Artikelen van Jan Vranken

TijdschriftNJB 8 (2020)
Tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties anno 2020
Sjors Ligthart, Pauline Jacobs, Tijs Kooijmans, Marc Groenhuijsen, Joke Harte en Gerben Meynen
Kenmerkend voor het huidige tijdsgewricht is dat incidenten in de sfeer van de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties de politiek lijken te verplichten tot het nemen van onmiddellijke (wettelijke) maatregelen. De discussie hierover raakt direct aan zwaarwegende belangen; van gedetineerden, tbs-gestelden, slachtoffers en van de maatschappij in het algemeen. Maar naast een verscheidenheid aan individuele en maatschappelijke belangen komt ook een breed spectrum aan wetenschapsdisciplines samen in de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties. Daarom wordt in deze bijdrage het belang geïllustreerd van een brede, multidisciplinaire discussie omtrent het huidige sanctierecht en van (voorgenomen) wijzigingen daarvan. Huidige ontwikkelingen omtrent de v.i. en de rol van risicotaxatie-instrumenten bij het nemen van sanctierechtelijke beslissingen laten zien dat waardevolle inzichten uit de (neuro)psychologie, psychiatrie en victimologie vooralsnog allesbehalve optimaal worden benut bij het voorstellen van aanpassingen in het strafrechtelijk sanctierecht.


Lees het hele artikel in Navigator.

Wie beschermt de rechtspraak?
Jan Vranken
De huidige aanvallen op de rechterlijke macht vinden niet plaats in een maatschappelijk, politiek en juridisch vacuüm en kunnen daarom ook niet geïsoleerd bestreden worden. Het gaat om herstel van vertrouwen over zo ongeveer de hele breedte van de samenleving. De rechterlijke macht zelf is geen partij in een gevecht met degenen die feiten en argumenten naar believen duiden als het eigen gelijk en de eigen Waarheid, omdat de rechtspraak het nu juist van zorgvuldigheid, precisie en genuanceerde afweging moet hebben. Wat minimaal nodig is, is toch de grondtoon van elkaar enige ruimte geven: dat men elkaar serieus neemt en ervan uitgaat dat ook de anderen oprecht bezorgd zijn over de democratische rechtsstaat en zijn rechtspraak, ook al wordt die bezorgdheid diametraal anders ingevuld. Of dat er nog inzit? Auteur heeft er een hard hoofd in.


Lees het hele artikel in Navigator.

De rol van meer verplichtende maatregelen in het Nederlandse vaccinatiebeleid
Roland Pierik en Marcel Verweij
Het staat buiten kijf dat alle partijen in het debat rondom vaccinatie het liefst willen dat groepsbescherming robuust gegarandeerd wordt via vrijwillige vaccinatie en idealiter wordt een vaccinatieplicht in welke vorm dan ook vermeden. Maar de Nederlandse politiek kan een discussie over meer verplichtende maatregelen niet langer uit de weg gaan. De dalende lijn in de vaccinatiegraad lijkt in Nederland vooralsnog gestopt, maar mocht de vaccinatiegraad ooit te ver dalen dan zal ook de Nederlandse regering tot actie moeten overgaan en vaccinatiedrang via de kinderopvang, zoals voorgesteld door de commissie Vermeij, is dan het beste voorstel.


Lees het hele artikel in Navigator.

Digitaal procederen bij de Hoge Raad in alle strafzaken mogelijk
Edwin Bleichrodt, Nastja van Strien en Joeri Bemelmans
Digitaal procederen in strafzaken heeft de toekomst. Een nieuwe stap in deze ontwikkeling is dat per 1 februari 2020 in alle soorten strafzaken digitaal kan worden geprocedeerd bij de Hoge Raad der Nederlanden. Met ingang van die datum kunnen, naast vertegenwoordigers van het Openbaar Ministerie (cassatiedesk) en advocaten, gemachtigde medewerkers van advocaten onder voorwaarden met het webportaal van de Hoge Raad werken.


