Wetsvoorstel (08-04-2026) met Regels ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/900 betreffende transparantie en gerichte politieke reclame (Uitvoeringswet verordening transparantie en gerichte politieke reclame)
—De verordening is van toepassing vanaf 10 oktober 2025 en moet dan geïmplementeerd worden in Nederland door middel van wet- en regelgeving en feitelijk handelen. De verordening is alleen van toepassing op Europees Nederland.
Met het maken en verspreiden van politieke reclame houdt een groot en toenemend aantal uiteenlopende diensten verband, die onder meer worden verleend door politieke adviesbureaus, reclamebureaus, platforms voor reclametechnologie, pr-bedrijven, influencers, data-analysebureaus en tussenpersonen. In de verordening wordt onderscheid gemaakt tussen opdrachtgevers, aanbieders en uitgevers waar ook tussenhandeldiensten onder vallen. In de praktijk reguleert de verordening dus de hele ‘keten’ van politieke reclame.
De regelgeving t.a.v. politieke reclame is in verschillende lidstaten momenteel ongelijksoortig. Met de verordening wordt een gelijk speelveld gecreëerd met betrekking tot transparantie en microtargeting bij politieke reclameboodschappen in alle Europese lidstaten door maximale harmonisatie van de regelgeving. De in de lidstaten rechtstreeks toepasselijke verordening beoogt de integriteit van het democratische proces te beschermen door te zorgen voor meer transparantie en verantwoording rond politieke reclames. De verordening bevat verplichtingen voor zowel de Europese Commissie, individuele lidstaten, politieke actoren, aanbieders van politieke reclamediensten, opdrachtgevers van politieke reclame en online platforms.
Het onderhavige wetsvoorstel heeft betrekking op de uitvoering, het toezicht en de handhaving van de verplichtingen in de verordening door de lidstaten.
Politieke reclame
De definitie van politieke reclame ziet op ‘boodschappen’, wat betekent dat inhoud die niet kan worden gekwalificeerd als een boodschap, zoals een logo, niet onder de verordening valt. De regels in deze verordening gelden voor reclame die wordt gemaakt tegen een vergoeding of voor een voordeel in natura. De verordening voorziet in transparantieverplichtingen voor alle aanbieders van politieke reclamediensten die betrokken zijn bij de in de definitie genoemde elementen. De regels uit de verordening hebben geen gevolgen voor de materiële inhoud van politieke reclame. Politieke meningen die op persoonlijke titel worden geuit, vallen onder de vrijheid van meningsuiting. Tenzij er een vergoeding staat tegenover het uiten. Politieke meningen die in welk medium ook onder redactionele verantwoordelijkheid worden geuit, vallen ook niet onder de regels die volgen uit de verordening, tenzij derden ervoor betalen of een andere vergoeding verstrekken.
Transparantie
Door de verordening wordt verplicht om politieke reclame als zodanig te labelen en van bepaalde basisgegevens te voorzien. Daarmee wordt het voor burgers duidelijker dat er sprake is van reclame en van wie deze reclame afkomstig is. Ook moet transparant worden gemaakt hoeveel geld er aan een politieke reclame is besteed of en wat de waarde is van andere voordelen die in ruil voor een reclameboodschap zijn ontvangen, waar het geld vandaan komt en wat het verband is tussen de reclame en de betrokken verkiezingen of referenda. Ook moet er informatie beschikbaar worden gemaakt via een eenvoudig op te vragen transparantieverklaring. Daarnaast moet een link naar het Europees register voor politieke reclame worden opgenomen en, indien van toepassing, of een eerdere publicatie van de politieke reclameboodschap of een eerdere versie is stopgezet wegens inbreuk op de verordening, of er gebruik is gemaakt van targetingtechnieken, en, indien haalbaar, het aantal views van en interacties met de reclameboodschap. De transparantieverklaring moet in het door de Europese Commissie op te zetten Europees register voor politieke onlinereclameboodschappen. Uitgevers die zeer grote onlineplatforms en zeer grote onlinezoekmachines zijn, moeten ervoor zorgen dat elke politieke reclameboodschap samen met de transparantieverklaring beschikbaar wordt gesteld in het Europees register. Uitgevers die zeer grote onlineplatforms en zeer grote onlinezoekmachines zijn, zijn daarnaast ook verplicht om elke politieke reclameboodschap, samen met de transparantieverklaring uit deze verordening, beschikbaar te stellen in een register zoals beschreven in de DSA.
