Mr. dr. Janet van de Bunt is als universitair docent Rechtstheorie verbonden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en geeft onder meer het vak Methoden van rechtswetenschap. ​

Artikelen van Janet van de Bunt

Blog
Wat leert een methoden-perspectief ons over de coronamaatregelen?
Er zijn drie belangrijke defecten vanuit methoden-perspectief: het probleem is nog onduidelijk, de huidige toetsingsmaatstaf lijkt erg eenzijdig en de effecten van mogelijke oplossingen zijn niet bekend.
5 juni 2020 Gastposts Janet van de Bunt
Blog
Geef de bestuursrechter meer ruimte bij prejudiciële vragen!
Verruiming van de mogelijkheid om prejudiciële vragen te stellen voor de bestuursrechter is een eenvoudige oplossing voor een grote weeffout in het wetsvoorstel Tijdelijke wet Groningen.
9 januari 2020 Gastposts Janet van de Bunt
TijdschriftNJB 1 (2020)
Twee kapiteins op één schip bij de afwikkeling van mijnbouwschade
Margaret Planken en Michiel Tjepkema
In het concept-wetsvoorstel Instituut Mijnbouwschade Groningen werd aanvankelijk een duidelijke keuze gemaakt voor een exclusieve rechtsgang bij de bestuursrechter, met uitsluiting van de civiele rechter. Die exclusiviteit is in het wetsvoorstel Tijdelijke Wet Groningen, dat thans in de Tweede Kamer voorligt, weer teruggedraaid. Dat betekent niet dat burgers die voor de bestuursrechtelijke route kiezen moeten vrezen voor een procedure waarin hun rechten minder goed gewaarborgd zijn. Integendeel, de bestuursrechtelijke procedure is bij uitstek geschikt voor geschillen die sterk leunen op deskundigenadvisering. Wel rijzen er door het openhouden van de civielrechtelijke route vragen over de binding aan elkaars oordelen.


Lees het hele artikel in Navigator.

Drie wijzigingen voor het wetsvoorstel Tijdelijke Wet Groningen
Janet van de Bunt
Dat de wetgever met de Tijdelijke Wet Groningen beoogt de publiekrechtelijke afhandeling van mijnbouwschade wettelijk te regelen en één instituut opricht dat alle vormen van schade kan afhandelen, valt te prijzen. In dit artikel wordt betoogd dat het wetsvoorstel op drie punten aangepast zou moeten worden. De bestuursrechter die mijnbouwschadegeschillen voorgelegd krijgt zou verruiming van de mogelijkheid om prejudiciële vragen te stellen moeten krijgen, zodat hij niet alleen bestuursrechtelijke rechtsvragen voor kan leggen aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State maar ook civielrechtelijke rechtsvragen aan de Hoge Raad. Het personeel en de financiën van het Instituut Mijnbouwschade Groningen zouden niet rechtstreeks afkomstig moeten zijn van het Ministerie van EZK om de onafhankelijkheid te waarborgen en de schijn van partijdigheid te vermijden. Ten slotte is de één-loket-gedachte geen werkelijkheid, zolang het schadeherstel en preventieve maatregelen om de schade te beperken niet bij één instituut belegd zijn.


Lees het hele artikel in Navigator.

Van Instituut mijnbouwschade naar schadefonds bodembeweging Groningen
Tijn Kortmann
Een door de overheid gefinancierd schadefonds bodembeweging Groningen, zou de wetgever daarvoor te porren zijn? De voordelen van een schadefonds met eigen, op de Groningse situatie toegesneden, regels worden in dit artikel uiteengezet. Zij lijken evident, als men ze afzet tegen de gewrongen constructie waarin de Tijdelijke Wet Groningen voorziet: een zelfstandig bestuursorgaan dat als plaatsvervanger van de exploitant (een private partij) in een bestuursrechtelijk georiënteerde procedure algemeen burgerlijk recht moet toepassen en bij moeilijkheden prejudiciële vragen kan stellen aan de hoogste bestuursrechter. De instelling van zo’n schadefonds is mogelijk juist dankzij het feit dat de benadeelden zich niet langer tot de NAM hoeven te wenden, maar tot de Nederlandse Staat. Nu vergoeding aan de benadeelden en verhaal op de NAM zijn ontkoppeld, is er ruimte voor een instituut waarop een samenhangend geheel van specifieke regels over procedures, bewijs en vergoedingen van toepassing is.


