Wetsvoorstel (08-04-2026) tot Wijziging van de Wet op het financieel toezicht ter implementatie van Richtlijn (EU) 2024/790 (Implementatiewet herziening MiFID II 2026)

—De richtlijn wijzigt de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 (MiFID II). De wijziging van MiFID II hangt samen met verordening (EU) 2024/791 tot wijziging van Verordening 600/2014 wat betreft het vergroten van transparantie van gegevens, het wegnemen van belemmeringen voor consolidated tapes, het optimaliseren van handelsverplichtingen en het verbieden van het ontvangen van betalingen van orderstromen, die de verordening markten voor financiële instrumenten (MiFIR) wijzigt. MiFID II en MiFIR reguleren – kort samengevat – het verlenen van beleggingsdiensten en het verrichten van beleggingsactiviteiten door beleggingsondernemingen, het verlenen van datarapporteringsdiensten en het exploiteren van gereglementeerde markten. De herziening van MiFID II en MiFIR beoogt bij te dragen aan een verder geïntegreerde, robuuste en transparante Europese kapitaalmarkt.

De richtlijn diende op 29 september 2025 door de lidstaten te zijn omgezet in nationaal recht.

Voor de implementatie van de richtlijn worden de Wft en een aantal op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur, waaronder het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (BGfo) en het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector (Bbbfs), gewijzigd.

Aan de wijzigingen die de verordening aanbrengt in MiFIR zal, voor zover nodig, uitvoering worden gegeven door middel van aanpassing van enkele algemene maatregelen van bestuur, waaronder het Besluit gereglementeerde markten Wft, het Besluit EU-verordeningen Wft en het Bbbfs.

Inhoud richtlijn

De richtlijn voorziet in enkele aanpassingen van MiFID II die samenhangen met in de verordening opgenomen wijzigingen van MiFIR. Die wijzigingen van MiFIR zien onder andere op de verplichting voor de exploitanten van handelsplatformen tot het verstrekken van bepaalde handelsgegevens aan een onderneming die deze gegevens aggregeert met het doel om een consolidated tape (CT) beschikbaar te stellen en voorschriften ter verbetering van de kwaliteit van de hiervoor bedoelde handelsgegevens, onder andere door de synchronisatie van beursklokken te harmoniseren. Daarnaast worden de handelsverplichtingen met betrekking tot eigenvermogensintrumenten (equities) respectievelijk afgeleide instrumenten (derivaten) in

MiFIR aangescherpt. Ook wordt een verbod opgenomen van betalingen voor het uitvoeren van orders van cliënten op een bepaalde plaats van uitvoering of voor het doorgeven van orders van die cliënten aan derden met het oog op de uitvoering van die orders op een bepaalde plaats van uitvoering (payment for order flow, PFOF). Aangezien MiFID II bepalingen over enkele van deze onderwerpen bevat, is ook MiFID II gewijzigd.

Daarnaast bevat de richtlijn enkele wijzigingen van MiFID II die beogen bij te dragen aan het bewerkstelligen van een veilige en geïntegreerde Europese kapitaalmarkt, waaronder bepalingen inzake het beperken van marktvolatiliteit en het bevorderen van de transparantie omtrent deze volatiliteitsmaatregelen.

De voorliggende wijzigingen van MiFID II en MiFIR zijn erop gericht om het verstrekken van een CT te stimuleren, door geconstateerde belemmeringen voor het ontstaan van een CT weg te nemen.

Voorts voorziet de richtlijn ter beperking van buitensporige marktvolatiliteit een aanscherping van de voorschriften en transparantieregels voor handelsbeperkingen. Het toepassingsbereik wordt uitgebreid tot noodsituaties. Nationale toezichthoudende instanties krijgen daarnaast de bevoegdheid om onder omstandigheden maatregelen te nemen, indien een gereglementeerde markt niet overgaat tot stillegging of beperking van de handel, ondanks een verstoring van de ordentelijke marktomstandigheden als gevolg van een aanzienlijke koersbeweging. De richtlijn voorziet ook in de aanpassing van enkele voorschriften in MiFID II omtrent transparantie en risicobeheersmaatregelen voor de handel in grondstoffenderivaten, emissierechten of van emissierechten afgeleide instrumenten. Tijdens de energiecrisis in 2022 is gebleken dat de destijds geldende regels ontoereikend waren om de volatiliteit van de Europese energiemarkt in geval van onvoorziene geopolitieke ontwikkelingen te beheersen. Daarom worden de regels voor transparantie na de handel uitgebreid en verder toegespitst op de volatiliteit van de desbetreffende markt.

Hoofdlijnen van het wetsvoorstel

De verplichting voor beleggingsondernemingen om op periodieke basis informatie beschikbaar te stellen over hun orderuitvoeringsbeleid komt te vervallen. De verwachting is dat de oprichting van een CT er mede toe zal leiden dat cliënten en andere relevante partijen – op basis van de via de CT openbaar te maken (handels)gegevens – adequater inzicht (kunnen) verkrijgen in de kwaliteit van het orderuitvoeringsbeleid van verschillende beleggingsondernemingen.

Het wetsvoorstel wijzigt verder de voorschriften voor handelsplatformen ten aanzien van de mechanismen die erop zijn gericht om buitensporige volatiliteit op de financiële markten te beperken. Handelsplatformen moeten al beschikken over dergelijke mechanismen. Het wetsvoorstel schrijft voor dat een handelsplatform de hiervoor bedoelde mechanismen ook in werking kan stellen in het geval zich een noodsituatie voordoet. Daarmee wordt gereageerd op de ervaringen uit de energiecrisis in 2022 en de als gevolg daarvan opgetreden marktomstandigheden. Aan de AFM wordt de bevoegdheid verleend om passende maatregelen te nemen om de ordelijke werking van de markten te herstellen, als een marktexploitant ondanks onordelijke handelsvoorwaarden als gevolg van een aanzienlijke koersbeweging niet overgaat tot het tijdelijk stilleggen of beperken van de handel.

De richtlijn bevat geen lidstaatopties waarvan Nederland gebruik maakt. Het wetsvoorstel bevat evenmin ‘nationale koppen’, dat wil zeggen bovenop hetgeen waartoe de richtlijn noodzaakt, vastgestelde aanvullende voorschriften.

Handhaving

De richtlijn bevat geen nieuwe bepalingen over samenwerking tussen de toezichthouders. Wel voorziet de richtlijn in een nieuwe directe rapportageverplichting aan ESMA voor beleggingsondernemingen en marktexploitanten die een handelsplatform exploiteren waarop wordt gehandeld in grondstoffenderivaten of van emissierechten afgeleide instrumenten.

Afdeling 1.4.2 Wft betreffende handhaving is van toepassing op de artikelen uit de richtlijn die worden vastgelegd in de Wft. De AFM kan een last onder dwangsom respectievelijk bestuurlijke boete opleggen.

Kamerstukken