Targeting
Politieke reclameboodschappen mogen alleen gebruik maken van targetingtechnieken of technieken die gepaard gaan met de verwerking van persoonsgegevens als ze voldoen aan een aantal voorwaarden. De verwerkingsverantwoordelijke moet volgens de verordening de persoonsgegevens van de betrokkene zelf verzameld hebben; de betrokkene moet zelf uitdrukkelijk toestemming hebben gegeven voor de verwerking van persoonsgegevens voor politieke reclame; en er mag met de technieken geen ‘profilering’ plaatsvinden waarbij gebruikt wordt gemaakt van bijzondere categorieën persoonsgegevens. Er mag van deze technieken geen gebruik gemaakt worden als de verwerkingsverantwoordelijke met redelijke zekerheid weet dat de betrokkene ten minste één jaar jonger is dan de volgens de nationale regels geldende kiesgerechtigde leeftijd. Verwerkingsverantwoordelijken moeten een intern beleid vaststellen, uitvoeren en openbaar maken waarin duidelijk en in eenvoudige taal wordt beschreven hoe dergelijke technieken worden gebruikt. Dit beleid moeten ze voor een periode van zeven jaar na het laatste gebruik van die technieken handhaven. Ze moeten ook registers bijhouden inzake het gebruik van dergelijke technieken, de relevante mechanismen en parameters die zijn gebruikt. Er moet ook aangegeven worden of er gebruik is gemaakt van een artificiële-intelligentiesysteem voor de targeting. Verder moeten verwerkingsverantwoordelijken een jaarlijkse risicobeoordeling voorbereiden van het gebruik van targetingtechnieken in relatie tot de grondrechten en fundamentele vrijheden. De resultaten hiervan moeten openbaar worden gemaakt.
De regels over targeting zijn niet van toepassing op de communicatie van een politieke partij, stichting, vereniging of enige andere nonprofitorganisatie als deze verband houdt met hun politieke activiteiten en gericht is op hun (voormalig) leden.
Evenredigheid
Bij de toepassing en handhaving van de verordening wordt rekening gehouden met het karakter en de specifieke behoeften van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel.
Uitvoeringswet - toezichthouders
De verordening vereist dat lidstaten onafhankelijke toezichthouders aanwijzen met voldoende bevoegdheden en middelen. In onderhavig wetsvoorstel is gekozen voor de volgende verdeling:
- Commissariaat voor de Media: toezicht op transparantie, labeling, registers en algemene verplichtingen (artikelen 5 t/m 17 en 21)
- Autoriteit Persoonsgegevens (AP): toezicht op targeting en gegevensbescherming (artikelen 18 t/m 20)
- Autoriteit Consument & Markt (ACM): coördinerende rol als digitaledienstencoördinator (DSA)
Sancties
Sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. Mogelijke maatregelen zijn:
- waarschuwingen;
- bindende aanwijzingen;
- lasten onder dwangsom; en
- bestuurlijke boetes.
De maximale boete kan oplopen tot 6% van de jaarlijkse wereldwijde omzet of begroting van de betrokken entiteit. Voor privacy-inbreuken kan de AP boetes opleggen conform het AVG-regime. Als een entiteit in Nederland zijn hoofdvestiging heeft kunnen het Commissariaat en de AP dus sancties opleggen. Een bedrijf dat in meerdere lidstaten omzet behaalt kan slechts in één lidstaat worden bestraft. Het Commissariaat en de AP moeten bij het opleggen van boetes rekening houden met het ne bis in idem-beginsel.
Zware overtredingen in de laatste maand voor verkiezingen worden extra streng beoordeeld.