Artikelen van Marc Loth

TijdschriftNJB 22 (2017)
Hoe responsief is het klassieke proces (eigenlijk)?
Marc Loth
Moeten wij afscheid nemen van het klassieke proces? Dat is het thema van de NJV Jaarvergadering 2017. In deze bespreking wordt beoogd de vraag naar de responsiviteit van de klassieke procedure te beantwoorden aan de hand van een vergelijkend overzicht van de drie preadviezen, die zien op het civiele proces, het bestuursproces en het strafproces. Hoe vatten de verschillende preadviezen de probleemstelling op, en wat verstaan zij in dat verband onder het ‘klassieke proces’? Hoe gaan de drie procesvormen om met buitengerechtelijke vormen van conflictbeslechting? Hoe wordt het streven naar (meer) maatwerk en regie door de rechter vormgegeven in het civiele proces, het bestuursproces en het strafproces? Hoe responsief is het klassieke proces en wat betekent dat voor het streven naar maatschappelijk effectieve rechtspraak? En wat betekent in dat licht de digitalisering voor de rechtspraak?


Lees het hele artikel in Navigator.

Rechters en de schuldenindustrie
Ton Lennaerts
Een kenmerkend verschil tussen de kantonrechter en de handelsrechter is dat het vaststaan van de schuld bij de kantonrechter doorgaans niet het punt van geschil is, maar dat de pijn zit in het onvermogen tot het voldoen van die schuld. Kan en wil de kantonrechter wat met dit onvermogen? Is de handelwijze van kantonrechters een vrijbrief voor multinationals die het onvermogen tot betalen van schulden als verdienmodel exploiteren in de sinds 2001 geliberaliseerde deurwaardersmarkt? Dit artikel zet een en ander op een rijtje en eindigt met enkele conclusies.


Lees het hele artikel in Navigator.

Politiek, publiekrecht, privaatrecht
Reurt Gisolf
De drie in de titel genoemde elementen vormen in de Groningse gaswinningsproblematiek een onoverzichtelijke kluwen. Het doel van dit artikel is deze te ontrafelen. Hierbij doemt ten slotte ook een toekomstperspectief voor de Groningse benadeelden op. Het onderzoek richt zich in het bijzonder op de toegankelijkheid van de rechter, het begrip onafhankelijkheid en het optreden van de Nationaal Coördinator Groningen.


Lees het hele artikel in Navigator.

Nieuwe wetgeving lichaamsmateriaal
Corrette Ploem en Jos Dute
Onlangs werd er in dit tijdschrift een beschrijving gegeven van een wetsvoorstel dat burgers inspraak moet geven over wat er met hun lichaamsmateriaal gebeurt. Deze Wet zeggenschap lichaamsmateriaal (Wzl), die ook in de media veel aandacht trok, geeft regels voor het opslaan en het gebruik van bloed, cellen en weefsels die na medisch onderzoek of behandeling zijn overgebleven. Wanneer dat materiaal daarvoor niet meer nodig is men spreekt dan van ‘restmateriaal’ kan het heel nuttig zijn voor andere doelen, met name wetenschappelijk onderzoek. Soms zijn er nog geen concrete onderzoeksprojecten bekend en wordt het materiaal voor toekomstig onderzoek opgeslagen in speciaal daarvoor bestemde ‘biobanken’.


Lees het hele artikel in Navigator.

31 mei 2017
TijdschriftNJB 28 (2016)
Privaatrechtelijke rechtsvorming, regulering en wetenschap 0.13
Rob van Gestel, Marc Loth en Vanessa Mak
Er is waarschijnlijk geen zichzelf respecterend departement privaatrecht in Europa te vinden dat zich niet bezighoudt met de toenemende vaak subtiele meergelaagdheid van het privaatrecht en de problemen die dat met zich brengt. Waar veel minder aandacht voor bestaat is wat deze veranderingen precies betekenen voor de methode waarmee zowel rechters, wetgevers en andere regelgevers, alsook rechtswetenschappers hun bijdrage leveren aan de beantwoording van rechtsvragen in een moderne meerlagige rechtsorde. Juist hierop wil het nieuwe Tilburg Institute for Private Law (TIP) zich de komende jaren gaan richten. Met dit artikel wil men aantonen hoe belangrijk en uitdagend dit kan zijn. De bijdrage eindigt met een onderzoeksagenda en een oproep aan collega-privatisten elders om mee te denken.


Lees het hele artikel in Navigator.

 

Onteigening in de Aanvullingswet grondeigendom
Jacques Sluysmans
Het op 1 juli jl. in consultatie gegane wetsvoorstel Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet maakt een einde aan de noodzaak van rechterlijke betrokkenheid bij een onteigening door de bevoegdheid om over onteigening te besluiten neer te leggen bij het bestuursorgaan dat de onteigening beoogt. Alleen als een belanghebbende tijdig in beroep komt van een dergelijk besluit, zal een rechter zich over de kwestie buigen: niet de burgerlijke rechter, maar de bestuursrechter. Als verandering in wetgeving dient om een probleem op te lossen, dan zou een zo radicale stelselwijziging de respons moeten zijn op een zeer prangend probleem. Niets is echter minder waar. De enige reden is de wens van de regering om het onteigenings(proces)recht te dwingen in het stramien van het bestuurs(proces)recht. Het nu voorgestane systeem offert de rechtsbescherming voor de burger op het altaar van het uniformiteitsstreven.


Lees het hele artikel in Navigator.

 

Onrechtmatig Wmo-beleid
Wouter Koelewijn en Bas Wallage
In het licht van de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep waarin werd vastgesteld dat huishoudelijke hulp een voorziening is die onder de reikwijdte van de Wmo valt, wordt op grote schaal het Wmo-beleid herijkt terwijl tegelijkertijd massaal nieuwe aanvragen en herzieningsverzoeken worden ingediend. De vraag dringt zich daarbij op wat nu de rechtspositie is van Wmo-gerechtigden die eerder niet in bezwaar en beroep zijn gegaan. Loopt deze grote groep Wmo-gerechtigden nu tegen het leerstuk van de ‘formele rechtskracht’ aan of zijn er juridische mogelijkheden om de onherroepelijke beschikkingen alsnog open te breken?


Lees het hele artikel in Navigator.

 

Euthanasie I
Reiner de Winter
Volgens Anne de Hingh van de VU wordt de Nederlandse samenleving ‘bij voortduring bestookt met campagnes en initiatieven op het gebied van euthanasie’, met name voor ‘zogenaamde vergeten groepen’. Zij moet daar weinig van hebben en dat wekt gezien de bewoordingen waarin zij zich uitdrukt geen verbazing.


Lees het hele artikel in Navigator.

 

Euthanasie II
Hendrik Kaptein
De Hingh suggereert dat de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde en haar geestverwanten het menselijk leven reduceren tot koopwaar en de intimiteit van de dood instrumentaliseren: ‘De Levenseindekliniek heeft één duidelijke core business, te weten: het sterven.’ In plaats daarvan bepleit zij dat de mens het lijden en de dood weer op zich neemt en het sterven beschouwt als integraal onderdeel van zijn leven.


Lees het hele artikel in Navigator.

13 juli 2016
TijdschriftNJB 3 (2016)
De toegang tot de arbeidsmarkt voor asielzoekers, asielstatushouders en uitgeprocedeerden
Tesseltje de Lange
In dit artikel wordt ingegaan op het recht op toegang tot de arbeidsmarkt van asielzoekers die nog in afwachting zijn van een beslissing op hun asielverzoek en op de arbeidsmarktpositie van toegelaten asielzoekers. Ook wordt de vraag besproken of er een weg naar legale arbeid is voor uitgeprocedeerden. De regulering van de toegang tot de arbeidsmarkt van asielzoekers, statushouders en uitgeprocedeerden is geen louter Nederlandse aangelegenheid: bij de bespreking van het recht op toegang tot de arbeidsmarkt van de drie groepen worden de relevante Europese minimumnormen betrokken.
Taaleis in de bijstand
Kees Groenendijk en Paul Minderhoud
Per 1 januari van dit jaar zijn nieuwe bijstandsaanvragers verplicht de Nederlandse taal te beheersen op een bepaald niveau, per 1 juli geldt deze verplichting ook voor mensen die nu al in de bijstand zitten. In dit artikel wordt niet betwist dat kennis van de Nederlandse taal in veel gevallen leidt tot betere kansen op het vinden van werk. Wel dat de nieuwe verplichting onnodig is, disproportioneel en strijdig met de Grondwet, het EVRM, andere verdragen en met het EU recht.
In memoriam Tim Koopmans (1929-2015)
Luc Verhey
Nederland kent veel juristen. Soms zijn ze uitstekend. In elke generatie is er echter maar een enkeling die er echt bovenuit steekt en voor wie het predicaat ‘buitencategorie’ passend is. Tim Koopmans was zo’n jurist. Hij overleed op 24 december 2015 in zijn woonplaats Voorburg op 86-jarige leeftijd.
Rechtsvinding in de moderne rechtsstaat
Lucas Bergkamp
In dit tijdschrift hebben Van Gestel & Loth betoogd dat de kritische commentaren op het Haagse klimaatvonnis een tamelijk klassieke opvatting delen over de scheiding der machten, rechterlijke rechtsvinding en rechterlijk activisme. Het Urgenda-vonnis laat naar hun mening juist zien dat de opvattingen daarover in de huidige meerlagige rechtsorde aan herijking toe zijn.
Rechtsvorming in een meerlagige rechtsorde
Rob van Gestel en Marc Loth
Wij danken Lucas Bergkamp voor zijn reactie op ons artikel, maar hebben geaarzeld of we zouden reageren. We willen de NJB-lezer niet vermoeien met een herhaling van argumenten. Bergkamps reactie onderstreept namelijk nog eens dat wij een verschillend beeld hebben van het hedendaagse proces van rechtsontwikkeling.
20 januari 2016
TijdschriftNJB 37 (2015)
Urgenda: roekeloze rechtspraak of rechtsvinding 3.0?
Rob van Gestel en Marc Loth
Onlangs wijdde het NJB een special aan voornamelijk kritische commentaren op het Urgenda-vonnis van de Haagse rechtbank. Naast alle verschillen delen veel van de commentaren een tamelijk klassieke opvatting over de scheiding der machten, rechterlijke rechtsvinding en rechterlijk activisme. Maar is het niet te gemakkelijk om vanuit die opvatting het Haagse vonnis op de korrel te nemen? De auteurs betogen dat het Urgenda-vonnis juist laat zien dat onze opvattingen over de scheiding der machten, rechterlijke rechtsvinding en rechterlijk activisme in de huidige meerlagige rechtsorde aan herijking toe zijn. Daarom is het beter dat vonnis te onderzoeken vanuit het perspectief van de veranderingen die zich in onze rechtsorde voltrekken, dan om het te bekritiseren vanuit opvattingen die daarmee niet langer stroken.
Tabakszaak tegen Nederland
Brigit Toebes
In september 2014 dagvaardde de Stichting Rookpreventie Jeugd de Staat in een zaak betreffende de nauwe banden tussen de overheid en de tabaksindustrie. De zaak is voornamelijk gebaseerd op het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging van de Wereldgezondheidsorganisatie. Deze bijdrage schetst een beeld van deze zaak.
De ene Afdeling is de andere niet
Heleen de Jonge van Ellemeet
Op 14 september 2015 verscheen van de Afdeling advisering van de Raad van State het ongevraagde advies getiteld Analyse van enige verschillen in rechtsbescherming en rechtspositie van de justitiabele in het strafrecht en in het bestuursrecht. In vijfendertig jaar tijd bracht de Raad van State slechts twee keer eerder zo’n spontaan advies uit. Kennelijk achtte het Hoge College van Staat het noodzakelijk om langs deze weg aan de regering aandacht te vragen voor de positie van de burger tegenover het bestraffend bestuur.
27 oktober 2015
TijdschriftNJB 42 (2014)
Forensisch-psychiatrische diagnostiek
Erik Rassin en Harald Merckelbach
Bij de beantwoording van de derde en vierde hoofdvraag uit artikel 350 Sv laat de rechter zich bijstaan door gedragsdeskundigen. Het gaat dan om forensisch psychiaters en psychologen, die via hun Pro Justitia rapportages de rechter voorlichten over de symptomen en vervolgens de (on)toerekeningsvatbaarheid van de verdachte. Maar in de diagnostiek van deze deskundigen gaat het nodige mis. In deze bijdrage wordt dit type voorlichting van een paar kritische kanttekeningen voorzien. Ook mogelijke oplossingen voor de problemen die worden gesignaleerd worden besproken.
Over massaliteit en kwaliteit van juridisch onderwijs
Huub Spoorman
De universiteit zien we niet graag als een fabriek. Toch is dat volgens de auteur wel de werkelijkheid. Hoe is deze ‘onderwijsfabriek’ ontstaan, welke gevolgen heeft dat gehad voor het onderwijs aan de universiteiten en hoe ziet het er voor de toekomst uit? Zolang we niet over de mogelijkheden en middelen beschikken als een Oxbridge, Harvard of Yale, zullen we op een fabrieksmatige werkwijze zijn aangewezen. Dat betekent dat we de inrichting van ons onderwijs ook moeten baseren op de sterke punten van deze werkwijze: arbeidsdeling en differentiatie. Mensen moeten worden ingezet waar ze relatief het best tot hun recht komen.
Gemeentezorg en privacyzorgen
Sjaak Nouwt
‘As we speak’ worden allerlei zorgtaken gedecentraliseerd naar gemeenten. Dat leidt tot nieuwe behoeften aan informatie-uitwisseling. In oktober 2013 is een juridisch kader gepubliceerd voor de informatie-uitwisseling binnen veiligheidshuizen. Dat rapport gaat nogal ‘creatief om met de huidige privacyregels’. Gemeenten dreigen daardoor op het verkeerde been te worden gezet. Daarom hierbij enkele juridische kanttekeningen bij deze creativiteit vanuit het perspectief van de zorgprofessional.
Een besluitbevoegdheid is geen bevelsbevoegdheid
Jan Brouwer en Jon Schilder
Met veel belangstelling namen wij kennis van het artikel van Nan & Rogier waarin zij het arrest van de strafkamer van Hoge Raad van 10 december 2013, nr. 13/01184 op goede gronden bekritiseren. Voor de lezer roepen we nog even in herinnering waar deze zaak over gaat.
De Hoge Raad is geen rotaryclub
Marc Loth
Folkert Jensma opent zijn column van 15 november met de zin ‘even zeuren over de nieuwe president van de Hoge Raad der Nederlanden’. Wat is precies zijn klacht?
4 december 2014
Blog
De Hoge Raad is geen rotaryclub
De functie van president van de Hoge Raad is niet meer het eerbare corvee waarover Jensma spreekt, maar is geprofessionaliseerd tot een bestuursfunctie op niveau.
21 november 2014 Artikel Marc Loth
TijdschriftNJB 26 (2014)
‘Wij weten wel wat wij doen’
Jan Vranken
Juridisch-dogmatisch onderzoek kan veel meer zijn dan praktijkkunde of hofleverancier van argumenten voor de rechtspraak. Het hoeft, als het om inhoudelijke kwaliteit gaat, in niets onder te doen voor het hooggeprezen multidisciplinaire, internationale, rechtsvergelijkende of empirisch juridische onderzoek. In het Algemeen Deel 2014 probeert Vranken dit aan te tonen voor wat betreft dissertaties, tijdschriftartikelen en annotaties. Tegelijk berust hij niet in de huidige status quo, maar geef aan dat, waar en waarom verbeteringen wenselijk en ook mogelijk zijn.
Hoe raar zijn die juristen eigenlijk?
Marc Loth
De NJB-salon ‘Rare jongens die juristen’ die op 24 april jl. plaatsvond, is een goede aanleiding om de stand van de rechtswetenschap op te nemen. De ontwikkelingen volgen elkaar snel op, maar vertonen van een grotere afstand bezien herkenbare patronen. Terugkerende elementen daarin zijn de relatie van de rechtswetenschap tot de praktijk, tot de (andere) maatschappij- en geesteswetenschappen, en natuurlijk tot zijn object: het recht (hoe dan ook gepercipieerd). Dan rijst de vraag: zijn die juristen eigenlijk wel zulke rare jongens? Anders gezegd, neemt de rechtswetenschap in het spectrum van disciplines een eigen positie in, of is zij vergelijkbaar met (andere) geestes- of maatschappijwetenschappen? In dit essay worden vanuit een comparatief en historisch perspectief enkele grote lijnen getrokken, omdat je soms van veraf meer ziet.
Versnelling van de doorlooptijden van rechtszaken met 40%
Margreet Ahsmann en Hans Hofhuis

