Artikelen van Johannes Bijlsma

TijdschriftNJB 18 (2022)
De Europese detachering van derdelanders
Dion Kramer, Imke van Gardingen en Klara Boonstra
Het aantal derdelanders dat in de EU komt werken, neemt al jaren toe. Steeds vaker worden deze derdelanders onder het vrij verkeer van diensten gedetacheerd naar andere lidstaten, waaronder Nederland. Deze ontwikkeling staat niet alleen op gespannen voet met het recht van lidstaten om hun eigen toelatingsbeleid te bepalen, maar brengt ook arbeidsrechtelijk forse uitdagingen met zich mee. Dit artikel gaat eerst in op het juridisch kader rondom de detachering van derdelanders, zoals grotendeels vormgegeven door het Europees Hof van Justitie. In het licht van recente toename van het gebruik van deze arbeidsmigratieroute naar Nederland bespreken we vervolgens de Europeesrechtelijke verplichting voor Nederlandse autoriteiten om gedetacheerde derdelanders arbeidsrechtelijk te beschermen.

[verder lezen in NAVIGATOR]

De koopvaardij in de vaart der volkeren
Olav Haazen
Niet-Europese zeelieden krijgen sinds jaar en dag op Nederlandse schepen voor hetzelfde werk een lager loon betaald dan hun Europese collega’s. Vindt deze discriminatie in de Nederlandse maritieme sector anno 2022 nog rechtvaardiging in internationaal gebruik? In dit artikel wordt betoogd dat het internationale recht geen ondersteuning lijkt te bieden aan voortzetting van deze praktijk en het is de vraag of het dat eigenlijk ooit wel heeft gedaan. Het is evenmin vanzelfsprekend dat de continuïteit van de Nederlandse maritieme sector vandaag de dag een objectieve rechtvaardiging kan bieden voor loondiscriminatie. Het is daarom hoog tijd dat de sociale partners, de minister, het College voor de Rechten van de Mens of de rechter de indirecte loondiscriminatie jegens Filipijnse en Indonesische zeelieden opnieuw tegen het licht houden.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Rechtspraak en politiek
Floris Bakels
In het grensgebied van rechtspraak en politiek is het lang rustig geweest in ons land. En tussen rechtspraak en wetgever was en is sprake van een wederzijdse vertrouwensrelatie. Maar sinds de jaren tien van deze eeuw is vaker dan vroeger een beroep op de rechter gedaan in zaken met een politieke dimensie. Niet elke politieke partij is daarvan gediend. Inmiddels is in deze relatie sprake van enige, licht oplopende, spanning. Dit verdient extra aandacht in de context van wereldwijde politieke ontwikkelingen die tot op zekere hoogte ook ons land al hebben bereikt.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Gaat de Hoge Raad klare wijn schenken over ontoerekenbaarheid?
Johannes Bijlsma, Sjors Ligthart en Esther Nauta
Het arrest in de zaak tegen Thijs H. brengt enkele vragen over de beoordeling van ontoerekenbaarheid door de feitenrechter pregnant over het voetlicht. Hoe specifiek moeten vaststellingen zijn over de aard van de stoornis waar de verdachte aan leed? En welk criterium geldt voor ontoerekenbaarheid? In dit artikel wordt, mede aan de hand van een vergelijking met het Duitse recht, betoogd dat deze twee vragen niet los van elkaar te zien zijn. Deze zaak laat (opnieuw) zien dat meer duidelijkheid geboden is over de wijze waarop ontoerekenbaarheid moet worden beoordeeld.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Het drama van Poetins agressie
Mischa Wladimiroff
Het is tragisch dat Rusland en Oekraïne al meer dan twee maanden met elkaar in een oorlog zijn verwikkeld. Twee buurlanden die zoveel gemeen hebben. De gevolgen van de ongerechtvaardigde invasie in Oekraïne zijn verschrikkelijk, duizenden doden en gewonden, miljoenen vluchtelingen, kapot gebombardeerde steden, een gigantische ravage en bezetting van grondgebied door Russische troepen.