Lees het hele artikel in Navigator.

Vergoeding van waardedaling van woningen in rechtspraak en wetgeving een ‘achterhoedegevecht’ of een ‘frontliniekwestie’?
Jan van Dunné
Op 19 juli 2019 heeft de Hoge Raad een aantal prejudiciële vragen beantwoord die de Rechtbank Noord-Nederland aan de Hoge Raad had gesteld in een zaak over Groninger aardbevingsschade. In dit artikel wordt de wijze waarop in die beantwoording wordt omgegaan met de waardedaling van woningen bekritiseerd. De benadering van de A-G en de Hoge Raad is volgens de auteur niet in overeenstemming met geldende regels van schadevergoedingsrecht, noch met de feiten en geologische inzichten over schade door gaswinning. Bovendien is daarin het rapport van de Commissie Waardedaling woningen een te prominente plaats toegekend. Tot slot levert de gekozen benadering weinig op voor benarde woningeigenaren. Dit alles pleit niet voor invoering van de Tijdelijke Wet Groningen.


Lees het hele artikel in Navigator.

8 januari 2020
TijdschriftNJB 13 (2019)
Stelplicht, bewijslastverdeling en de civiele vordering van de benadeelde partij in het strafproces
Ilou Felix en Alexander Schild
Om de vraag te beoordelen of een verdachte schadeplichtig is naar burgerlijk recht, moet de strafrechter in het strafproces zijn ‘civiele bril’ opzetten. De Hoge Raad heeft overwogen dat in de voegingsprocedure de regels van stelplicht en bewijslastverdeling in civiele zaken gelden, en niet de bewijs(minimum)regels van het Wetboek van Strafvordering. De voegingsprocedure functioneert echter in hoge mate als een schadebegrotingsprocedure. Het past bij de aard van deze procedure te aanvaarden dat de benadeelde partij een onderbouwingsplicht heeft. Het vasthouden aan de civiele regels voor stelplicht en bewijslastverdeling lijkt daarnaast niet zinvol.


Lees het hele artikel in Navigator.

De civiele rechter in Nederland op de schopstoel
Jan Vranken en Marnix Snel
De inktzwarte kritiek in het HiiL-rapport Menselijk en rechtvaardig. Is de rechtspraak er voor de burger? op de civiele rechtspraak in Nederland is tendentieus, eenzijdig en gemakzuchtig. De oplossing, een civiele rechter als problem solver, klinkt woest-aantrekkelijk, maar getuigt bij nadere analyse van wensdromen of, erger, van gevaarlijke arrogantie waar Jan Leijten 50 jaar geleden al voor waarschuwde. De Raad voor de rechtspraak en Minister Dekker spiegelen, net als HiiL, ‘de burger’ verwachtingen over een probleemoplossende rechter voor waarvan op voorhand vast staat dat die niet waargemaakt kunnen worden. Het zou ook in de professionele standaarden tot uitdrukking moeten komen. Iedere suggestie, laat staan eis, dat een civiele overheidsrechter het onderliggende probleem oplost, is verkeerd.


Lees het hele artikel in Navigator.

De opgedrongen bestuursrechter
Manon Hermans
Er komt een Instituut Mijnbouwschade Groningen, dat door middel van het nemen van besluiten in de zin van de Awb aardbevingsclaims zal afhandelen. Daartegen bestaat weerstand en wantrouwen. Dit wantrouwen en het feit dat Groningers de NAM niet meer kunnen aanspreken, moeten bij het behandelen van het wetsvoorstel serieus genomen worden. De wetgever, en uiteindelijk de praktijk, zullen de gedupeerde Groningers moeten overtuigen dat de bestuursrechtelijke rechtsgang daadwerkelijk de beste oplossing is.


Lees het hele artikel in Navigator.

