Het kabinet wil de politie meer bevoegdheden geven om (mogelijke) ernstige verstoringen van de openbare orde te voorkomen. Met het wetsvoorstel Wet gegevensvergaring openbare orde, waarmee de ministerraad op 27 maart instemde, wil het kabinet de informatiepositie van politie en burgemeester verbeteren. Het wetsvoorstel ligt nu bij de Raad van State voor advies.
Het wetsvoorstel geeft de politie extra bevoegdheden om online gegevens te verzamelen uit publiek toegankelijke bronnen. Het gaat om het verzamelen van persoonsgegevens uit het openbare deel van het internet en het online gegevens verzamelen van personen en hun openbare accounts. Van deze personen moet het vermoeden bestaan dat zij een belangrijke rol spelen bij een (mogelijk) ernstige verstoring van de openbare orde. De politie zal deze bevoegdheden uitoefenen onder gezag en verantwoordelijkheid van de burgemeester die op zijn beurt voor deze inzet een machtiging nodig heeft van de rechter-commissaris.
Grootschalig en ongericht
In het voorstel staat volgens de Autoriteit Persoonsgegevens niet duidelijk genoeg dat een zoekopdracht voldoende beperkt moet zijn en welke online bronnen het geautomatiseerde systeem van de politie mag doorzoeken, wat voor systeem de politie daarbij mag gebruiken, en hoe ver de politie mag terugkijken in iemands leven. Het voorstel zet de deur te ver open voor grootschalige en ongerichte online monitoring van burgers. Het risico bestaat dat geautomatiseerde toepassingen – zoals crawlers en scrapers – steeds meer bronnen betrekken, ook via links naar andere websites. Dat kan ertoe leiden dat steeds dezelfde personen of groepen structureel onder een vergrootglas komen te liggen, zonder dat daar een concrete aanleiding voor is.
Bewaringstermijn gegevens
Gezien de mogelijk omvangrijke privacy-inbreuk is gekozen voor een strenger regime van gegevensbewaring dan die in de Wet politiegegevens. Het voorstel bepaalt dat gegevens die niet langer nodig zijn voor het doel van het onderzoek, worden vernietigd of gedurende een periode van maximaal een half jaar worden verwerkt om te bezien of zij aanleiding geven tot nieuw onderzoek met het oog op de handhaving van de rechtsorde of het verkrijgen van inzicht in de betrokkenheid van personen bij het beramen of plegen van misdrijven. Dit komt zowel de Raad voor de rechtspraak als de AP tegenstrijdig voor. Enerzijds moeten de gegevens worden vernietigd als zij niet langer het doel dienen, te weten het voorkomen, beletten of beëindigen van de ernstige verstoring, maar anderzijds kunnen de gegevens worden gebruikt voor nader (strafrechtelijk) onderzoek.
Verhouding tot strafvorderlijke bevoegdheden
De voorgestelde bevoegdheden mogen niet mogen worden uitgeoefend voor een ander doel dan het voorkomen, beletten of beëindigen van een ernstige verstoring van de openbare orde. Inzetten van deze bestuursrechtelijke bevoegdheden voor opsporingsdoeleinden, levert détournement de pouvoir op. Dat onderscheid zal in de praktijk volgens de Rvdr nog lastig zijn, nu goed denkbaar is dat een gedraging die een ernstige verstoring van de openbare orde oplevert, ook een strafbaar feit is. Denk bijvoorbeeld aan openlijke geweldpleging, vernieling, mishandeling of wederspannigheid. Ook het oproepen tot een ordeverstoring kan onder omstandigheden een strafbaar feit opleveren (opruiing). Wat de kwestie nader compliceert, is dat de voorgestelde bevoegdheden niet mogen worden ingezet met het oog op opsporing en vervolging, maar dat de gevonden gegevens wel mogen worden toegevoegd aan het strafdossier, waarna de korte vernietigingstermijn lijkt te vervallen.
Bron: