Constitutionele voorwaarden voor de inzet van de krijgsmacht

Het proefschrift van Janine van Dinther onderzoekt, vanuit een juridisch-historische benadering, de voorwaarden die het Nederlands constitutioneel recht stelt aan het besluit tot inzet van de krijgsmacht elders in de wereld. Daarbij is gekeken naar: de bevoegdheid van de regering om te besluiten tot militaire inzet, de betrokkenheid van het parlement bij deze besluitvorming, de doeleinden waarvoor de krijgsmacht mag worden ingezet en de vraag in hoeverre naleving van deze voorwaarden via de rechter kan worden afgedwongen. Het proefschrift bevat eveneens een vergelijkende analyse met de VS. Een belangrijk onderdeel vormt artikel 100 Grondwet, dat de regering verplicht het parlement vooraf te informeren over militaire missies. Hoewel het artikel niet spreekt van een instemmingsrecht, wordt soms beweerd dat er materieel toch zo’n recht zou bestaan: doordat de Kamer vooraf wordt geïnformeerd, zou de regering eerst een breed draagvlak moeten zoeken voordat militairen worden uitgezonden.

Het onderzoek laat zien dat zo’n materieel instemmingsrecht voor het parlement niet is ontstaan. Daarvoor ontbreekt een staatsrechtelijke grondslag. Het geschreven recht volgt geen instemmingsrecht en ook het ongeschreven recht biedt hiervoor geen basis. Het onderzoek pleit daarom voor het nastreven van een formeel instemmingsrecht, dat via een herziening van artikel 100 moet worden verankerd. Alleen op die manier kan de Tweede Kamer zich daarmee van een instemmingsrecht verzekeren.

De bevoegdheid om te besluiten tot inzet van strijdkrachten berust in Nederland ondubbelzinnig bij de regering, zoals volgt uit de artikelen 42 en 97 Grondwet. In de VS is minder helder wie de beslissingsbevoegdheid heeft. Hoewel de president tegenwoordig beslist over de inzet van Amerikaanse troepen, hadden de opstellers van de Amerikaanse Constitutie deze bevoegdheid juist niet aan een eenhoofdig ambt willen toekennen. Zij wilden deze bevoegdheid juist bij het Congres – de wetgevende macht – leggen en slechts één uitzondering aan de president toekennen: alleen in geval van zelfverdediging mocht de president zelfstandig tot militaire actie besluiten.

Het onderzoek beschrijft hoe de beslissingsbevoegdheid over de inzet van Amerikaanse strijdkrachten ingrijpend is veranderd. Daarbij komen belangrijke kantelpunten aan bod, zoals de War Powers Resolution (1973), waarmee het Congres zijn positie op het terrein van War Powers probeerde terug te winnen. Uiteindelijk is deze resolutie, zowel door het handelen van de president als het onvermogen van het Congres om naleving af te dwingen, weinig effectief gebleken. Ook de rechterlijke macht bood geen uitkomst: tot dusver heeft de Amerikaanse rechter geschillen over de War Powers Resolution niet inhoudelijk getoetst. In Nederland is de rechter eveneens terughoudend bij geschillen over militaire inzet. Waar de Hoge Raad eerst nog inhoudelijk toetste, sloeg de Hoge Raad in 2001 een nieuwe weg in door een standaardoverweging te introduceren, waarin gewezen werd op de beleidsvrijheid van de staat op het gebied van buitenlandse politiek en defensie. In het Afghanistan-arrest (2004) oordeelde de Hoge Raad daarenboven dat artikel 90 Grondwet geen voldoende duidelijke rechtsnorm bevat om rechterlijke toetsing mogelijk te maken.

Artikel 90 en 97, lid 1, Grondwet zijn bedoeld om bevoegdheden, waaronder militaire inzet, te reguleren: het eerste door de opdracht aan de regering om de ontwikkeling van de internationale rechtsorde te bevorderen, het tweede door de inzet van de krijgsmacht te beperken tot drie taken. Omdat deze bepalingen in de praktijk geen regulerende werking hebben gehad, pleit het onderzoek voor heldere normen die de regulerende functie van de bepalingen versterken en meer duidelijkheid te bieden over wanneer het internationale recht moet worden nageleefd en wanneer militair ingrijpen op morele en/of politieke gronden gerechtvaardigd kan zijn.

Van Dinther verdedigde haar proefschrift op 19 november 2025 aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Promotores: prof. mr. Paul Bovend’Eert en prof. mr. Hansko Broeksteeg.

 
Janine van Dinther
Constitutionele voorwaarden voor de inzet van de krijgsmacht. Nederland en de Verenigde Staten vergeleken

Deze dissertatie is verkrijgbaar in de repository van de universiteit.

Over de auteur(s)