Een onderzoeksinstituut, CTC Netherlands B.V, heeft mannen gediscrimineerd op grond van hun homoseksuele gerichtheid door hen uit te sluiten van deelname aan een geneesmiddelenonderzoek. Dat oordeelt het College voor de Rechten van de Mens op 17 februari 2026. CTC Netherlands B.V. liet alleen mannen met een heteroseksuele relatie toe tot een onderzoek naar een nieuw middel tegen erectiestoornissen.
CTC Netherlands B.V. voert in opdracht van farmaceutische bedrijven klinisch onderzoek uit naar nieuwe geneesmiddelen. Voor een studie naar een middel tegen erectiestoornissen plaatste het bedrijf een advertentie om deelnemers te werven. Daarin stond als voorwaarde dat deelnemers een man moesten zijn met ‘een stabiele heteroseksuele relatie van ten minste zes maanden’. Twee mannen die vanwege hun homoseksuele gerichtheid niet konden deelnemen aan het onderzoek, vonden deze voorwaarde discriminerend en legden, los van elkaar, de kwestie voor aan het College.
Opzet onderzoek
Volgens het College is daarbij van belang dat het onderzochte geneesmiddel, wanneer het op de markt komt, niet uitsluitend zal worden voorgeschreven aan heteroseksuele mannen, maar ook kan worden gebruikt door mannen die seks hebben met mannen. Juist daarom is het niet gerechtvaardigd om homoseksuele mannen van deelname aan het onderzoek uit te sluiten. Door homoseksuele stellen, en daarmee homoseksuele mannen, uit te sluiten van deelname, maakt CTC direct onderscheid op grond van seksuele gerichtheid. CTC voerde aan dat de eis noodzakelijk was vanuit wetenschappelijk oogpunt. In het onderzoek worden vragenlijsten gebruikt die alleen zijn gevalideerd voor heteroseksuele mannen. Voor homoseksuele mannen zouden dergelijke goedgekeurde meetinstrumenten ontbreken. Volgens het College is dat echter geen geldige reden om een hele groep uit te sluiten. Dat het uitbreiden van de onderzoeksgroep extra inspanningen of kosten met zich kan meebrengen, doet niet af aan het gelijkwaardige belang van homoseksuele mannen bij deelname aan het onderzoek.
CRM 17 februari 2026, oordeelnummer 2026-26
CRM 17 februari 2026, oordeelnummer 2026-27
Bron: www.mensenrechten.nl