Zwangerschapsdiscriminatie blijkt nog altijd een hardnekkig probleem op de Nederlandse arbeidsmarkt. Uit nieuw onderzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid komt naar voren dat bijna de helft van de vrouwen die tijdens hun zwangerschap werkten of op zoek waren naar werk, te maken heeft gekregen met ongelijke behandeling. Opvallend is dat dit aandeel al meer dan tien jaar vrijwel onveranderd is gebleven. Metingen uit 2012, 2016 en 2020 lieten hetzelfde beeld zien, wat volgens het College voor de Rechten van de Mens wijst op een structureel falen van het ingezette beleid.

Tijdens sollicitaties worden vrouwen nog steeds geregeld geconfronteerd met vragen over hun kinderwens, zwangerschap of moederschap, ondanks het wettelijke verbod daarop. Daarnaast ervaren of vermoeden steeds meer vrouwen dat zij worden afgewezen vanwege zwangerschap of ouderschap. Tegelijkertijd groeit het bewustzijn: vrouwen herkennen discriminatie vaker en zijn ook bereid deze vaker te melden. Toch leidt die grotere zichtbaarheid niet tot een afname van het probleem.

Aan de kant van werkgevers ontbreekt het vaak aan kennis en zekerheid. Bijna de helft geeft aan moeite te hebben met de naleving van regels rondom zwangerschap en werk, onder meer door zorgen over vervanging, planning en kosten. Een zorgwekkend deel van de werkgevers is daardoor terughoudender geworden in het aannemen van vrouwen in een levensfase waarin gezinsvorming een rol kan spelen. Dat gevoel wordt versterkt doordat een meerderheid van de werkgevers de geldende wet- en regelgeving onvoldoende kent, waaronder de financiële compensaties via het UWV en de verplichtingen rond gelijke behandeling.

De oordelenpraktijk van het College bevestigt dit beeld. In 2025 had meer dan een derde van alle zaken over arbeidsmarktdiscriminatie betrekking op zwangerschap of moederschap. Vooral bij het al dan niet verlengen van tijdelijke contracten blijken vrouwen kwetsbaar, ongeacht sector of omvang van de organisatie.

Het College concludeert dat losse maatregelen en tijdelijke campagnes onvoldoende zijn gebleken. In aanloop naar het debat over arbeidsmarktdiscriminatie op 15 april pleit het daarom voor een langdurige, samenhangende aanpak met duidelijke doelen, meetbare resultaten en structurele monitoring. Daarnaast is stevige, doorlopende informatievoorziening nodig, zodat werkgevers én werknemers weten waar zij recht op hebben en welke plichten daarbij horen. Tot slot roept het College op om de aanbevelingen van het VN‑comité CEDAW integraal uit te voeren, waaronder actiever toezicht, sancties bij discriminatie, betere ondersteuning van ouderschap en het doorbreken van hardnekkige genderstereotypen. 

Bron: College voor de Rechten van de Mens 

Laatste nieuws