Nederlands zekerhedenrecht in internationaal perspectief

Het proefschrift van Feben van der Linden van Sprankhuizen geeft antwoord op de vraag hoe de executiepositie van de pandhouder naar Nederlands recht zich verhoudt tot de positie van de zekerheidsnemer met een zekerheidsrecht in de Uncitral Model Law on Se-cured Transactions (Modelwet) en de Convention on international interests in mobile equipment (Kaapstad-verdrag) van Unidroit. Ook behandelt het proefschrift of het Nederlandse recht, voor zover er verschillen be-staan, meer in lijn moet worden gebracht met deze internationale instrumenten. De internationale instrumenten zijn relevant omdat de Europese Unie en andere delen van het Koninkrijk der Nederlanden partij zijn bij het Kaapstadverdrag en omdat zij efficiënte executieregels bevatten die gericht zijn op de harmonisatie van het zekerhedenrecht wereldwijd en een zekere democratische legitimatie bevatten. Van der Linden van Sprankhuizen onderzoekt in haar proefschrift hoe de pandhouder kan executeren, wanneer en met inachtneming van welke voorschriften de pandhouder kan executeren en onder welke voorwaarden de pandhouder zich uit de opbrengst kan voldoen. Bij onduidelijkheden in het Nederlandse recht bespreekt zij of de internationale in-strumenten inspiratie kunnen bieden. Bij verschillen tussen het Nederlandse recht en de internationale in-strumenten beargumenteert zij of aanpassing van het Nederlandse recht gewenst is op basis van het Neder-landse systeem, efficiëntie voor de pandhouder en de vraag of belanghebbenden, zoals de pandgever, niet onevenredig geschaad worden in hun belangen door een aanpassing. Van der Linden van Sprankhuizen concludeert dat er grote verschillen bestaan tussen de instrumenten, maar ook belangrijke overeenkomsten. Die verschillen bestaan met name als het gaat om de buitengerechtelijke uitoefening van de bevoegdheden (bijvoorbeeld bij onderhandse verkoop) en het recht van de pandhouder op de opbrengst (bijvoorbeeld als de op-brengst is betaald aan de pandgever in plaats van de pandhouder). Zij leiden ertoe dat de executiepositie van de zekerheidsnemer in de internationale instrumenten efficiënter is dan die van de pandhouder naar Neder-lands recht. Daar waar de internationale instrumenten vaak efficiënter zijn, biedt het Nederlandse recht echter vaak meer bescherming van bij de pandexecutie betrokken belanghebbenden, zoals de pandgever, beperkt ge-rechtigden en beslagleggers. Opvallend is bovendien dat anders dan vaak wordt gedacht, de ruimte die partijen hebben om hun executiepositie zelf vorm te geven in het Nederlandse recht en de internationale instrumenten grotendeels vergelijkbaar is. Zowel in de internationale instrumenten als in het Nederlandse recht bestaan aan-zienlijke mogelijkheden voor partijen om hun executiepositie naar eigen inzicht in te kleden, en dus ook voor de pandhouder om voor hem gunstige executievoorwaarden te bedingen.Het proefschrift bevat een pleidooi voor het open staan van inzichten uit de internationale instrumenten en het overnemen van die bepalingen die het Nederlandse recht voor de pandhouder efficiënter maken, zonder daarbij de belangen van bij de executie betrokken personen uit het oog te verliezen.

Van der Linden van Sprankhuizen verdedigde haar proefschrift op 26 augustus 2025 aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Promotoren: prof. mr. Ben Schuijling en prof. mr. Tijn Kortmann.  

Feben van der Linden van Spranhuizen 
Pandrecht en executie, een rechtsvergelijkende studie naar de executiepositie van de pandhouder 


Commerciële uitgave wordt binnenkort verwacht onder de titel: Pandrecht en executie als deel 164 in de serie Onderneming en Recht. Kluwer 2026, 452 p. € 91,49
ISBN 978 90 13 18434 1

Over de auteur(s)