven. Tegelijk schaft de Asielnoodmaatregelenwet de dwangsommen af die de overheid aansporen tijdig te beslissen.

Veel maatregelen uit de nieuwe asielwetten keren terug in het Europese Asiel- en Migratiepact dat 12 juni in werking treedt. Volgens Van Zutphen zorgt het haastig invoeren van de nieuwe asielwetten voor extra druk op uitvoeringsorganisaties, terwijl onderdelen binnen enkele maanden alweer worden overschreven door het Migratiepact. 

Vorig jaar was de ombudsman al kritisch op wetsvoorstellen die eerder voor de bühne dan voor de burger zijn. De asielmaatregelen spannen volgens hem de kroon, omdat vooraf duidelijk is dat ze niet uitvoerbaar zijn. De ombudsmannen spreken over een chaotisch en haastig wetgevingsproces.

Bron: nationaleombudsman.nl

3 maart 2026
Nieuws
Advocatenorde tegen verbod op gezichtsbedekking bij demonstraties

In het wetsvoorstel staat dat er een algemeen verbod komt op gezichtsbedekkende kleding tijdens of direct na een demonstratie. Wie zich hier niet aan houdt, kan een straf krijgen van maximaal twee maanden gevangenis of een boete tot 5.500 euro. Alleen in bijzondere gevallen mag gezichtsbedekking wel, bijvoorbeeld voor veiligheid of vanwege belangrijke persoonlijke redenen. NOvA benadrukt dat het demonstratierecht een grondrecht is, beschermd door art. 9 van de Grondwet en art. 10 en 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Beperkingen zijn alleen toegestaan als zij noodzakelijk zijn in een democratische samenleving, berusten op een dringende maatschappelijke noodzaak en proportioneel zijn. Het voorstel laat bovendien relevante jurisprudentie grotendeels buiten beschouwing. De aanpassing van de regelgeving lijkt niet alleen onnodig, maar ook weinig doeltreffend. Het wetsvoorstel brengt de volgende risico’s met zich mee:

  • Uitholling van het demonstratierecht door een algemeen verbod dat onvoldoende ruimte laat voor individuele belangenafweging.
  • Spanning met internationale mensenrechtennormen, waaronder vaste Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)‑jurisprudentie dat juist waarschuwt tegen algemene verboden op gezichtsbedekking bij vreedzame demonstraties.
  • Oneigenlijk gebruik van strafrecht, want strafrechtelijke handhaving bij vreedzame betogingen vereist bijzondere terughoudendheid.
  • Risico op willekeur en rechtsongelijkheid bij de toepassing van uitzonderingen.
  • Negatieve uitvoeringsconsequenties, denk aan extra druk op politie, OM, rechtspraak en advocatuur. Terwijl uitvoerende partijen al aangeven dat het verbod moeilijk handhaafbaar en mogelijk escalerend is.

Advies Wijziging van de Wet openbare manifestaties in verband met de strafbaarstelling van het dragen van gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties

Bron: www.advocatenorde.nl

26 februari 2026
Nieuws
Raad van de Europese Unie stemt in met nieuwe regels afwijzing asielaanvragen

Door het begrip ‘veilig derde land’ kunnen de EU-lidstaten een asielverzoek nog voor de inhoudelijke toetsing ervan als niet-ontvankelijk verklaren. Dat is het geval wanneer de betrokken asielzoeker om internationale bescherming had kunnen verzoeken en, in voorkomend geval, verkrijgen in een voor hem of haar als veilig aangemerkt niet-EU-land. De nieuwe wetgeving verruimt en verduidelijkt de gevallen waarin verzoeken op basis van dit begrip niet-ontvankelijk kunnen worden verklaard. De lidstaten kunnen er in drie gevallen voor kiezen het begrip toe te passen:

  • er is een verband tussen de asielzoeker en het veilige derde land; al is zo'n verband voortaan niet meer vereist om het begrip ‘veilig derde land’ te kunnen toepassen;
  • de verzoeker is door het veilige derde land gereisd om de EU te bereiken;
  • er bestaat een overeenkomst of regeling met een veilig derde land.

EU-lijst van veilige landen van herkomst
De gemeenschappelijke EU-lijst moet zorgen voor een consistentere beoordeling van verzoeken uit als veilig aangemerkte landen van herkomst en moet de verwerking van de verzoeken helpen versnellen. De lidstaten zullen daarnaast een eigen nationale lijst kunnen blijven hanteren met andere derde landen die zij ook als veilig beschouwen. Kandidaat-lidstaten van de EU zijn ook veilige landen van herkomst, tenzij:

  • er een internationaal of binnenlands gewapend conflict heerst;
  • de EU tegen de betrokken kandidaat-lidstaat sancties heeft getroffen wegens inbreuk op de grondrechten en fundamentele vrijheden, of;
  • de asielautoriteiten van de lidstaten meer dan 20% van de verzoeken om internationale bescherming uit de betrokken kandidaat-lidstaat goedkeuren.