[verder lezen in NAVIGATOR]

19 mei 2022
TijdschriftNJB 44 (2019)
Nieuwe digitale (grond)rechten
Bart Custers
Door de steeds bredere inzet van digitale technologie door overheden en bedrijven dringt zich een toenemend aantal vragen op over regulering van die technologie, in het bijzonder welke rechten en bescherming burgers zouden moeten hebben. De nadruk ligt daarbij vrijwel altijd op het toepassen en eventueel aanpassen van bestaande (grond)rechten. Wat echter ontbreekt in het debat en het juridisch onderzoek is een bredere discussie over welke nieuwe (grond)rechten burgers zouden moeten hebben in het digitale tijdperk. Slechts een enkele keer komen nieuwe concepten naar boven, zoals het ‘recht om vergeten te worden’. Deze bijdrage gaat in op de vraag welke nieuwe, aanvullende (grond)rechten we zouden bedenken in het digitale tijdperk als we ze nu zouden moeten opstellen, zonder (al te veel) gebonden te zijn aan reeds bestaande grondrechten. In de hoop een breder juridisch debat hierover op te starten, worden uiteenlopende nieuwe rechten voor burgers voorgesteld.


Lees het hele artikel in Navigator.

De juridische randvoorwaarden voor een datagedreven samenleving
Bart van der Sloot en Sascha van Schendel
Nederland heeft grote ambities ten aanzien van de transformatie naar een data-gedreven samenleving. Er wordt fors geïnvesteerd in technische universiteiten, geëxperimenteerd met smart cities, predictive policing en data-gedreven processen binnen zowel de publieke als private sector, en steeds meer beleids- en besluitvorming wordt geautomatiseerd. Er is een aantal juridische aanpassingen nodig om dit proces in goede banen te leiden: data-gedreven processen moeten beter worden ingekaderd, er dient meer nadruk te komen op de bescherming van maatschappelijke belangen en het procesrecht zou meer ruimte moeten bieden voor vertegenwoordigende, collectieve en algemeen belangacties.


Lees het hele artikel in Navigator.

Effectieve rechtsbescherming bij algoritmische besluitvorming in het bestuursrecht
Jurgen de Poorter en Jurgen Goossens
In toenemende mate oefent het bestuur regelgevende bevoegdheden uit en kent het de wetgever een grote beslissingsruimte toe inzake bestuurlijke bevoegdheden. In de sterk gedigitaliseerde, complexe samenleving maakt het bestuur daarenboven zelf in toenemende mate gebruik van algoritmen ter vervanging van menselijke tussenkomst om de efficiëntie van besluitvormingsprocessen te verhogen, waarbij zowel sprake kan zijn van algoritmische ondersteuning als volledig geautomatiseerde besluitvorming. Aangezien zowel de mogelijkheid tot controle als de (menselijke) tussenkomst van het openbaar bestuur bij algoritmische besluitvorming afnemen, is een inhoudsvolle rechterlijke toetsing van wezenlijk belang voor een effectieve rechtsbescherming. Het black box-karakter van algoritmen, en zeker van zelflerende, kan echter leiden tot het ontstaan van een rechterlijk vacuüm. Hoe kan deze vicieuze cirkel doorbroken worden?


Lees het hele artikel in Navigator.

Artificiële intelligentie en risicotaxatie
Johannes Bijlsma, Floris Bex en Gerben Meynen
De snelle ontwikkeling van artificiële intelligentie werpt een aantal prangende vragen op voor strafrechtjuristen en forensisch gedragsdeskundigen. Risicotaxatie met behulp van AI heeft de potentie om een relatief betrouwbaar middel te worden om inschattingen van recidivegevaar te maken. Een belangrijk vraagpunt is tot hoeveel vals-positieven (precision) en vals-negatieven (recall) de inschatting leidt. Door de ‘kosten’ van verschillende fouten te bepalen en in het algoritme te verwerken, kan het belang van de maatschappelijke veiligheid worden afgewogen tegen het belang dat burgers niet ten onrechte door strafrechtelijk ingrijpen moeten worden getroffen. Een tweede vraagpunt is hoe omgegaan moet worden met biases. Er zijn technische manieren om vooroordelen in de algoritmes tegen te gaan, maar daarbij moet wel de normatieve vraag onder ogen worden gezien hoe dat op een rechtvaardige wijze kan gebeuren. Ten derde zijn AI-algoritmes relatief ondoorzichtig, waardoor zij niet altijd mogelijkheden aanwijzen voor interventies die gericht zijn op rehabilitatie van de veroordeelde.