Geef de bestuursrechter het voordeel van de twijfel
Janet van de Bunt
Een wetsvoorstel is in voorbereiding om de aardbevingsschade van inwoners van Groningen voortaan exclusief te laten afhandelen via de publieke weg door het Instituut Mijnbouwschade, een nog op te richten zelfstandig bestuursorgaan. De civiele weg zal voor het verhaal van die schade geheel worden afgesloten. Tegen de besluiten van het instituut kunnen gedupeerden de in het bestuursrecht gebruikelijke rechtsgang volgen: zij kunnen in bezwaar gaan bij het bestuursorgaan en (hoger) beroep aantekenen bij de bestuursrechter.


Lees het hele artikel in Navigator.

Mijnbouwschadegeschillen
Bert Marseille, Herman Bröring en Kars de Graaf
In haar bijdrage Mijnbouwschade in Groningen. Waar is de civiele rechter? stelt Ruth de Bock dat mijnbouwschadegeschillen onder het concept-wetsvoorstel Wet Instituut Mijnbouwschade Groningen bij de bestuursrechter niet de behandeling zullen krijgen die ze verdienen. Die stelling berust op een onjuist beeld van de bestuursrechtelijke besluitvormings- en geschilbeslechtingsprocedure. We geven kort de argumenten van De Bock weer, om die vervolgens te weerleggen.


Lees het hele artikel in Navigator.

3 april 2019
TijdschriftNJB 5 (2019)
Overschrijding van de redelijke termijn in civiele zaken
Janet van de Bunt
Vormt de procedure voor schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de zin van art. 6 EVRM in civiele zaken thans een effectieve remedie? Aan het luttele aantal zaken dat de afgelopen jaren wegens overschrijding van de redelijke termijn is aangebracht, lijkt op te maken dat dit niet het geval is. Er lijkt geen afdoende prikkel te bestaan voor de rechtspraak om de civiele zaken binnen een redelijke termijn af te handelen. In deze bijdrage wordt in dit verband onder meer gepleit voor een nieuwe, wettelijke regeling voor een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in civiele zaken.


Lees het hele artikel in Navigator.

De rechter in politieke vertegenwoordigende organen
Sietske Dijkstra
Er is veel geschreven over de rechter en de politiek, en over die verhouding valt ook veel te zeggen. Aanleiding om in dit artikel aandacht aan dit onderwerp te besteden is de brief van 18 juni 2018 die de voorzitters van de Raad voor de rechtspraak, de presidentenvergadering van de gerechten (PRO) en de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR) aan de minister voor Rechtsbescherming hebben geschreven en waarin zij hun standpunt kenbaar hebben gemaakt over de combinatie van het rechterschap en het lidmaatschap van de Eerste en Tweede Kamer. Naar de mening van de afzenders zou de wet zo moeten worden gewijzigd dat deze functiecombinatie niet langer is toegestaan. De reden voor dit standpunt zijn de verschuivende maatschappelijke opvattingen. In deze bijdrage wordt de achtergrond van de brief belicht en wordt bepleit dat de voorgestelde incompatibiliteit wordt uitgebreid naar het lidmaatschap van andere politieke vertegenwoordigende organen, de gemeenteraad, Provinciale Staten en het Europees Parlement. Een dergelijke brede incompatibiliteit sluit aan bij de tijdsgeest en bij de ontwikkelingen in Nederland en Europa.


Lees het hele artikel in Navigator.

De zitting in de zaak Howick en Lili
Carolus Grütters
De vrij onverwachte verstrekking van een verblijfsvergunning aan Howick en Lili door de staatssecretaris twee weken nadat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het groene licht had gegeven voor een eventuele uitzetting van de kinderen, leidde tot allerlei reacties. Blijdschap bij de kinderen en tegelijkertijd verwondering bij velen over de precieze beweegredenen van de staatssecretaris om gebruik te maken van zijn discretionaire bevoegdheid. Dat laat echter onverlet dat de behandeling ter zitting door de Vreemdelingenkamer van de ABRvS niet getuigde van rechterlijke onpartijdigheid.


Lees het hele artikel in Navigator.

Advocatendeclaraties 2.0
Tijn van Osch
De Geschillencommissie Advocatuur zou meteen aan de slag kunnen met de declaratiegeschillen van advocaten wanneer de NOvA artikel 6.29 van de Verordening op de advocatuur in overeenstemming zou brengen met de bedoeling van de wetgever en de tekst van artikel 28 Advocatenwet, en als de cliënt daarnaast ook toepassing van de geschillenregeling zou verlangen. De evaluatie van de in 2015 in de Advocatenwet doorgevoerde wijzigingen hoeft hiervoor niet te worden afgewacht.


Lees het hele artikel in Navigator.

Naschrift
Diana de Wolff
Het is juist dat tuchtrecht tot doel heeft de normen te handhaven die voor de beroepsgroep gelden. Eén daarvan is dat een advocaat een alle omstandigheden in aanmerking nemend redelijk honorarium in rekening brengt. Als de tuchtrechter deze norm strakker handhaaft, wordt het doel van het tuchtrecht niet anders. Ik heb in mijn bijdrage de instrumenten beschreven die de tuchtrechter daartoe nu al ter beschikking staan.


Lees het hele artikel in Navigator.

6 februari 2019
Blog
NS komt slachtoffers holocaust tegemoet naar Frans voorbeeld
NS wil schadevergoedingen betalen aan de slachtoffers en nabestaanden van de holocaust
5 december 2018 Gastposts Janet van de Bunt
Blog
Een nieuw schadeprotocol voor de mijnbouwschade in Groningen
Minister Wiebes heeft op 31 januari jl. een nieuw protocol uitgevaardigd voor de afwikkeling van schade in het Groninger aardbevingsdossier. Zal het protocol aan zijn doelstellingen kunnen beantwoorden?
22 maart 2018 Artikel Michiel Tjepkema Janet van de Bunt
TijdschriftNJB 12 (2018)
Een nieuw schadeprotocol voor de mijnbouwschade in Groningen
Janet van de Bunt en Michiel Tjepkema
Minister Wiebes heeft op 31 januari jl. een nieuw protocol uitgevaardigd voor de afwikkeling van schade in het Groninger aardbevingsdossier. Het protocol kan op brede steun rekenen en zal op 19 maart 2018, bijna een jaar nadat de NAM uit de schadeafwikkeling is gestapt, in werking treden. Het heeft twee duidelijke doelstellingen: het moet leiden tot als rechtvaardig ervaren uitkomsten en de afhandeling van schade moet voortvarend(er) plaatsvinden. In deze bijdrage wordt het protocol onderworpen aan een analyse. Met welke doelstellingen werd het protocol in het leven geroepen? Wat is de inhoud van het protocol en in welk opzicht verschilt deze van de vroegere werkwijze? Zal het protocol aan zijn doelstellingen kunnen beantwoorden? Ook wordt ingegaan op enkele ‘losse eindjes’ en wordt afgesloten met een blik op de toekomst van de schadeafwikkeling in Groningen.


Lees het hele artikel in Navigator.

Plaatsing van aardgas in het goederenrechtelijke systeem
Maarten van Dijken
Gas zal een belangrijke rol blijven spelen in de Nederlandse economie, ook met de plannen om het gasgebruik terug te dringen. Hoe meer wij veranderen van exporteur naar importeur en doorvoerland, hoe meer verschillende partijen zich mengen op de Nederlandse gasmarkt. De behoefte zal ontstaan zekerheidsrechten te vestigen, nu de solvabiliteit van (private) partijen niet altijd is te garanderen. De wetgeving omtrent eigendom bij gasopslag bevat echter hiaten, waardoor de rechtszekerheid in het geding komt. In dit artikel wordt nader gekeken naar die hiaten en de gevolgen hiervan voor de kwalificatie van aardgas als roerende zaak of onroerende zaak alsook de zekerheidsrechten die erop gevestigd moeten worden.


Lees het hele artikel in Navigator.

