Een ondernemer heeft het hof ’s-Hertogenbosch gevraagd de Staat te verplichten maatregelen te nemen waardoor zijn agrarische activiteiten zouden worden gelegaliseerd. De ondernemer had op grond van de PAS-regelgeving geïnvesteerd in een nieuwe stal waarin hij extra kippen hield, waardoor er meer stikstof in het milieu belandde. Deze PAS-regelgeving is echter in strijd met Europese wetgeving, waardoor de extra activiteiten illegaal waren. Het hof motiveert in een uitspraak van 17 februari 2026 dat het zich als rechter niet kan mengen in de politieke besluitvorming en wijst de vorderingen van de kippenboer af.

In het verleden is op grond van de toen geldende Natuurbeschermingswet een Programma Aanpak Stikstof (PAS) gemaakt. Dat programma hield in dat voor activiteiten waarbij beperkt stikstof vrijkwam in de nabijheid van Natura 2000-gebieden, geen vergunning nodig was. Onder voorwaarden kon worden volstaan met een melding. De ondernemer heeft in 2016 op grond van de PAS-regelgeving een melding gedaan, een extra stal gebouwd en is daarin kippen gaan houden. De Raad van State besliste op 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1603) dat de vrijstelling van de vergunningplicht op basis van een PAS-melding niet meer mocht worden toegepast. Een landelijk programma van maatregelen voor het legaliseren van de PAS-meldingen is in februari 2025 beëindigd, zonder dat het voor de ondernemer en vele andere PAS-melders een oplossing heeft geboden. De reden hiervoor was dat de stikstofuitstoot van deze agrarische bedrijven te groot was om te kunnen worden toegestaan.

Oordeel hof

Nationale bepalingen moeten in overeenstemming zijn met hogere, rechtstreeks werkende bepalingen van EU-recht. Aangezien de PAS-regelgeving in strijd is met art. 6 lid 3 van een EU-richtlijn, de Habitatrichtlijn, heeft de Staat onrechtmatig gehandeld tegenover de ondernemer, aldus het hof. Het hof is van oordeel dat het de rechter niet is toegestaan een bevel aan de wetgever (de Staat) te geven om wetgeving te maken die de activiteiten van de ondernemer weer legaal maakt. De ondernemer kan volgens het hof wel schadevergoeding in geld vorderen, in dit geval vanwege de investering in een extra stal. De ondernemer wil echter geen schadevergoeding in geld, daarvoor kan hij terecht bij een speciaal daarvoor in het leven geroepen Commissie. De bevoegdheidsverdeling tussen de rechterlijke macht (de rechter) en de wetgevende macht (de wetgever) brengt met zich dat de rechter zich niet mag mengen in de politieke besluitvorming. De ondernemer heeft aangevoerd dat de Staat diverse maatregelen kan nemen die tot legalisatie van zijn activiteiten leiden. Er is echter geen maatregel te bedenken zonder dat daarvoor wetgeving noodzakelijk is met een specifieke inhoud. Voor toewijzing van de vordering van de ondernemer is het dus nodig dat het gerechtshof de wetgever een bevel zou geven tot het maken van zulke specifieke wetgeving. Dat is het hof niet toegestaan. Het is, gelet op de staatsrechtelijke verhoudingen, uitsluitend aan de wetgever zelf om te bepalen of wetgeving met een bepaalde inhoud tot stand komt.

ECLI:NL:GHSHE:2026:364

Bron: www.rechtspraak.nl

Laatste nieuws