Zorgschade

In het proefschrift van Melissa de Groot staat de vraag centraal hoe een civielrechtelijke aanspraak op vergoeding van zorgschade zich verhoudt tot een aanspraak op publieke zorgvoorzieningen in gevallen van samenloop. Als gevolg van letsel kan een persoon te maken hebben met een soms langdurige en omvangrijke zorgbehoefte. Om daarin te voorzien kan eenieder in Nederland een beroep doen op de zorgvoorzieningen die onder voorwaarden worden verstrekt vanuit de publieke zorgwetten: de Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige zorg, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet. Is het letsel toe te schrijven aan een gebeurtenis waarvoor een ander op grond van het civiele aansprakelijkheidsrecht aansprakelijk is, dan kan voor de zorgbehoevende ook een andere route openstaan: een civielrechtelijke aanspraak op vergoeding van (zorg)schade. De samenloop van deze twee ‘zorgroutes’ roept diverse juridische vragen op over hun verhouding. Wat zijn relevante verschillen tussen beide zorgroutes voor het maken van een keuze voor een zorgroute? Heeft de zorgbehoevende keuzevrijheid tussen de twee zorgroutes? En, zo ja, hoe beïnvloedt de keuze voor de ene zorgroute de andere zorgroute? Om bij te dragen aan meer duidelijkheid hierover is in dit proefschrift de verhouding tussen de twee zorgroutes in kaart gebracht. In deel A is eerst uiteengezet hoe enerzijds de publieke zorgwetten en anderzijds het civiele aansprakelijkheidsrecht voorzien in een zorgbehoefte van een persoon met letsel. Dit heeft geleid tot een aantal hoofdkenmerken per zorgroute. In deel B zijn deze hoofdkenmerken vervolgens met elkaar vergeleken om te bezien welke verschillen daartussen relevant kunnen zijn voor het maken van een keuze voor een zorgroute. Het gaat onder meer om relevante verschillen in de voorwaarden voor een aanspraak op zorg, het zorgmiddel (zorg in natura of een geldelijke vergoeding) waarop aanspraak kan bestaan en de omvang, duur en financiering van een zorgaanspraak. De relevante verschillen tussen de twee zorgroutes laten zien dat het per geval en per benodigde zorgmaatregel kan verschillen welke zorgroute het meest voor de hand ligt, gelet op het belang van de zorgbehoevende om op adequate wijze in zijn zorgbehoefte te worden voorzien. In deel B is daarnaast geanalyseerd hoe de twee zorgroutes elkaar wederzijds beïnvloeden. Hieronder wordt de wijze verstaan waarop het bestaan en realiseren van een aanspraak op grond van de ene zorgroute het bestaan of de omvang van een aanspraak op grond van de andere zorgroute beïnvloedt. In deze analyse zijn verschillende rechtsfiguren uit zowel de publieke zorgwetten als het civiele aansprakelijkheidsrecht betrokken, waaronder: de ‘eigen kracht’-criteria uit de Wmo 2015 en de Jeugdwet, de dubbele redelijkheidsmaatstaf uit artikel 6:96 BW, bepalingen over (verplichte) voordeelstoerekening, regresrechten, het indemniteitsbeginsel en de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage voor Wlz-zorg en bepaalde Wmo 2015-voorzieningen. In een notendop houdt het stelsel van wederzijdse beïnvloeding het volgende in. De zorgbehoevende heeft naar huidig recht in beginsel de vrijheid om te kiezen welke zorgroute hij bewandelt: alleen de route van de publieke zorgwetten, alleen de route van het civiele aansprakelijkheidsrecht of een combinatie van beide. De mogelijkheid om beide zorgroutes te combineren is echter niet onbegrensd. Een dergelijke combinatie is in de regel niet mogelijk voor zover die leidt tot een cumulatie van een publieke zorgvoorziening en een civielrechtelijke schadevergoeding die elkaar overlappen. Met de analyse van de wederzijdse beïnvloeding beoogt dit proefschrift aan de rechtspraktijk handvatten te bieden om in een concreet geval te kunnen bepalen welke zorgroutes openstaan. Daarmee kan het debat verschuiven naar de vraag welke zorgroute in een concreet geval het meest voor de hand ligt. De in dit proefschrift beschreven relevante verschillen tussen de twee zorgroutes kunnen daarbij als afwegingsfactoren dienen.

De Groot verdedigde haar proefschrift op 19 december 2025 aan de juridische faculteit van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Promotoren: prof. mr. Siewert Lindenbergh en prof. mr. Harriët Schelhaas.  

Melissa de Groot
Zorgschade. Over de verhouding tussen een civielrechtelijke vergoeding van zorgschade en publieke zorgvoorzieningen


WJS Uitgevers 2025, 354 p., €79
ISBN 978 94 9345 827 7


Het proefschrift is hier te raadplegen.

Over de auteur(s)