Lees het hele artikel in Navigator.

Bekijk dit nummer in Navigator.

26 februari 2020
TijdschriftNJB 13 (2019)
Stelplicht, bewijslastverdeling en de civiele vordering van de benadeelde partij in het strafproces
Ilou Felix en Alexander Schild
Om de vraag te beoordelen of een verdachte schadeplichtig is naar burgerlijk recht, moet de strafrechter in het strafproces zijn ‘civiele bril’ opzetten. De Hoge Raad heeft overwogen dat in de voegingsprocedure de regels van stelplicht en bewijslastverdeling in civiele zaken gelden, en niet de bewijs(minimum)regels van het Wetboek van Strafvordering. De voegingsprocedure functioneert echter in hoge mate als een schadebegrotingsprocedure. Het past bij de aard van deze procedure te aanvaarden dat de benadeelde partij een onderbouwingsplicht heeft. Het vasthouden aan de civiele regels voor stelplicht en bewijslastverdeling lijkt daarnaast niet zinvol.


Lees het hele artikel in Navigator.

De civiele rechter in Nederland op de schopstoel
Jan Vranken en Marnix Snel
De inktzwarte kritiek in het HiiL-rapport Menselijk en rechtvaardig. Is de rechtspraak er voor de burger? op de civiele rechtspraak in Nederland is tendentieus, eenzijdig en gemakzuchtig. De oplossing, een civiele rechter als problem solver, klinkt woest-aantrekkelijk, maar getuigt bij nadere analyse van wensdromen of, erger, van gevaarlijke arrogantie waar Jan Leijten 50 jaar geleden al voor waarschuwde. De Raad voor de rechtspraak en Minister Dekker spiegelen, net als HiiL, ‘de burger’ verwachtingen over een probleemoplossende rechter voor waarvan op voorhand vast staat dat die niet waargemaakt kunnen worden. Het zou ook in de professionele standaarden tot uitdrukking moeten komen. Iedere suggestie, laat staan eis, dat een civiele overheidsrechter het onderliggende probleem oplost, is verkeerd.


Lees het hele artikel in Navigator.

De opgedrongen bestuursrechter
Manon Hermans
Er komt een Instituut Mijnbouwschade Groningen, dat door middel van het nemen van besluiten in de zin van de Awb aardbevingsclaims zal afhandelen. Daartegen bestaat weerstand en wantrouwen. Dit wantrouwen en het feit dat Groningers de NAM niet meer kunnen aanspreken, moeten bij het behandelen van het wetsvoorstel serieus genomen worden. De wetgever, en uiteindelijk de praktijk, zullen de gedupeerde Groningers moeten overtuigen dat de bestuursrechtelijke rechtsgang daadwerkelijk de beste oplossing is.


Lees het hele artikel in Navigator.

Geef de bestuursrechter het voordeel van de twijfel
Janet van de Bunt
Een wetsvoorstel is in voorbereiding om de aardbevingsschade van inwoners van Groningen voortaan exclusief te laten afhandelen via de publieke weg door het Instituut Mijnbouwschade, een nog op te richten zelfstandig bestuursorgaan. De civiele weg zal voor het verhaal van die schade geheel worden afgesloten. Tegen de besluiten van het instituut kunnen gedupeerden de in het bestuursrecht gebruikelijke rechtsgang volgen: zij kunnen in bezwaar gaan bij het bestuursorgaan en (hoger) beroep aantekenen bij de bestuursrechter.


Lees het hele artikel in Navigator.

Mijnbouwschadegeschillen
Bert Marseille, Herman Bröring en Kars de Graaf
In haar bijdrage Mijnbouwschade in Groningen. Waar is de civiele rechter? stelt Ruth de Bock dat mijnbouwschadegeschillen onder het concept-wetsvoorstel Wet Instituut Mijnbouwschade Groningen bij de bestuursrechter niet de behandeling zullen krijgen die ze verdienen. Die stelling berust op een onjuist beeld van de bestuursrechtelijke besluitvormings- en geschilbeslechtingsprocedure. We geven kort de argumenten van De Bock weer, om die vervolgens te weerleggen.


