Geweldloos verzet

In haar proefschrift naar geweldloos verzet in de post-Sovjet regio, vergelijkt Willemijn Born het onstaan en verloop van verzet in Turkmenistan, Belarus en Kirgizië om zo te achterhalen wat er nodig is om een dictator af te zetten. In tijden van wereldwijde democratische erosie en toenemende onderdrukking, proberen steeds meer maatschappelijke bewegingen de rechtsstaat en democratie te beschermen. De methodiek van geweldloos verzet kan hierbij helpen. Uit het baanbrekende onderzoek hebben Erica Chenoweth en Maria J. Stephen 323 geweldloze en gewelddadige verzetscampagnes tussen 1900-2006 vergeleken, waaruit bleek dat de geweldloze bewegingen in 53% van de gevallen succesvol waren, in vergelijking met maar 26% van de gewelddadige bewegingen. In de helft van de gevallen lukte het de geweldloze bewegingen dus om een dictator af te zetten, bezetting te beëindigen, onafhankelijkheid te vergaren of systematische sociaal-politieke verandering teweeg te brengen.Born kon zich nauwelijks voorstellen hoe deze bewegingen écht konden werken in landen met een bijna volledig gesloten politiek systeem. In haar promotieonderzoek heeft ze dit onderzocht. Na het lezen van talloze studies heeft ze een werkbaar kader samengesteld van factoren om te analyseren waarom geweldloze verzetsbewegingen konden ontstaan en zelfs succesvol te worden. Aan de hand van dit kader is vergeleken waarom er in Turkmenistan nog nooit een georganiseerde, geweldloze verzetsbeweging is geweest, terwijl er in Belarus meerdere grote, maar onsuccesvolle revoluties hebben plaatsgevonden, en er in Kirgizië drie revoluties zijn ontstaan die allemaal de machthebbers hebben afgezet. Door 52 diepte-interviews af te nemen met activisten, journalisten, voormalig overheidsmedewerkers en politieagenten, oppositieleden en experts uit deze landen, onderzocht Born de herkomst van deze verschillende ervaringen met verzet. De vergelijking van de drie post-Sovjet landen liet zien hoe belangrijk verbindingen in de samenleving zijn voor het ontstaan en succes van geweldloze verzetsbewegingen. De isolatie van en in Turkmenistan heeft alle vormen van verzet kunnen voorkomen, terwijl juist de nieuwe horizontale, interpersoonlijke verbindingen in Belarus, ontstaan tijdens COVID-19, ervoor zorgden dat er zoveel burgers de straat opgingen. In Kirgizië zijn de horizontale én verticale banden altijd sterk geweest, wat ervoor zorgde dat de beweging meermaals voldoende sterk kon worden om de president af te zetten. De vergelijking laat daarnaast zien hoe essentieel strategie is voor het teweegbrengen van systeemverandering. In Belarus ontbrak het de protestleiders van 2020 aan ervaring, waardoor het lastig was richting te geven aan de beweging. Kirgizië heeft een rijke erfenis van verzet, met duidelijke methoden om het regime onder druk te zetten, maar hoe het systeem echt veranderd kon worden, bleef onduidelijk. Zoals een Kirgizische activist reflecteerde over de revolutie van 2005: ‘Ik denk dat we in die tijd weinig ervaring hadden met democratie. Misschien wisten we niet hoe het er uit zou moeten zien.’ Dat is precies waar de conclusies van het promotieonderzoek op stoelen: het herontwerpen van een politiek systeem uit het niets is bijna onmogelijk. Maar de wereld is groot en bewegingen kunnen van elkaar leren. De vraag naar verandering moet vanuit burgers zelf komen, maar het pad naar verandering kan wel samen uitgestippeld worden. Het versterken van deze verbindingen en koesteren van uitwisseling is essentieel voor het opbouwen van een sterke, weerbare beweging en het vervolgens creëren van een sterke, weerbare samenleving.

Born verdedigde haar proefschrift op 18 december aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Promotor: Joris van Wijk. Co-promotor: Maartje Weerdesteijn.  


Willemijn Born 
Dissecting Dissent: Nonviolent Resistance in Post Soviet-Regimes 

Over de auteur(s)