Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) houdt op 21 januari 2026 een hoorzitting in de Grote Kamer in de zaak Kuijt tegen Nederland (nr. 19365/19). De zaak betreft de praktijk bij de Hoge Raad der Nederlanden waarbij rechters van de strafkamer die geen deel uitmaken van de zittingscombinatie waaraan de zaak is toegewezen, toch mogen deelnemen aan de beraadslagingen. Dit is toegestaan in het belang van de rechtseenheid. Deze rechters van de Hoge Raad worden reservisten genoemd.
Johanna Kuijt werd in 2015 veroordeeld voor onder meer het verstoren van een gemeenteraadsvergadering. Het gerechtshof legde haar in 2016 een gevangenisstraf van twee weken op. Zij stelde cassatieberoep in. Haar advocaat vroeg de Hoge Raad om de namen van de rechters die haar zaak zouden behandelen. De namen van de drie rechters die de zittingscombinatie vormden, werden verstrekt. Vervolgens vroeg de advocaat of reservisten aan de beraadslagingen over haar zaak zouden deelnemen. De griffie verwees naar het Protocol inzake deelname aan de behandeling en beraadslagingen bij de Hoge Raad waarin staat dat reservisten aan de beraadslagingen van zaken kunnen deelnemen.
Wraking
De verzoekster heeft wraking verzocht van de drie aan haar zaak toegewezen rechters en van de overige rechters van de strafkamer van de Hoge Raad. Zij stelde dat zij geen berechting zou krijgen door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld, in strijd met art. 6 lid 1 (recht op een eerlijk proces) EVRM, aangezien een of meer reservisten aan de beraadslagingen zouden kunnen deelnemen. Op 21 december 2018 wees de wrakingskamer van de Hoge Raad het verzoek af. (ECLI:NL:HR:2018:2397). Met betrekking tot de rol van reservisten verwees de wrakingskamer naar art. 75 van de Wet op de rechterlijke organisatie, waarin staat dat meervoudige kamers zaken behandelen en beslissen in een samenstelling van drie of vijf rechters, en oordeelde dat de overige rechters van de kamer niet verantwoordelijk zijn voor de behandeling en beslissing van de zaak. Ook verwees hij naar art. 1.2 van het Protocol, waarin staat dat reservisten aan de beraadslagingen mogen deelnemen om de rechtseenheid binnen de kamer te waarborgen. Verder wees hij op het belang van consistente rechtspraak op het niveau van de Hoge Raad voor het vertrouwen in het rechtssysteem en voor de rechtszekerheid - beide fundamentele aspecten van de rechtsstaat. Hij handhaafde dat alleen de drie of vijf rechters die zijn benoemd voor de zaak, de zaak behandelen en beslissen. Op 8 januari 2019 heeft de Hoge Raad het hoger beroep van verzoekster op juridische gronden verworpen (ECLI:NL:HR:2019:15).
Zie ook: EHRM verklaart klacht over ‘reservisten’ bij de Hoge Raad ontvankelijk
Bron: www.hudoc.echr.coe.int