Prof. mr. M.J.A.M. Ahsmann is bijzonder hoogleraar Rechtspleging in Leiden en senior rechter A rechtbank Den Haag. Mr. H.F.M. Hofhuis is rechter-plaatsvervanger in (en oud-president van) die rechtbank.

De waardering voor de rechtspraak in Nederland is groot. Dit betreft vooral het rechterlijke functioneren. Maar ook qua doorlooptijden doet Nederland het internationaal goed. Toch wil de Rechtspraak sneller gaan werken. Daartoe is eind 2012 het programma KEI (Kwaliteit en Innovatie) gelanceerd. In het verlengde daarvan beschrijft de (concept)Agenda van de Rechtspraak 2015-2018 de koers voor de komende jaren. Aan deze Agenda zijn hoge versnellingspercentages gekoppeld. De eerste doelstelling is dat in 2018 de duur van rechtszaken 40% korter zal zijn dan in 2013. Maar dit bekortingspercentage berust op een ondeugdelijk fundament. Eerst zou systematisch moeten worden bezien waar ruimte bestaat voor versnelling. Het rapport waarop een en ander is gebaseerd biedt slechts min of meer kale cijfers, terwijl een deugdelijke programmatheorie ontbreekt. De Rechtspraak zou er goed aan doen om geen verwachtingen te wekken die zij zeer waarschijnlijk niet kan waarmaken.
Veranderingen in het procesrecht
Toon Huydecoper
De ophanden zijnde modernisering en vernieuwing van de rechtspraak baren de auteur zorgen. De voornemens richten zich op sneller en efficiënter procederen, met name door digitalisering van diverse stappen van de gerechtelijke procedures. De vraag is of met deze beklemtoning van snelheid en efficiëntie niet te veel afbreuk wordt gedaan aan de ruimte voor zorgvuldigheid en deugdelijke onderbouwing.
Reactie en Naschrift
H.Th. van der Meer en R.P. van der Laan
3 juli 2014