De studie van Dominic van Kleef richt zich op de integratie van inzichten uit de gedragseconomie in regelgeving ter bescherming van particuliere beleggers. Deze inzichten hebben blootgelegd dat beleggers zich anders gedragen dan doorgaans in het recht wordt verondersteld. Het beleggersbeschermingsrecht is van oudsher gestoeld op het beeld van een grotendeels rationele belegger, in het neoklassiek-economische gedachtegoed ook wel getypeerd als een homo economicus. Deze modelbelegger wordt in staat geacht om (complexe) informatie over financiële instrumenten of diensten te begrijpen, om op basis van die informatie een geïnformeerde keuze te maken. Het rationele beeld van de belegger is regelmatig bekritiseerd, in zowel de literatuur als de praktijk. Deze kritiek komt met name uit de gedragseconomische hoek, waar de belegger juist wordt gekarakteriseerd als beperkt rationeel: beleggers zijn vaak niet in staat complexe financiële instrumenten te doorgronden en beslissen geregeld op basis van impulsen en emoties. In de afgelopen jaren is ook bij wetgevers en beleidsmakers het besef gegroeid dat financiële regulering op effectievere wijze kan worden vormgegeven aan de hand van dergelijke gedragsinzichten.
De integratie van gedragsinzichten in het financieel recht lijkt aldus op stoom te geraken. Bij de vertaalslag van gedragsinzichten naar het recht spelen echter diverse fundamentele juridische vraagstukken. Om in die vertaalslag inzicht te bieden, is het doel van de studie om de implicaties van een systematischere integratie van gedragsinzichten in kaart te brengen en om structuur te bieden aan hoe de integratie van de inzichten in het Europese beleggersbeschermingsrecht zou moeten plaatsvinden. Daartoe schetst de dissertatie allereerst de mate waarin gedragsinzichten reeds naar het rechtsgebied zijn vertaald. De vraag is daarbij in hoeverre beleggers momenteel worden beschermd tegen hun irrationele gedragspatronen. De studie gaat daarna in op de juridische methoden die kunnen worden gebruikt om gedragswetenschappelijke inzichten in het recht te verankeren: het financieel toezichtrecht, de gemiddelde consument, en de civielrechtelijke zorgplicht. Ten slotte behandelt de dissertatie een aantal normatieve thema’s binnen beleggersbescherming in het licht van gedragsinzichten, zoals beleggersautonomie en de balans tussen de verantwoordelijkheden van ondernemingen en beleggers. Belangrijke overwegingen zijn daarbij in hoeverre van beleggers mag worden verwacht dat zij autonoom handelen, of beleggers zelf de verantwoordelijkheid moeten dragen voor hun beperkte rationaliteit, en in welke mate beleggingsondernemingen hen aanvullende bescherming moeten bieden. Aan de hand van deze vragen formuleert de auteur een spoorboekje voor wetgevers en beleidsmakers die zich bezighouden met de vertaling van gedragseconomische inzichten naar financiële regulering. De dissertatie doet daarbij onder meer een voorstel voor een nieuwe beleggingsdienst genaamd ‘keuzebegeleiding’. Daarin worden beleggers als het ware laagdrempelig begeleid bij het maken van beleggingsbeslissingen.
Van Kleef promoveerde op 6 november 2025 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Promotoren waren prof. dr. Kleis Broekhuizen en prof. mr. Hélène Vletter-van Dort.
Dominic van Kleef
Towards a New Investor Image. The integration of behavioural economics insights into investor protection law
De dissertatie is uitgegeven als onderdeel van de reeks Uitgaven vanwege het Instituut voor Ondernemingsrecht (nr. 138).
Wolters Kluwer 2026, 340 p., € 89
ISBN 978 90 1318 454 9