Het proefschrift van Jip Stam gaat over de strafrechtelijke grenzen van het publieke debat, een thema dat sinds de twee strafzaken tegen Geert Wilders veel aandacht heeft gekregen. De tweede zaak was extra bijzonder, omdat het repressief optreden tegen groepsbelediging daarin als een vorm van democratische zelfverdediging is opgevat. Om te begrijpen waarom de Hoge Raad in zijn jurisprudentie deze richting is ingeslagen, heeft Stam onderzocht hoe het spanningsveld tussen de vrijheid van meningsuiting en de bestrijding van discriminatie is ontstaan, hoe het zich heeft ontwikkeld en welke rechtstheoretische inzichten kunnen helpen deze ontwikkeling te verklaren en beoordelen.
In lijn met deze vragen is het proefschrift opgedeeld in drie delen. Het eerste deel bespreekt de ontstaansgeschiedenis van de anti-discriminatiebepalingen, beginnend bij het eerste verbod op groepsbelediging uit 1934. Vervolgens wordt het anti-rassendiscriminatieverdrag van de VN uit 1966 besproken alsmede de strafbaarstellingen die daaruit zijn voortgekomen: de delicten aanzetten tot haat of discriminatie (artikel 137d Sr) en groepsbelediging (artikel 137c Sr). Opvallend aan deze uitbreiding van het strafrechtelijk arsenaal is dat de wetgever ondanks het materiële karakter van beide delicten wilde voorkomen dat de uitingsvrijheid aan de bestrijding van discriminatie zou worden opgeofferd.
In het tweede deel, waarin Stam de rechtsontwikkeling in kaart heeft gebracht, blijkt wat er van die wens terecht is gekomen. Hoewel de jaren ’70 en ’80 zich kenmerken door een relatief terughoudende opstelling van zowel het OM als de rechter, werd in de vroege jurisprudentie reeds duidelijk dat de reikwijdte van de strafbepalingen behoorlijk ruim is. In de jaren ‘90, als de regering de uitingsdelicten tevens als verlengstuk van het Minderhedenbeleid opvat, wordt ook duidelijk welke gevolgen dit kan hebben. Met name de veroordelingen van Kamerlid Hans Janmaat voor uitspraken over de multiculturele samenleving en het immigratiebeleid springen daarbij in het oog: terwijl de uitingsdelicten behoorlijk extensief werden geïnterpreteerd, bleef een serieuze afweging tegen de uitingsvrijheid achterwege. Vanaf de eeuwwisseling is dit prompt gecorrigeerd door de Hoge Raad, waarbij op basis van jurisprudentie van het EHRM de eis is geformuleerd dat de rechter altijd moet toetsen of een uitlating kan bijdragen aan het maatschappelijk debat: een lijn die in 2011 danig bijdroeg aan de vrijspraak in de eerste zaak-Wilders. Sinds 2014 wordt de ruimhartige bescherming van het maatschappelijke debat echter geflankeerd door een lijn die politici juist een extra verantwoordelijkheid toedicht. Ook die gedachtegang, waarbij op basis van artikel 17 EVRM een weerbare democratie-rationale naar de voorgrond treedt, is geïnspireerd op Straatsburgse rechtspraak. Stam vraagt zich echter af of deze nieuwe benaderingswijze wel als een verbetering van het Nederlandse afwegingskader kan worden gezien.
In het laatste deel probeert hij deze vraag te beantwoorden door de rechtsontwikkeling vanuit verschillende theoretische perspectieven te bekijken, te weten: het primaat van de minderhedenbescherming, het primaat van de vrijheid van meningsuiting en de weerbare democratietheorie. Hieruit komt naar voren dat het laatstgenoemde perspectief een begrijpelijke poging is om de eerste twee te verzoenen, maar dat de daarbij gehanteerde figuur van de tolerantieparadox als strafrechtelijk criterium ongeschikt is. Om dit inzichtelijk te maken, doet Stam ten slotte een beroep op de constitutionele ontwikkelingstheorie van Wim Couwenberg: een nieuw gezichtspunt waarmee de precaire verhouding tussen de vrijheid van meningsuiting en de handhaving van de artikelen 137c en d Sr beter begrepen kan worden. Daarnaast werpt het een verfrissend licht op de constitutionele aspecten van het onderwerp.
Stam verdedigde zijn proefschrift op 12 november 2025 aan de Universiteit Leiden. Promotores: prof. dr. Afshin Ellian en prof. dr. Bastiaan Rijpkema.
Jip Stam
Vrijheid van meningsuiting en de bestrijding van discriminatie in Nederland: een constitutioneel
ontwikkelingsperspectief
Commerciële uitgave wordt in de loop van dit jaar verwacht.