Lees het hele artikel in Navigator.

3 april 2019
TijdschriftNJB 31 (2018)
Het privaatrecht als instrument in het publieke domein
Ivo Giesen
Urgenda is het begin van een nieuw tijdperk. Een tijdperk waarin beleid ook buiten Den Haag gemaakt kan worden, zelfs buiten de politiek; in de rechtszaal. Dat geldt eens te meer als we, zoals het er nu naar uit ziet, zelfs van private actoren publiek beleid en de naleving daarvan gaan vergen. Ook de zaak van Tristan van der Vlis is het begin van een nieuw tijdperk, een tijdperk waarin een gebrek aan aan te spreken daders meer en meer ondervangen wordt door de kring van mogelijke daders breder te trekken dan voorheen mogelijk was of überhaupt bedacht kon worden. Beide constateringen getuigen van de neiging van het aansprakelijkheidsrecht om constant uit te breiden, of positiever geformuleerd, van de enorme mate van creativiteit binnen en de enorme spankracht van dat aansprakelijkheidsrecht.


Lees het hele artikel in Navigator.

Herziening in strafzaken anno 2018
Geert-Jan Knoops
De doeltreffendheid in de praktijk van de Wet hervorming herziening ten voordele blijkt vooralsnog onvoldoende. De rechtspositie van de gewezen verdachte is, in tegenstelling tot de grondgedachte van de wetgever, namelijk niet wezenlijk versterkt door de wijze van uitvoering van de nieuwe wet. Nog dit jaar dient de wet te worden geëvalueerd. Geconcludeerd wordt dat aanpassingen noodzakelijk zullen zijn. Hiervoor worden in dit artikel diverse aanbevelingen gedaan. Deze zien met name op de toegang tot en uitvoering van het voorbereidend onderzoek. Daarnaast wordt voorgesteld om bij de evaluatie van de wet ook de doeltreffendheid en effecten voor de rechtspraktijk in het overzeese deel van het koninkrijk in ogenschouw te nemen. Zowel materieel als procedureel blijkt namelijk sprake van een ongelijke situatie vergeleken met de Nederlandse regeling en van een ongelijke rechtspositie van de gewezen verdachte.


Lees het hele artikel in Navigator.

Herman Schoordijk (1926-2018)
Jan Vranken
Met het overlijden van Herman Schoordijk op 5 juli 2018 verliest Nederland een van zijn spraakmakendste civilisten.


Lees het hele artikel in Navigator.

Reactie op artikel André den Exter
John Zeegers
In NJB-aflevering 22 gaat mr. dr. Den Exter in op het kerncriterium voor het bepalen van de omvang van het basispakket van de Zorgverzekeringswet: ‘de stand van de wetenschap en praktijk’. Omdat de Hoge Raad op 30 maart 2018 juist over dit criterium een arrest heeft gewezen was daar ook alle aanleiding toe. Merkwaardig genoeg noemt de auteur wel de zaak die bij de Hoge Raad speelde over de PTED-behandeling, maar betrekt hij in zijn analyse niet het arrest van 30 maart. Ik wil kort ingaan op een aantal van de (inmiddels) onjuiste overwegingen en conclusies van Den Exter.


Lees het hele artikel in Navigator.

Nawoord Zorgverzekeringswet: stand van de wetenschap en praktijk
André den Exter
Zeegers verwijt mij een onjuiste uitleg van het criterium ‘stand van de wetenschap en praktijk’ met verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad 30 maart jl. Ten tijde van het insturen naar de redactie destijds, was de uitspraak nog niet beschikbaar en ontbreekt daarom in de beschouwing.


Lees het hele artikel in Navigator.