Lees het hele artikel in Navigator.

De bewijskracht van de blockchain timestamp
Arjen Schram
In dit artikel wordt verkend in hoeverre bewijs in de vorm van blockchain-transacties naar Nederlands recht het auteursrechtelijke makerschap in juridische procedures kan ondersteunen en of ons procesrecht zulk bewijs toelaat.


Lees het hele artikel in Navigator.

18 december 2019
TijdschriftNJB 34 (2018)
Wat is ‘aannemelijk’?
Johannes Bijlsma en Gerben Meynen
De aanwezigheid van strafuitsluitingsgronden en de voorwaarden waaraan voldaan moet zijn voor de oplegging van sancties, hoeven niet ‘wettig en overtuigend’ vast te staan. Vereist is dat de strafuitsluitende omstandigheid of de sanctievoorwaarde op enige wijze ‘aannemelijk’ is geworden. Maar wanneer is iets ‘aannemelijk’? In tegenstelling tot andere rechtssystemen is dit in Nederland open gelaten. In deze bijdrage bepleiten de auteurs meer invulling te geven aan het sanctierechtelijk bewijscriterium, vooral ook in het licht van recente ontwikkelingen. Zo kan de rechter sinds begin dit jaar aan onder meer zedendelinquenten een maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking opleggen die op vordering van de officier van justitie ten uitvoer kan worden gelegd na afloop van tbs of gevangenisstraf, waardoor toezicht bij ‘aannemelijk’ recidiverisico in theorie levenslang kan duren.


Lees het hele artikel in Navigator.

Belastingheffing over cryptobezittingen in box 3
Michelle de Reus en Esther van Nijnatten
Een groot aantal Nederlanders is inmiddels in de handel in cryptovaluta gestapt. De onervaren belegger zal zich er wellicht niet bewust van zijn dat hij zijn cryptovermogen moet aangeven in zijn aangifte voor de inkomstenbelasting. En is hij zich dat wel, dan ziet hij zich geconfronteerd met de vraag tegen welke waarde hij zijn cryptobezittingen in zijn aangifte moet verantwoorden. Daarom strekt het tot aanbeveling dat de voorschriften die daarop betrekking hebben zoals het in aanmerking te nemen waarderingstijdstip en het platform waarop de koers wordt bijgehouden wettelijk moeten worden vastgelegd, evenals dat de Belastingdienst belastingplichtigen toereikend voorlicht. Dit geldt temeer nu de Belastingdienst (nog) over weinig genoegzame controlemiddelen beschikt om cryptobezittingen van een belastingplichtige te achterhalen.


Lees het hele artikel in Navigator.

Het kan zo KEI-makkelijk zijn
Nicole de Boer
Een dringend verzoek aan de wetgever en de Raad voor de rechtspraak: houd het simpel. Trek de KB’s waarmee de KEI-wetten zijn ingevoerd in, trek innovatie en digitalisering uit elkaar en kijk alstublieft in eerste instantie alleen naar een (uiteraard veilige) oplossing voor het digitaal communiceren met de griffies en het digitaal indienen van stukken, zodat wij eindelijk afscheid kunnen nemen van onze faxapparaten.


Lees het hele artikel in Navigator.

Het eerste verhoor van Michael P.
Abhijit Das
Hoe moeilijk de gruwelijke feiten waarvoor Michael P. is veroordeeld het ook maken, genegeerd kan niet worden dat het zwaarwegende doel om strafbare feiten op te sporen, of zelfs te voorkomen, niet elke gedraging van de opsporingsautoriteiten kan rechtvaardigen. In dit geval zo wordt hier betoogd gingen de autoriteiten over de schreef en had dit niet zonder gevolgen mogen blijven.


Lees het hele artikel in Navigator.