Begeven de hoven zich niet te zeer op een hellend vlak?
Marius Josephus Jitta
Onder de kop Einde aan de achterstanden bericht Advocatenblad (2018/1, p. 11) dat de vier hoven, teneinde de werkvoorraden tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen, het initiatief hebben genomen voor een nieuwe, landelijke handelskamer. Niemand zal bezwaar kunnen maken tegen het streven die achterstanden terug te brengen. De manier waarop de hoven dat willen doen, roept echter wel fundamentele vragen op.


Lees het hele artikel in Navigator.

CBb slaat de plank volledig mis
Machteld Kistenkas
Was u van plan om een Grootoorspringmuis in huis te nemen? Of misschien een mooie Muntjak of Mazama in de achtertuin? Dat kan niet zomaar. En dat is maar goed ook. Uw geliefde Europese korthaar als huiskat kan natuurlijk wel, maar niet ieder dier is geschikt om als huisdier gehouden te worden. Daar is een zogenoemde Positieflijst zoogdieren voor ingevolge de Wet Dieren.


Lees het hele artikel in Navigator.

21 maart 2018
TijdschriftNJB 43 (2016)
Een vergoeding voor chroom VI-slachtoffers bij Defensie
Barend Barentsen en Janet van de Bunt
Het aansprakelijk stellen van het Ministerie van Defensie als werkgever voor de blootstelling aan chroom VI gaat met serieuze problemen gepaard voor de werknemers die ziek werden. Het ministerie richtte een fonds op voor deze slachtoffers: de coulanceregeling. Ook het fonds blijkt niet zonder gebreken. Een aangepaste versie van het fonds zou niet alleen voor Defensie-werknemers, maar ook voor andere slachtoffers van chroom VI moeten gaan gelden.


Lees het hele artikel in Navigator.

Het gebrek passeren of het besluit vernietigen?
Evert-Jan Govaers
De verruiming van artikel 6:22 Awb heeft ertoe geleid dat nogal wat gebreken in besluiten kunnen worden gepasseerd. De rechtspraak laat zien dat het lang niet meer zo vaak als voorheen tot een vernietiging van een besluit hoeft te komen. Dit komt de slagvaardigheid van het bestuursprocesrecht, overeenkomstig de bedoelingen van de wetgever, zonder meer ten goede. De bestuursrechter is zich terdege bewust van de vraag of de gevolgen van een gemaakte fout rechtvaardigen dat een besluit wordt vernietigd. Een of meer richtinggevende uitspraken die expliciet zien op het (eerst) bezien van de mogelijkheden om gebreken met artikel 6:22 van de Awb te passeren, zouden nog wel wenselijk zijn.


Lees het hele artikel in Navigator.

Invasief postmortaal onderzoek vraagt wetgeving
Ruben Kraan, Kees Das, Mette Rurup en Udo Reijnders
Het risico van het niet-ontmaskeren van moordenaars rechtvaardigt om standaard eenvoudig-invasief postmortaal onderzoek uit te voeren. Er zijn verschillende invasieve handelingen die een grote meerwaarde kunnen hebben bij het onderzoek naar de aard en het tijdstip van overlijden. Daarvoor is eigenlijk geen wetswijziging nodig, maar omdat er zoveel koudwatervrees is onder forensisch artsen, pleiten auteurs toch voor verduidelijking door de wetgever.


Lees het hele artikel in Navigator.

Nederlandse politieverhoren in de praktijk
Robert Horselenberg, Annelies Vredeveldt en Peter J. van Koppen
Na de perikelen van de Schiedammer Parkmoord is besloten om opnamen te maken van verhoren van verdachten en getuigen, althans in belangrijke zaken. Dat wordt door de politie ook trouw gedaan. Het levert echter in vrijwel alle gevallen een onbruikbare opname op.


Lees het hele artikel in Navigator.

Bom onder het internet?
Dirk Visser
De rechtspraak van het Hof van Justitie EU over de auteursrechtelijke ‘mededeling aan het publiek’ is volop in ontwikkeling. Het Hof is een nogal eclectische omstandighedencatalogus aan het aanleggen op grond waarvan bepaald moet worden wanneer nu wel of niet sprake is van een 'mededeling aan het publiek' en het is niet altijd duidelijk welke omstandigheid op welk moment wel of niet doorslaggevend is. Maar leidt dit tot ongelukken, ontploffingen en rampen? Nee. En dat komt omdat het Hof van Justitie er in een voorkomend geval weer een omstandigheid bij verzint waardoor de juiste uitkomst wordt bereikt.