19 september 2018
TijdschriftNJB 20 (2018)
De omvang van cassatiestukken in civiele zaken
Jan Vranken
Het verschijnsel van steeds dikker wordende cassatiedossiers is te ernstig om er geen aandacht aan te besteden, omdat indien waar is dat individuele raadsheren niet meer het gehele dossier gelezen krijgen en zelfs niet meer voldoende aan grondige bestudering van de cassatiestukken toekomen, uiteindelijk het fundamentele recht van procespartijen om zich te laten horen én om gehoord te worden in gevaar komt. Auteur vergelijkt de omvang van de stukken uit 1980 en 2015 en onderscheidt tien oorzaken die aan de uitdijing van de dossiers debet kunnen zijn.


Lees het hele artikel in Navigator.

Integriteit in het openbaar bestuur
Marcel Becker
Recht en ethiek zijn verschillende systemen, beide met eigen methodiek en rechtvaardigingsgronden. Vanwege die alteriteit is niet te rechtvaardigen dat de een de ander wegdrukt. In vele zaken die onlosmakelijk samenhangen met de kwaliteit van het openbaar bestuur spelen normatieve vragen die niet juridisch verwoord kunnen worden. Het cultiveren van de ethische dimensie is daarom essentieel. Wetten kunnen pas functioneren in een context waarin een minimum aan moreel goede beginselen heerst.


Lees het hele artikel in Navigator.

De selectie voor rechters geanalyseerd
Hans Hofhuis
De selectieprocedure voor rechters vertoont gebreken. De kans is reëel dat de Rechtspraak daardoor uitstekende kandidaten afwijst of afschrikt.


Lees het hele artikel in Navigator.

Caribische strafvordering in de praktijk
Gerard Lewin
Welke verschillen tussen de strafvordering in het Caribische deel van het Koninkrijk en de strafvordering in Nederland zijn belangrijk voor de praktijk en waarom? Het Caribische Wetboek van Strafvordering stamt uit 1997. In de meeste gevallen valt er nog prima mee te werken. Toch wordt het tijd dat na twintig jaren trouwe dienst een herziening wordt ingevoerd van dit kundig opgezette en elegant uitgevallen wetboek.


Lees het hele artikel in Navigator.

