In 2022 werd de motie van Sneller c.s. (Kamerstukken II 2021/22, 24587, nr. 850) aangenomen met een verzoek aan de regering om slimmere straffen, zoals alternatieven voor korte detenties, uit te werken in de aangekondigde plannen voor de oplossing voor de financiële problemen bij Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Onderzoekers van Universiteit Leiden en het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) onderzochten de voor- en nadelen van vrijheidsbenemende versus niet-vrijheidsbenemende straffen.

In een begin juli gepubliceerd onderzoek door het WODC is gekeken naar wat bekend is uit wetenschappelijk onderzoek over de effectiviteit van korte straffen. In dit onderzoek is gekeken naar de effecten van korte gevangenisstraffen en niet-vrijheidsbenemende straffen op recidive, en wat de kosten zijn van beide sancties. Uit de resultaten blijkt dat korte gevangenisstraffen tot meer recidive leiden dan niet-vrijheidsbenemende straffen: individuen plegen over een periode van vijf jaar tussen de 76 en 81 procent meer strafbare feiten na een korte gevangenisstraf dan na een niet-vrijheidsbenemende straf. Daarnaast blijkt dat de kosten van gevangenisstraffen aanzienlijk hoger zijn dan die van niet-vrijheidsbenemende straffen. Volgens DJI zijn de kosten van een gevangenisstraf 259 euro per dag. De dagelijkse kosten voor een taakstraf zijn met 72,56 euro per dag substantieel lager. Deze grove berekeningen leiden tot de schatting dat de maatschappij jaarlijks ruim 400 miljoen euro betaalt voor vergelding als strafdoel. Dit is ongeveer 45 euro per belastingbetaler per jaar. Omdat alleen directe kosten zijn meegenomen en alleen is gekeken naar recidive binnen twaalf maanden van de opgelegde straf, is deze prijs waarschijnlijk een onderschatting van de daadwerkelijke prijs. De onderzoekers concluderen verder dat de afschrikwekkende werking van korte detenties beperkt is en dat deze nauwelijks mogelijkheden biedt voor gedragsverandering en re-integratie. Toch wordt er nog vaak voor een korte gevangenisstraf gekozen. Het belangrijkste strafdoel lijkt daarmee vergelding. Volgens onderzoeker prof. dr. Arjan Blokland kan met dit onderzoek de vraag welke straf écht passend is en wat vergelding ons waard is, nu ook rationeel worden benaderd. Het kan daarnaast als aanmoediging worden gezien om wettelijke obstakels voor het opleggen van een taakstraf te heroverwegen.

Wat is vergelding ons waard? in BSb 2023, nr. 1

Bron: www.nscr.nl

Laatste nieuws