Het duale toezichtsregime op het gebruik van geweld door de Nederlandse krijgsmacht

Militaire operaties waaraan Nederlandse militairen sinds 2004 deelnemen, en geweldsincidenten die zich in dat kader hebben voorgedaan, zijn de drijvende kracht geweest achter het ontstaan en de ontwikkeling van het toezichtsysteem op het gebruik van geweldsbevoegdheden door de Nederlandse krijgsmacht. Dit toezichtsysteem heeft een duaal karakter. Enerzijds vindt toezicht plaats binnen het Ministerie van Defensie door gebruikmaking van een geweldsrapportage- en onderzoeksprocedure. Anderzijds wordt toezicht uitgeoefend door het Openbaar Ministerie (OM) die een kopie ontvangt van de geweldsrapportages en op basis daarvan beslist of nadere actie in de rede ligt, bijvoorbeeld een feitenonderzoek. Het toezicht op het gebruik van geweldsbevoegdheden wordt buiten de strafvorderlijke kaders uitgeoefend zolang een verdenking van een strafbaar feit ontbreekt. In de literatuur is het juridisch kader waarbinnen het toezicht op het gebruik van geweldsbevoegdheden door de Nederlandse krijgsmacht wordt uitgeoefend onderbelicht gebleven. Dit proefschrift van Bas van Hoek beoogt dit vacuüm te vullen door de vraag te beantwoorden in hoeverre dit toezichtsysteem in overeenstemming is met de rechtsstaatgedachte, rekening houdend met de verplichtingen en normen die internationaal recht aan ter zake aan Staten oplegt en, voor zover dit toezichtsysteem tekortschiet, hoe het kan worden verbeterd. Na een beschrijving van de (ontwikkeling van de) rapportage- en onderzoeksprocedure van het Ministerie van Defensie en de onderzoeksprocedure van het OM wordt het toezichtsysteem gekoppeld aan het legaliteitsbeginsel, een kernbeginsel van het rechtsstaatbegrip. Vervolgens wordt het internationaal juridisch kader waarbinnen het toezicht wordt uitgeoefend, geschetst. Daarbij wordt geanalyseerd welke verplichtingen met betrekking tot het uitoefenen van toezicht voortvloeien uit het humanitair oorlogsrecht (Verdragen van Genève en de Additionele Protocollen bij deze verdragen) en de mensenrechten (Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens) en welke normen daarbij gelden. In het middelpunt staan de verplichting om het gebruik van geweld te rapporteren en de onderzoeksplicht. In het proefschrift wordt vastgesteld dat de beleidsdocumenten waarin het duaal toezichtsysteem is vastgelegd een conceptueel (juridisch) kader ontberen. De beleidsdocumenten beperken zich tot een formulering van het uitgangspunt dat het gebruik van geweldsbevoegdheden moet worden verantwoord. Dit proefschrift legt uit dat dit uitgangspunt verband houdt met het grondbeginsel van de rechtsstaat, het legaliteitsbeginsel. Ook geeft het proefschrift inzicht in de ‘haakjes’ waaraan de geweldsrapportage en het onderzoek naar het gebruik van geweldsbevoegdheden kunnen worden opgehangen aan het humanitair oorlogsrecht en de mensenrechten. Uit het onderzoek volgt dat onderdelen van het toezichtsysteem afbreuk doen aan de juridische effectiviteit van het systeem. Zo geven de beleidsdocumenten geen blijk van het samenspel tussen het humanitair oorlogsrecht en de mensenrechten en de invloed hiervan op de inrichting van het toezichtsysteem. Daarnaast ontbeert het huidige toezichtsysteem een wettelijke basis. Dit raakt in het bijzonder het feitenonderzoek door het OM. In het proefschrift wordt ervoor gepleit om de onderzoeksbevoegdheden van het OM, de positie van de militair en het gebruik van verklaringen in een strafrechtelijke procedure wettelijk te regelen. Tot slot roept het proefschrift op tot een verkenning van de mogelijkheid om het concept van ‘just culture’ te betrekken in het toezichtsysteem. 

Hoek promoveerde op 17 februari 2026 aan de Universiteit van Amsterdam. Promotor: prof. dr. Terry Gill. Copromotor: dr. mr. Joop Voetelink.  


Bas van Hoek 
It Takes Two To Tango; A Legal Analysis of the Dual Oversight Regime Governing the Use of Force by the Netherlands Armed Forces

Over de auteur(s)