Deze monografie bestudeert de wisselwerking tussen het mededingingsrecht, de Digitalemarktenverordening (DMA) en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) vanuit een institutioneel perspectief. De cross-disciplinaire analyse heeft tot doel te evalueren in hoeverre de relevante institutionele kaders en samenwerkingsmechanismen de coherente toepassing van het mededingingsrecht, de DMA en de AVG kunnen waarborgen. De afgelopen jaren heeft de opkomst van markten voor persoonsgegevens de samenleving en economie ingrijpend veranderd. Op dergelijke markten genereren ondernemingen inkomsten door persoonsgegevens te verzamelen, uit te wisselen en te monetariseren. Hoewel deze innovatieve bedrijfsmodellen bepaalde voordelen bieden, brengt de opkomst van deze markten ook aanzienlijke risico’s en uitdagingen met zich mee. De juridische kaders van de EU en de lidstaten bieden diverse instrumenten om het brede scala aan zorgen over de dominante positie van grote online platformen te adresseren. Relevante instrumenten zijn onder meer het EU en nationale mededingingsrecht, de DMA en de AVG. In de context van markten voor persoonsgegevens overlappen deze bevoegdheden in toenemende mate. Om te beoordelen in hoeverre het huidige (institutionele) kader de risico’s van overlappende bevoegdheden kan adresseren is cross-disciplinair onderzoek vereist. Dergelijk onderzoek overstijgt de grenzen van afzonderlijke rechtsgebieden en kan verschillende domeinen met elkaar verbinden. Tot dusverre focussen cross-disciplinaire studies zich met name op het materiële recht, waardoor institutionele kaders minder aandacht hebben gekregen. Het belang van samenwerking tussen autoriteiten blijft dan ook onderbelicht. Deze dissertatie van Belle Beems vult deze leemte door een analyse te bieden van de institutionele kaders van het mededingingsrecht, de DMA en de AVG, met bijzondere aandacht voor de interactie tussen toezichthouders. De analyse richt zich op (i) de manier waarop bevoegdheden van toezichthouders binnen deze kaders met elkaar samenhangen en (ii) de mechanismen die samenwerking tussen de verschillende toezichthouders kunnen faciliteren. De centrale vraag in deze analyse is in hoeverre institutionele kaders en samenwerkingsmechanismen binnen het EU en nationale mededingingsrecht, de DMA en de AVG de coherente toepassing van deze instrumenten op markten voor persoonsgegevens kunnen garanderen. In het boek komen duidelijke tekortkomingen en leemtes naar voren in de institutionele kaders en samenwerkingsmechanismen van het mededingingsrecht, de DMA en de AVG. De bestaande kaders zijn derhalve niet volledig coherent. Het blijkt, bijvoorbeeld, niet volledig duidelijk in hoeverre het EU mededingingsrecht en de DMA ruimte laten voor aanvullende nationale regels. Daarnaast zijn samenwerkingsmechanismen voor cross-disciplinaire en grensoverschrijdende samenwerking tussen mededingings- en gegevensbeschermingsautoriteiten onvoldoende ontwikkeld, terwijl de praktijk wel laat zien dat er een noodzaak bestaat voor dergelijke samenwerking.
Door de complexiteit van de meerlagige rechtsorde van de EU, de wisselwerking tussen het nationaal en het EU recht en de verschillen tussen rechtsgebieden, zal het niet gemakkelijk zijn door middel van een éénduidige oplossing meer coherentie te realiseren. Toch kunnen bepaalde maatregelen de status quo verbeteren. In de context van het mededingingsrecht en de DMA is het bijvoorbeeld belangrijk institutionele dillema’s in een vroeg stadium van de wetgevingsprocedure te adresseren en moeten bepaalde kernbegrippen verduidelijkt worden door de EU wetgever en het Hof van Justitie. Terwijl de kaders van het mededingingsrecht en de DMA vooral kleinere aanpassingen en verduidelijkingen vereisen, zijn voor het institutionele kader dat de samenwerking tussen gegevensbeschermings- en mededingingsautoriteiten behelst veel ingrijpendere hervormingen nodig. De EU zou secundaire wetgeving moeten invoeren om samenwerking tussen gegevensbeschermings- en mededingingsautoriteiten in een grensoverschrijdende context te harmoniseren. Dit nieuwe instrument zou in elk geval een grondslag moeten creëren voor de uitwisseling van informatie ten behoeve van coördinatie tussen autoriteiten. Daarnaast zou de invoering van centrale contactpunten binnen de autoriteiten samenwerking kunnen versterken. Naast een geharmoniseerd kader, kan (informele) cross-disciplinaire en polycentrische samenwerking op strategisch niveau verdere samenwerking bevorderen. Daarom moet het belang van polycentrische initiatieven worden erkend en actief worden ondersteund, zowel op EU als op nationaal niveau.
Beems promoveerde op 19 januari 2026 cum laude aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Promotors: prof. mr. Johan van de Gronden, prof. mr. Anne Looijestijn-Clearie.
Belle Beems
The interaction between enforcers of competition law, the DMA, and the GDPR. An Inquiry into the Coherence of Enforcement across Legal Domains
Kluwer Law International 2026, 446 p., € 110
ISBN 978 94 0354 259 1
Het proefschrift is in te zien via de repository van de universiteit.