Besluit van 31-03-2022, Stb. 2022, 133
Besluit houdende inwerkingstelling van de artikelen 2c en 4 van de Wet verplaatsing bevolking
—Het opvangen van ontheemden uit Oekraïne is een humanitaire verplichting. Mensen die het conflict in Oekraïne ontvluchten, krijgen bescherming in Nederland en hebben op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming recht op onder meer fatsoenlijk onderdak, levensonderhoud en medische zorg. De toestroom van ontheemden uit Oekraïne is dermate hoog dat Nederland niet in staat is aan hen binnen de bestaande structuren (nood)opvang te bieden. In deze situatie acht de regering het noodzakelijk om gebruik te maken van de Wet verplaatsing bevolking (Wvb, wet van 10 juli 1952)). De Wvb bevat een aantal noodwettelijke bepalingen. Dit besluit strekt ertoe de artikelen 2c en 4 van de Wvb in werking te stellen. Dat gebeurt op tijdelijke basis en niet langer dan strikt noodzakelijk: zodra de omstandigheden dit toelaten worden deze bepalingen weer buiten werking gesteld.
De inwerkingstelling van artikel 2c van de Wvb maakt het mogelijk de bevoegdheden uit de Wvb ook in te zetten in een situatie zoals deze zich nu voordoet. In de toelichting bij het artikel is opgemerkt dat de Wvb tevens van toepassing is op volksverplaatsingen op grote schaal, welke niet het gevolg zijn van een last tot verplaatsing, en dat daarbij kan worden gedacht aan het overschrijden van onze grenzen door grote groepen van ontheemden. Voorts wordt artikel 4 in werking gesteld. Burgemeesters krijgen de wettelijke taak om zorg te dragen voor de opvang, waaronder begrepen de huisvesting en verzorging en de registratie, van ontheemden uit Oekraïne, alsmede de voorbereidingen daartoe. Zo wordt duidelijk dat gemeenten in de huidige situatie verantwoordelijkheid dragen voor de opvang van deze groep ontheemden en wie binnen het gemeentebestuur die taak heeft, namelijk de burgemeester. De burgemeester handelt hiermee in medebewind.