10 oktober 2018
TijdschriftNJB 5 (2017)
Heeft ons strafrecht de ‘verminderde’ toerekeningsvatbaarheid wel nodig?
Johannes Bijlsma en Gerben Meynen
Sinds het verschijnen van de Richtlijn psychiatrisch onderzoek en rapportage in strafzaken in 2012 is er onder gedragsdeskundigen discussie over het aantal graden van toerekeningsvatbaarheid. Traditioneel werd in Nederland een vijfpuntsschaal gehanteerd: toerekeningsvatbaar, licht verminderd, verminderd, sterk verminderd toerekeningsvatbaar en ontoerekeningsvatbaar. De richtlijn verving deze indeling door een driepuntsschaal met slechts één middencategorie: verminderde toerekeningsvatbaarheid. Onlangs werd door het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, na consultatie en debat, het aantal graden van toerekeningsvatbaarheid definitief vastgesteld op drie. Maar wat is, nog afgezien van de drie- dan wel vijfpuntsschaal, überhaupt de juridische zin van het gebruik van ‘verminderde’ toerekeningsvatbaarheid? Dit artikel analyseert en evalueert nut en noodzaak van de verminderde toerekeningsvatbaarheid binnen het Nederlandse strafrecht.


Lees het hele artikel in Navigator.

Gelijk behandeld als zwangere student?
Anja Eleveld, Janneke Allers, Sietske Delen en Janine van Veldhuizen
In hoeverre voldoen instellingen in het mbo en het hoger onderwijs aan de eisen die voortvloeien uit het gelijke behandelingsrecht als het gaat om zwangere studenten en studerende ouders? Om die vraag te beantwoorden wordt in dit artikel na het vaststellen van die eisen in de eerste plaats gekeken naar onderwijsverplichtingen waaraan deze studenten mogelijkerwijs niet (kunnen) voldoen doordat ze herhaaldelijk afwezig zijn. Vervolgens is gekeken naar de wijze waarop de combinatie van studie en zwangerschap en/of de zorg voor jonge kinderen gefaciliteerd wordt door het toekennen van rechten. De meeste onderwijsinstellingen blijken onvoldoende te ondernemen om deze studenten te faciliteren. Ten aanzien van het nakomen van onderwijsverplichtingen overtreden zij het verbod om te discrimineren op grond van geslacht, indien met name vrouwelijke studenten worden getroffen en het beleid niet objectief kan worden gerechtvaardigd.


Lees het hele artikel in Navigator.

Levende stemkastjes en het verbod van last
Geerten Boogaard
Zijn de plannen van GeenPeil in strijd met de Grondwet? Wat auteur betreft wel, zij het in relatieve en fundamentele zin. Relatief, omdat het idee van een levend stemkastje nog meer op gespannen voet staat met het oorspronkelijke beginsel van het vrije mandaat dan de praktijk van de partijendemocratie met zijn fractiediscipline al deed. Maar desalniettemin fundamenteel, omdat het niet zozeer over de formele regeltjes van de geldigheid van besluiten van de Tweede Kamer gaat, maar om een wezenlijk ander democratisch ideaal dan het representatieve waarop de Grondwet rust.


Lees het hele artikel in Navigator.

Bezwaarbehandeling door de overheid anno 2016 van de andere kant bezien
Arno van Deuzen
Met belangstelling las ik het artikel van Marc Wever in de laatste aflevering van het NJB van 2016 (NJB 2016/2289, afl. 44, p. 3238-3246). Wat me opviel (en ook enigszins teleurstelde), was dat alleen de kant van de overheid in het artikel naar voren komt. De kant van de bezwaarmaker en diens advocaat dan wel andere rechtshulpverlener kwam niet aan bod.


Lees het hele artikel in Navigator.

Naschrift
Marc Wever
door de overheid anno 2016’ een reactie van Arno van Deuzen ontlokt had. Van Deuzen schrijft onder meer teleurgesteld te zijn dat ik voor mijn bijdrage in het NJB uitsluitend van overheidswege verkregen informatie heb gebruikt. Laat ik voorop stellen zijn reactie te begrijpen.


Lees het hele artikel in Navigator.

1 februari 2017