Artikelen van Pauline Jacobs

Tijdschrift
NJB 39 (2025)
Wie bewaart heeft wat
Politiegegevens moeten op een gegeven moment vernietigd worden. Een met algemene stemmen aangenomen motie verzoekt gegevens die eventueel ooit nuttig kunnen zijn voor het oplossen van cold cases hiervan uit te sluiten. Dit verzoek raakt aan een fundamentele spanning tussen opsporingsbelangen en grondrechten. Het Europees mensenrechtelijk kader stelt strikte eisen aan de proportionaliteit en noodzaak van langdurige gegevensopslag. Onderzocht wordt of en hoe een regeling voor het bewaren van politiegegevens gedurende tientallen jaren verenigbaar kan zijn met deze Europese normen.
Prejudicieel gedwaald
In dit artikel wordt de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad besproken die handelde over de vraag of een energielabel dat pas na het sluiten van de huurovereenkomst is vastgesteld, mag worden meegenomen bij de huurprijstoetsing in het woningwaarderingsstelsel (WWS). De Hoge Raad beantwoordde deze vraag bevestigend en oordeelde dat het WWS geen sanctie bevat voor het niet tijdig verstrekken van een energielabel aan de huurder. Betoogd wordt dat dit oordeel onjuist is, omdat Nederland het WWS bewust, zowel richting Tweede Kamer als richting Europese Commissie, heeft gepositioneerd als implementatie- en sanctiemechanisme van Richtlijn 2010/31/EU. De gefragmenteerde implementatie van de richtlijn heeft echter geleid tot een blinde vlek in de rechtspraak.
Plaatsing van transgender en non-binaire personen in Nederlandse penitentiaire inrichtingen
Het huidige beleid met betrekking tot plaatsing van transgender en non-binaire personen in Nederlandse penitentiaire inrichtingen kent een vacuüm: er ontbreken duidelijke richtlijnen, terwijl internationale mensenrechtenstandaarden en empirisch onderzoek wijzen op verhoogde risico’s voor deze groep, zoals discriminatie, geweld en beperkte toegang tot zorg. Hoe kan een humane, veilige en inclusieve detentiepraktijk bereikt worden waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met alle betrokken belangen?

Tijdschrift
NJB 12 (2015)
Dataretentie
Op 11 maart 2015 stelde de kortgedingrechter in Den Haag de Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens buiten werking. Aanleiding hiervoor was de uitspraak van het Hof van Justitie in de gevoegde zaken Digital Rights Ireland en Seitlinger, waarin de Dataretentierichtlijn de richtlijn waarvan de Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens de implementatie vormde wegens strijd met artikel 7 en 8 van het Grondrechtenhandvest van de EU ongeldig werd verklaard. Eind 2014 is reeds een conceptwetsvoorstel opgesteld dat strekt tot partiële wijziging van de toepasselijke wettelijke bepalingen in de Telecommunicatiewet en het Wetboek van Strafvordering. In de tussentijd gold tot nu de oude wetgeving. In deze bijdrage wordt ingegaan op de vraag in hoeverre het conceptwetsvoorstel tegemoetkomt aan de kritiek die het Hof van Justitie op de richtlijn uitte. Daarnaast is er aandacht voor de vraag wat de vernietiging van de richtlijn betekent voor de strafrechtspraktijk, zolang er nog geen nieuwe wetgeving met betrekking tot het bewaren van verkeersgegevens is.
Het schooladvies
Is het schooladvies van de basisschool voor zowel leerling als middelbare school inderdaad zo bindend als de staatssecretaris en de Onderwijsinspectie verkondigen? In de wet staat slechts dat de toelating van een leerling tot het voortgezet onderwijs wordt ‘gebaseerd’ op het schooladvies van de basisschool. Afgaande op de letterlijke wettekst en daarnaast de systematiek van de wet en de parlementaire geschiedenis, kunnen er op z’n minst serieuze vraagtekens bij worden geplaatst.
Toezicht op vrijheidsbeneming in Nederland
Het door het Optioneel Protocol bij het VN Anti-folterverdrag vereiste Nationaal Preventief Mechanisme (NPM) komt in Nederland niet goed van de grond. Dit komt onder andere door de meervoudige structuur waarvoor is gekozen en de relatie van de als NPM aangewezen instanties met het Ministerie van VenJ. Deze instanties en de toehoorders bij het NPM-overleg verschillen bovendien fundamenteel van mening over hoe het Protocol moet worden uitgelegd. Het algehele disfunctioneren van het Nederlandse NPM was voor de Nationale ombudsman al reden om zich uit het overleg terug te trekken. Om de huidige impasse te doorbreken zijn ingrijpende veranderingen in de Nederlandse NPM-structuur noodzakelijk.
Het CBb en ‘Der digitale Taxi-Krieg’
UberPOP, de taxidienst die stelt zich te baseren op het moderne idee van een shared economy en een mobiliteitsoplossing te bieden met een positief effect op leefbaarheid, milieu en energieverbruik, confronteert ons in werkelijkheid met de vraag of we in staat zijn on demand-werkers te beschermen tegen basale sociale risico’s als uitbuiting en onzekere beloning. Het verwijt van kartelvorming is eerder van toepassing op megabedrijven als Google en Uber dan op zelfstandig werkende taxichauffeurs die de samenwerking zoeken om te voorkomen dat ze voor een hongerloon moeten werken.
Reacties op het essay van Paul Cliteur