Het kabinet wil het lokaal bestuur op Bonaire, Sint Eustatius en Saba versterken door het aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden uit te breiden. Staatssecretaris Eric van der Burg van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vindt dat de huidige bezetting onvoldoende aansluit bij de taken en verantwoordelijkheden die de eilandsbesturen hebben. De voorgestelde wetswijziging, de Verhogingswet,  moet daarom al vóór de eilandsraadverkiezingen van maart 2027 in werking treden.

De uitbreiding is bedoeld om de vertegenwoordiging van inwoners te verbeteren en de bestuurskracht van de eilanden te vergroten. Nu is het aantal bestuurders niet in verhouding tot de werkdruk, die de afgelopen jaren is toegenomen. In de nieuwe situatie wordt het aantal eilandsraadsleden en gedeputeerden bepaald aan de hand van het inwonertal, op dezelfde manier als bij gemeenten in Europees Nederland. Daarmee sluit de bestuurlijke inrichting beter aan op de lokale realiteit.

In gesprekken met de eilandsraden en bestuurscolleges is gebleken dat er breed draagvlak bestaat voor de voorgenomen veranderingen. Tegelijkertijd hebben de eilanden gewezen op praktische aandachtspunten, zoals de capaciteit van griffies, de behoefte aan extra ondersteuning en de gevolgen voor de huisvesting. De staatssecretaris toont begrip voor deze zorgen en geeft aan hierover in gesprek te blijven met de eilandbesturen.

Naast de wettelijke aanpassing zet het kabinet in op aanvullende ondersteuning. Zo wordt gestart met een programma voor aspirant-politici op Bonaire, Sint Eustatius en Saba, uitgevoerd door ProDemos en het Netherlands Institute for Multiparty Democracy. Dit programma moet inwoners informeren over de lokale politiek en hen stimuleren om actief te worden. Voor kosten die direct samenhangen met de uitbreiding van het lokaal bestuur, zoals huisvesting, is het Rijk bereid financieel bij te springen.

Het voornemen om de Verhogingswet door te zetten is vastgelegd in een nota naar aanleiding van het verslag. Dit document is op 9 april 2026 aangeboden aan de Tweede Kamercommissie voor Koninkrijksrelaties.

Bron: Rijksoverheid

Laatste nieuws