24 mei 2018
Blog
De omvang van cassatiestukken in civiele zaken
De omvang van de cassatiestukken is in de afgelopen vijfendertig bijna verdrievoudigd. In dit artikel worden tien oorzaken onderscheiden die aan deze uitdijing debet kunnen zijn en worden mogelijkheden verkend die de omvang kunnen beperken.
24 mei 2018 Artikel Jan Vranken
TijdschriftNJB 27 (2015)
De onttrekkende advocaat
Sander Rijsterborgh
Het staat een advocaat behoudens uitzonderingsgevallen vrij om zich te onttrekken aan een procedure. De onttrekking kent een proces-, civiel- en tuchtrechtelijke dimensie. In het licht van deze dimensies worden in dit artikel richtlijnen geschetst voor de advocaat die zich op zorgvuldige wijze wil onttrekken. Hierbij wordt gezien de grote procedurele consequenties van de onttrekking een ruime informatieplicht van de advocaat jegens de (ex-)cliënt bepleit.
Zes suggesties voor Verbetering van de Toegang tot Recht
Alex Brenninkmeijer, Barbara Baarsma, Casper Schouten, Emile de Wijs, Erna Kortlang, Evert van der Molen, Frans van Dijk, Hans Hofhuis, Jaap Winter, Jan Maarten Slagter, Jan Moerland, Jos Sewalt, Krijn van Beek, Leendert Verheij, Martijn Snoep, Maurits Barendrecht, Mechteld van den Oord, Michiel Scheltema, Nora van Oostrom-Streep, Onno van Veldhuizen, Pablo van Klinken, Pauline van der Meer Mohr en Sadik Harchaoui
In dit advies schetsen wij op persoonlijke titel enkele mogelijkheden om de toegang tot recht te verbeteren. Het gaat ons uitdrukkelijk om meer dan toegang tot het recht of toegang tot de rechter. Het gaat om rechtvaardige oplossingen van problemen tussen mensen, in het bijzonder voor diegenen die het minst conflictvaardig zijn. Het gaat ook om een goede ordening voor menselijke en zakelijke relaties, een ordening die conflicten waar mogelijk voorkomt. Het gaat ons dus uitdrukkelijk om de maatschappelijke effecten van de rechtspleging.
Kwaliteit als permanente discussie
Lotte van der Laan
Op vrijdag 12 juni 2015 vond in Zwolle de jaarvergadering van de Nederlandse Juristen-Vereniging plaats. Terwijl de temperaturen buiten opliepen tot dertig graden, bespraken de leden van de NJV in het koele IJsseldeltacentrum drie lijvige preadviezen over de kwaliteit(sbeoordeling) van rechtspraak, wetgeving en rechtswetenschap. In de wandelgangen klonk veel lof voor het brede en actuele thema, dat voor iedere jurist relevant is. Wie vreesde voor oeverloze discussies over de vraag wat kwaliteit precies inhoudt, werd al snel gerustgesteld: in hoog tempo werd gediscussieerd over verantwoordelijkheden en concrete verbetermogelijkheden. Een impressie van de jaarvergadering.
‘Omdat in deze zaak, naar mijn overtuiging, nog géén recht is gedaan’
Jan Vranken
Jaarrede van de voorzitter van de Nederlandse Juristen-Vereniging uitgesproken tijdens de Jaarvergadering van de Vereniging op 12 juni 2015 te Zwolle. Onderwerp van de rede is de bijdrage van de cassatieadvocatuur aan de rechtsvorming door de Hoge Raad, in het bijzonder na de inwerkingtreding van de Wet Versterking Cassatierechtspraak.
Notulen van de algemene vergadering van de Nederlandse Juristen-Vereniging
De vergadering wordt voorgezeten door de voorzitter van de NJV, de heer prof. mr. J.B.M. Vranken.
21 juli 2015
TijdschriftNJB 26 (2014)
‘Wij weten wel wat wij doen’
Jan Vranken
Juridisch-dogmatisch onderzoek kan veel meer zijn dan praktijkkunde of hofleverancier van argumenten voor de rechtspraak. Het hoeft, als het om inhoudelijke kwaliteit gaat, in niets onder te doen voor het hooggeprezen multidisciplinaire, internationale, rechtsvergelijkende of empirisch juridische onderzoek. In het Algemeen Deel 2014 probeert Vranken dit aan te tonen voor wat betreft dissertaties, tijdschriftartikelen en annotaties. Tegelijk berust hij niet in de huidige status quo, maar geef aan dat, waar en waarom verbeteringen wenselijk en ook mogelijk zijn.
Hoe raar zijn die juristen eigenlijk?
Marc Loth
De NJB-salon ‘Rare jongens die juristen’ die op 24 april jl. plaatsvond, is een goede aanleiding om de stand van de rechtswetenschap op te nemen. De ontwikkelingen volgen elkaar snel op, maar vertonen van een grotere afstand bezien herkenbare patronen. Terugkerende elementen daarin zijn de relatie van de rechtswetenschap tot de praktijk, tot de (andere) maatschappij- en geesteswetenschappen, en natuurlijk tot zijn object: het recht (hoe dan ook gepercipieerd). Dan rijst de vraag: zijn die juristen eigenlijk wel zulke rare jongens? Anders gezegd, neemt de rechtswetenschap in het spectrum van disciplines een eigen positie in, of is zij vergelijkbaar met (andere) geestes- of maatschappijwetenschappen? In dit essay worden vanuit een comparatief en historisch perspectief enkele grote lijnen getrokken, omdat je soms van veraf meer ziet.
Versnelling van de doorlooptijden van rechtszaken met 40%
Margreet Ahsmann en Hans Hofhuis

Prof. mr. M.J.A.M. Ahsmann is bijzonder hoogleraar Rechtspleging in Leiden en senior rechter A rechtbank Den Haag. Mr. H.F.M. Hofhuis is rechter-plaatsvervanger in (en oud-president van) die rechtbank.

De waardering voor de rechtspraak in Nederland is groot. Dit betreft vooral het rechterlijke functioneren. Maar ook qua doorlooptijden doet Nederland het internationaal goed. Toch wil de Rechtspraak sneller gaan werken. Daartoe is eind 2012 het programma KEI (Kwaliteit en Innovatie) gelanceerd. In het verlengde daarvan beschrijft de (concept)Agenda van de Rechtspraak 2015-2018 de koers voor de komende jaren. Aan deze Agenda zijn hoge versnellingspercentages gekoppeld. De eerste doelstelling is dat in 2018 de duur van rechtszaken 40% korter zal zijn dan in 2013. Maar dit bekortingspercentage berust op een ondeugdelijk fundament. Eerst zou systematisch moeten worden bezien waar ruimte bestaat voor versnelling. Het rapport waarop een en ander is gebaseerd biedt slechts min of meer kale cijfers, terwijl een deugdelijke programmatheorie ontbreekt. De Rechtspraak zou er goed aan doen om geen verwachtingen te wekken die zij zeer waarschijnlijk niet kan waarmaken.
Veranderingen in het procesrecht
Toon Huydecoper
De ophanden zijnde modernisering en vernieuwing van de rechtspraak baren de auteur zorgen. De voornemens richten zich op sneller en efficiënter procederen, met name door digitalisering van diverse stappen van de gerechtelijke procedures. De vraag is of met deze beklemtoning van snelheid en efficiëntie niet te veel afbreuk wordt gedaan aan de ruimte voor zorgvuldigheid en deugdelijke onderbouwing.
Reactie en Naschrift
H.Th. van der Meer en R.P. van der Laan
3 juli 2014
TijdschriftNJB 19 (2014)
Meer (toe)zicht op toetsing euthanasie dringend gewenst
Aart Hendriks
Euthanasie en hulp bij zelfdoding zijn tot op de dag van vandaag strafbaar in Nederland. Een arts hoeft evenwel niet voor strafrechtelijke vervolging te vrezen indien hij of zij zich aan de wettelijke zorgvuldigheidseisen houdt. Regionale toestingscommissies (RTE’s) toetsen iedere euthanasiemelding aan deze eisen uit de euthanasiewet (WTL). De evaluatie in 2012 over het functioneren van de RTE’s signaleerde een aantal zaken die voor verandering vatbaar zijn. Oplossingen die leiden tot verbeteringen in ondermeer een transparante werkwijze alsmede eenduidige en snellere oordelen moeten bij voorkeur worden gevonden binnen de grenzen van het huidige wettelijke systeem. De voorstellen hiertoe van de Minister van Volksgezondheid in samenspraak met haar collega van Veiligheid en Justitie vormen een stap in de goede richting. Maar meer structurele aanpassingen zijn noodzakelijk voor het behoud van vertrouwen in het huidige euthanasiesysteem.
Uittreding van Nederland uit de EU
Kees Groenendijk
Op 6 februari 2014 publiceerde de PVV het rapport Nexit, assessing the economic impact of the Netherlands leaving the European Union over de gevolgen van een vertrek van Nederland uit de EU. Dat rapport werd door het bureau Capital Economics Ltd. te Londen in opdracht van de PVV maar op kosten van de Tweede Kamer ( 260.000) geschreven. Volgens Wilders bracht dit rapport ‘het beste nieuws in jaren’. Het realiteitsgehalte van het korte hoofdstuk over immigratie in dat rapport (p. 44-48) wordt in deze bijdrage beoordeeld.
Over soevereiniteit en Europese integratie
Jan Willem van Rossem
In het debat over Europa gaat het veelvuldig over soevereiniteit. Maar wordt het begrip soevereiniteit in dat debat wel altijd op een zuivere manier gebruikt? Auteur meent van niet. En dat is jammer. Want die onzuiverheid is funest voor het debat over Europa.
In Memoriam: Jan Leijten (1926-2014)
Fred Hammerstein en Jan Vranken
15 mei 2014