Bron: www.consilium.europa.eu

26 februari 2026
Nieuws
SCP: coalitieplannen kunnen leiden tot meer ongelijkheid

Voor drie mogelijke consequenties van de plannen in het coalitieakkoord vraagt het SCP in het bijzonder aandacht:

  • Er is weinig aandacht voor de gevolgen van het beleid voor ongelijkheden in de samenleving en groepen in een kwetsbare positie. Er zijn bijvoorbeeld risico’s voor intensieve mantelzorgers, zorgbehoevenden en mensen met beperkte digitale vaardigheden.
  • Er zijn hoge verwachtingen van buurtcohesie en lokale initiatieven wat betreft het oplossen en voorkomen van maatschappelijke problemen, maar de coalitie doet maar beperkte investeringen. Het is onzeker of de ambities op deze manier waargemaakt kunnen worden.
  • Voor het burgervertrouwen is het belangrijk om burgers zelf te betrekken bij beleid en om realistische plannen te presenteren. Beloftes die niet ingelost worden hollen namelijk het vertrouwen uit.

Rechtsstatelijk bewustzijn

De coalitie neemt verschillende maatregelen om de rechtsstaat te versterken. Dit is wenselijk en nodig, omdat in de afgelopen jaren bleek dat de rechtsstaat kwetsbaar is en dat de steun ervoor minder vanzelfsprekend is dan gedacht. Naast maatregelen om de rechtsstaat zelf te versterken, wil de coalitie het ‘democratisch ethos’ onder de bevolking verbeteren. In het akkoord wordt bijvoorbeeld burgerschapsonderwijs genoemd als een van de manieren om dat te doen. Dat is een logische eerste stap, maar het is waarschijnlijk niet genoeg. Uit onderzoek blijkt dat rechtsstatelijke principes weliswaar breed onderschreven worden, maar dat het bewustzijn over wat dat inhoudt laag is. Nederlanders zijn doordrongen van het belang van vrije verkiezingen en van meerderheidsbesluitvorming. Het zijn juist rechtsstatelijke principes als macht en tegenmacht, gelijke behandeling en het belang van minderheidsrechten waarover mensen minder weten en waarover minder overeenstemming bestaat. Het is goed om ook andere mogelijkheden te verkennen om het rechtsstatelijk bewustzijn te vergroten, bijvoorbeeld door te kijken naar de voorbeeldfunctie die politici en bestuurders hebben en naar de mate waarin rechtsstatelijke principes geborgd zijn in de interactie van instituties met burgers.

Een sociaal-maatschappelijke reflectie op het coalitieakkoord

Bron: www.scp.nl

 

25 februari 2026
Nieuws
Staat hoeft veroordeelde niet met voorrang in tbs-kliniek te plaatsen

In de procedure vordert de man om zo snel mogelijk in een tbs-kliniek te worden geplaatst of in ieder geval als eerste op de wachtlijst te worden gezet voor een plaats in een tbs-kliniek. Hij vindt dat de Staat structureel zijn zorgplicht schendt en onrechtmatig handelt door hem niet binnen de maximale termijn van vier maanden in een tbs-kliniek te plaatsen. Ook vindt hij dat er sprake is van bijzondere, zwaarwegende omstandigheden waardoor een langer verblijf in een Penitentiair psychiatrisch centrum (PPC) onaanvaardbaar is.

Oordeel voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de man af. De voorzieningenrechter stelt vast dat inmiddels 273 tbs-passanten wachten op een plek in een tbs-kliniek en dat het tbs-systeem volledig is vastgelopen. Ook constateert de voorzieningenrechter dat, hoewel de Staat werkt aan oplossingen, het er niet naar uitziet dat deze binnen afzienbare tijd zijn gerealiseerd en dat er voorlopig dus veel meer wachtenden zijn dan beschikbare plekken. Die situatie is onwenselijk en betreurenswaardig, oordeelt de voorzieningenrechter. Maar omdat de Staat tekortschiet tegenover alle tbs-passanten, kan dit geen grond vormen om de man voorrang te geven boven andere tbs-passanten die langer op de wachtlijst staan. De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen bijzondere en zwaarwegende omstandigheden zijn die rechtvaardigen dat de man met voorrang wordt geplaatst. Het plaatsingsbeleid van de Staat is gebaseerd op een objectieve maatstaf: chronologie. De keuze voor dit systeem is redelijk en begrijpelijk. Een groot deel van de passanten kampt immers met ernstige problematiek en ieder van hen heeft er belang bij zo snel mogelijk behandeld te worden. Als de vorderingen van de man worden toegewezen en hij voorrang krijgt, zet dit de deur open voor de feitelijk onuitvoerbare opgave om te bepalen wie bovenaan de wachtlijst komt op basis van niet objectief meetbare persoonlijke factoren. Daarom kan slechts in zeer uitzonderlijke situaties van het huidige plaatsingsbeleid worden afgeweken. Van zo een uitzonderlijke situatie is hier geen sprake, oordeelt de voorzieningenrechter. In het PPC waar hij nu zit, zijn er behandelmogelijkheden die aansluiten bij zijn problematiek. Uit het verloop van de incidenten die hebben plaatsgevonden, kan in dit kort geding niet worden afgeleid dat zijn situatie in detentie nog verder verslechtert. Dit omdat de man al sinds zijn tienerjaren kampt met ernstige problematiek gepaard gaande met ernstige lijdensdruk en incidenten. Dat de man angstig is dat hij anderen opnieuw schade zal toebrengen, begrijpt de voorzieningenrechter, maar ook dat rechtvaardigt geen voorrang. Helaas is de harde realiteit dat vele andere tbs-passanten zich in een vergelijkbare situatie bevinden.

ECLI:NL:RBDHA:2026:3348

Bron: www.rechtspraak.nl

25 februari 2026