Lees het hele artikel in Navigator.

8 december 2016
TijdschriftNJB 43 (2014)
Een regeling voor weduwen van slachtoffers van Nederlands geweld in Indonesië
Janet van de Bunt
Dat de Staat een regeling heeft opgetuigd zou een verbetering met zich mee moeten brengen voor de positie van slachtoffers van Nederlands geweld door militairen gepleegd in Indonesië in de periode 1945-1950. Maar bij nader inzien kent de regeling talrijke praktische en meer principiële obstakels. Gevolg is dat veel slachtoffers buiten de boot vallen en zich gedwongen zien alsnog een procedure bij de civiele rechter aan te spannen.
Anoniem misdaad melden via internet
Jaap-Henk Hoepman, Bert-Jaap Koops en Wouter Lueks
Het meldpunt ‘Meld Misdaad Anoniem’ wordt via de telefoon aangeboden. Maar wie belt er nu nog? Jongeren maken minder melding van misdrijven via het telefonisch meldpunt. Omdat jongere generaties gewend zijn alles via internet te doen, en de drempel voor online melden naar verwachting sowieso lager ligt dan bij telefonisch melden, zou een internetmeldpunt een goede aanvulling kunnen zijn op de huidige dienst. De Minister van Veiligheid en Justitie heeft in dat licht aan de Tweede Kamer een onderzoek toegezegd naar de mogelijkheden van melden via internet, waarbij de kwaliteit van de meldingen zo goed mogelijk geborgd is en de anonimiteit van de melder gegarandeerd blijft. Maar kan anonimiteit op internet wel voldoende worden gegarandeerd? Welke technische en juridische aspecten zijn van invloed op de haalbaarheid van een internetmeldpunt? En moet alles wat online kan, ook online kunnen?
Red de bestuursrechtspraak!
Willem Konijnenbelt
De nieuwste plannen van het kabinet met betrekking tot de hoogste bestuursrechters betekenen dat de Afdeling bestuursrechtspraak onderdeel blijft van de Raad van State, zij het dat de laatste functionele banden met de Afdeling advisering worden doorgesneden, dat het College van Beroep voor het bedrijfsleven als zelfstandige bestuursrechter verdwijnt onder overheveling van zijn rechtsmacht naar de Afdeling bestuursrechtspraak, en dat de Centrale Raad van Beroep verdwijnt terwijl zijn taak zal worden overgenomen door een of meer gerechtshoven. Bij de eerste twee onderdelen kunnen wel wat kanttekeningen worden geplaatst, maar echt rampzalig zijn ze per saldo niet. De opheffing van de Centrale Raad daarentegen is zonder meer een onzalig idee.
Triomf van het bestuursprocesrecht
Bert Marseille
Wie behoefte heeft aan een goed gevoel over het bestuursprocesrecht, moet vooral de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht lezen. Aanleiding voor het indienen van het wetsvoorstel is de voorgenomen digitalisering van de procedures bij de civiele en de bestuursrechter. In het kader daarvan is ook gekeken of beide procedures modernisering behoeven. Het blijkt dat er aan de bestuursrechtelijke procedure nauwelijks iets te versleutelen valt, en aan die bij de civiele rechter heel veel.
Reactie op Verruiming bevoegdheden vreemdelingentoezicht
Joris Groen
Het is goed dat het debat over verruiming van bevoegdheden in het vreemdelingentoezicht gevoerd wordt. In de bijdrage van Bas Wallage en Lucille van Wijnbergen, Verruiming bevoegdheden vreemdelingentoezicht (NJB 2014/1417, afl. 28, p. 1918-1924) ontbreekt mijns inziens echter een aantal elementen die noodzakelijk zijn voor een goed begrip van deze materie.
11 december 2014